Deel deze pagina

Verzenden

Nieuw MIRA-onderzoeksrapport: Ontwikkeling van milieu-gezondheidsindicatoren voor Vlaanderen

Het milieu waarin we leven beïnvloedt onze gezondheid. Maar de link tussen milieukwaliteit en gezondheidseffecten is complex. Naast milieu bepalen factoren zoals levensstijl en genetische aanleg hoe gezond een individu is. In opdracht van MIRA ontwikkelde VITO voor zes vervuilende stoffen een eerste set van milieu-gezondheidsindicatoren voor Vlaanderen. Uit die oefening blijkt dat heel wat van die polluenten in ons lichaam het laatste decennium afnemen, maar dat het risico op gezondheidseffecten niet uit te sluiten is.

Milieu-indicatoren gebaseerd op resultaten humane biomonitoring

Van metingen in de mens …

Humane biomonitoring (HBM) is een methode die de inwendige blootstelling aan milieuvervuilende stoffen rechtstreeks meet in het menselijk lichaam (o.a. in bloed, urine, haar …). De vervuilende stoffen kunnen van meerdere bronnen afkomstig zijn en via verschillende routes (o.a. vervuilde lucht of voeding) in het lichaam opgenomen worden. In Vlaanderen werden de laatste jaren (2002-2015) in het kader van het Steunpunt Milieu en Gezondheid drie HBM-campagnes uitgevoerd: FLEHS of Flemish Environment and Health Study I-III.

naar een eerste set milieu-indicatoren voor Vlaanderen

In dit onderzoeksrapport werd een aanzet gegeven om informatie rond blootstelling aan milieuvervuilende stoffen (de Vlaamse HBM-resultaten) te gebruiken om gezondheidsrisico’s in te schatten. Hiervoor werden de biomonitoringsgegevens vergeleken met gezondheidskundige toetsingswaarden (GTW’s). Op basis van literatuuronderzoek, kwaliteitscriteria en expertenbevraging werden uit de beschikbare Vlaamse biomonitoringsdata zes polluenten geselecteerd en uitgewerkt tot indicatoren.

Wat zijn de resultaten?

Concentratie in de mens van 4 van de 6 geselecteerde milieuvervuilende stoffen daalt

Zowel voor de geselecteerde zware metalen (lood, cadmium en arseen) als voor de moeilijk afbreekbare organische stoffen (PCB’s, HCB en PFOA) daalde de concentratie in de mens in twee op drie van de gevallen. Gemiddelde lood- en cadmiumconcentraties zijn het laatste decennium gedaald (zie figuur voor cadmium). Loodwaarden in pasgeborenen zijn zelfs gehalveerd. Concentraties van moeilijk afbreekbare organische stoffen in de mens, zoals PCB’s in jongeren en HCB in volwassenen, daalden eveneens het laatste decennium. Voor arseen- en perfluoroctaanzuur daarentegen is er (nog) geen duidelijke afname zichtbaar.

Effecten op de gezondheid niet uit te sluiten

Ondanks een daling van de blootstelling bij vier van de geselecteerde milieuvervuilende stoffen, zijn gezondheidseffecten voor geen enkele stof uit te sluiten. Zo is er voor het merendeel van de onderzochte deelnemers een mogelijks risico op effecten op de intelligentie (als gevolg van lood) en op de nieren (als gevolg van cadmium; zie oranje en blauw-oranje gearceerde balken in figuur). Effecten op geboortegewicht en (puberteits)ontwikkeling (PFOA) en kankereffecten (HCB) zijn niet uit te sluiten voor een percentage van onderzochte deelnemers. In het geval van PCB’s zijn er voor de meeste onderzochte jongeren waarschijnlijk geen effecten op neurologische en motorische ontwikkeling te verwachten. Levenslange blootstelling aan huidige arseenwaarden zorgt – op populatieniveau - voor een extra risico op het ontwikkelen van kanker (long-, blaas- of huidkanker).

Onzekerheid over gezondheidsrisico’s: minimale blootstelling is altijd beter

Het inschatten van gezondheidsrisico’s is niet eenduidig. Zo hanteren wetenschappelijke instanties soms andere gezondheidskundige toetsingswaarden (GTW’s). Het verschil tussen de laagste en de hoogste toetsingswaarde toont deze onzekerheid (blauw-oranje gearceerde balken in figuur illustreren dit voor cadmium). Ook is de informatie voor het afleiden van betrouwbare GTW’s niet steeds voor handen. Voor PFOA bijvoorbeeld, is het onderzoek naar gezondheidseffecten nog in volle ontwikkeling, en voor HCB zijn er betere toetsingswaarden nodig om het effect op kanker in te schatten. Voor lood is er geen veilige waarde waar blootstelling niet geassocieerd is met effecten op de intelligentie. Streven naar een zo laag mogelijke blootstelling aan milieuvervuilende stoffen is dus te verkiezen.

Hoe blootstelling en gezondheidseffecten vermijden?

Preventieve maatregelen, vooral in hotspotgebieden

Om de blootstelling, en dus het risico op gezondheidseffecten te beperken, blijven preventieve maatregelen in hotspotgebieden zoals de Noorderkempen (zware metalen) aangewezen. Ook om op een veilige en gezonde manier te genieten van je moestuin staan informatie en tips beschikbaar via de campagne http://www.gezonduiteigengrond.be). Tips over gezond bouwen en verbouwen zijn te vinden op www.lne.be/bouw-gezond.

Aandacht voor gevoelige groepen

Sommige groepen mensen zijn gevoeliger voor blootstelling aan milieuvervuilende stoffen dan andere. Kinderen steken bijvoorbeeld vaker hun handen in de mond en hebben zo een hogere kans op loodblootstelling door het inslikken van stof- of bodemdeeltjes. Ook zuigelingen, baby’s, vrouwen van vruchtbare leeftijd, zieken en ouderen, zijn gevoelige groepen. Specifieke aandacht gaat hierbij naar socio-economisch zwakkere doelgroepen.

Verdere opvolging en onderzoek nodig voor beleidsonderbouwing op maat

Opvolging van de tijdstrends is cruciaal om te evalueren hoe de blootstelling aan polluenten evolueert, en of stoffen zoals arseen en PFOA in de mens afnemen. Daarnaast is een ruimere discussie met experten en beleidsmakers over de te selecteren gezondheidskundige toetsingswaarden en aanvaardbare gezondheidsrisico’s nodig. Het vierde Vlaamse humane biomonitoringsprogramma loopt van 2016 tot 2020 en zet, naast het opvolgen van tijdstrends, ook in op nieuwe stoffen in het leefmilieu (www.milieu-en-gezondheid.be).

Figuur: Evolutie van de cadmiumblootstelling bij Vlaamse jongeren, en interpretatie op basis van effecten op de nieren
(FLEHS I-III, 2002-2015)

Figuur evolutie cadmiumblootstelling bij Vlaamse jongeren

o Lees het volledige rapport ‘Ontwikkeling van milieu-indicatoren gebaseerd op Humane Biomonitoringsresultaten in Vlaanderen' (pdf, 3 MB)

o MIRA-indicator Lood in navelstrengbloed van pasgeborenen

o MIRA-indicator Cadmium in bloed van jongeren

o MIRA-indicator Arseen in urine van jongeren

o MIRA-indicator Polychloorbifenylen in serum van jongeren

o MIRA-indicator Hexachloorbenzeen in serum van volwassenen

o MIRA-indicator Perfluoroctaanzuur in navelstrengserum van pasgeborenen

o MIRA-indicatoren Milieu, Mens en Gezondheid

o Meer info op: Steunpunt Milieu en Gezondheid

o Contactpersoon MIRA: Floor Vandevenne (f.vandevenne@vmm.be)