Deel deze pagina

Verzenden

Nieuw MIRA-onderzoeksrapport: Energie-intensiteit van personen- en goederenvervoer

De sector transport neemt nog steeds een aanzienlijk deel van het energiegebruik van Vlaanderen voor zijn rekening. Om meer energie-efficiënte keuzes te kunnen maken actualiseerde de Vrije Universiteit Brussel, in opdracht van MIRA, de gegevens over het energiegebruik van verschillende modi van het personen- en goederenvervoer. Het rapport vergelijkt ook de energie-efficiëntie van wagens die rijden met verschillende brandstoffen en aandrijvingen.

Nood aan actualisatie van gegevens over energie-efficiëntie

Er gaat veel aandacht naar het voortdurend verbeteren van de energie-efficiëntie van vervoermiddelen. De energievoorraden worden immers schaarser en het brandstofgebruik is ook een aanzienlijke kost bij vervoer. Daarnaast probeert de sector ook de emissie van broeikasgassen, die rechtstreeks gerelateerd is aan de hoeveelheid gebruikte brandstof, te verminderen. Er zijn heel wat evoluties merkbaar. Zo worden de verschillende voertuigen en modi energiezuiniger, onder meer door het gebruik van lichtere materialen en zuinigere motoren. Dit gebeurt niet voor alle vervoermiddelen met dezelfde snelheid, waardoor er ook verschuivingen optreden tussen voertuigen. Daarnaast zijn er ook voertuigen met nieuwe types aandrijvingen beschikbaar, zoals de hybride stadsbus of de elektrische fiets. Er bestaan ook nieuwe soorten brandstoffen, zoals de tweede generatie biobrandstoffen. De data van deze nieuwe brandstoffen en aandrijvingen zijn nu ook voor het eerst opgenomen.

Energie-intensiteit van personenvervoer

Figuur: Energie-intensiteit van verschillende transportmodi voor stedelijk personenvervoer en personenvervoer over lange afstand

 

E: elektrisch, D: diesel, B: benzine, K: kerosine
Bron: eigen berekeningen VUB-MOBI (2014)

Om de energie-efficiëntie van transportsystemen te vergelijken is zowel het energiegebruik tijdens de brandstofproductie als die tijdens het rijden in rekening gebracht. Ook de bezettingsgraad van de voertuigen speelt een rol. Voertuigen met een grotere capaciteit zijn vaak energiezuiniger dan individueel transport. Toch blijkt uit de figuur dat de elektrische fiets en elektrische motorfiets de meest energiezuinige transportmiddelen zijn voor stedelijk vervoer. De andere elektrisch aangedreven transportmodi scoren eveneens behoorlijk goed qua energie-efficiëntie, de bussen zijn wat minder efficiënt.

De wagen behoort duidelijk tot de minder zuinige vervoermiddelen, maar de energie-efficiëntie is sterk afhankelijk van de gebruikte technologie en brandstof. De elektrische voertuigen scoren het best, gevolgd door de hybride voertuigen. De energie-efficiëntie van voertuigen op biobrandstoffen hangt sterk af van het soort biobrandstof. Een wagen op biodiesel uit afval van plantaardige olie scoort beter dan een conventionele dieselwagen, dit in tegenstelling tot de eerste generatie biodiesel. Bij het personenvervoer over lange afstand valt op dat de familiewagen per personenkilometer meer dan dubbel zoveel energie gebruikt als de hogesnelheidstrein (HST). Terreinwagens en vliegtuigen gebruiken zelfs drie keer zoveel energie als de HST.

Energie-intensiteit van goederenvervoer

Bij het goederenvervoer is het moeilijker om de modi met elkaar te vergelijken. Uit een recent rapport van het International Energy Agency (IEA, 2014) blijkt duidelijk een gebrek aan data voor energiegebruik en gerelateerde activiteitsdata voor goederentransport. Op basis van geagreggeerde data blijkt dat het energiegebruik per tonkilometer van vrachtwagens gemiddeld hoger ligt dan dat van spoor- en watervervoer. Vanuit een systeemperspectief kunnen spoor- en waterverbindingen deze hogere efficiëntie echter enkel halen op het gedeelte tussen de knooppunten. Aan begin- en eindpunt zijn doorgaans wegverbindingen nodig.

Efficiëntie afhankelijk van grootte, gewicht en traject

Een algemene vergelijking tussen transportmodi kan belangrijke verschillen in energiegebruik tussen voertuigtypes binnen een transportmodus verbergen. Deze studie maakt dan ook per transportmodus een verdere vergelijking naar voertuigtype, type goederen en type (vaar)weg. Over het algemeen geldt dat de energie-efficiëntie stijgt met de grootte van het voer- of vaartuig en het gewicht van de vervoerde goederen. Dit is echter niet steeds het geval.

Afsluitend toont de studie aan dat het verschil in energiegebruik tussen de verschillende modi ook afhankelijk is van het typetraject. Voor het vervoer van 100 ton goederen op het traject Brussel-Parijs ligt het energiegebruik van de vrachtwagen een factor 2,2 hoger dan het energiegebruik op het intermodale traject met dieseltrein. Voor het traject Brussel-Napels ligt deze verhouding een kwart hoger. De omrijafstand voor het spoortraject ten opzichte van het wegtraject en de grootte van het voor- en natraject met de vrachtwagen op het intermodale traject bepalen het verschil. Over het algemeen zijn het spoor en de scheepvaart het meest energie-efficiënt. Elektrische treinen scoren beter dan dieseltreinen. Het transport van goederen via de luchtvaart is daarentegen zeer energie-inefficiënt. Vervoer via de lucht vraagt immers veel meer energie dan via andere modi. Tijdens het opstijgen is de energievraag het grootst, waardoor het verschil bij kortere vluchten nog meer uitgesproken is.

 

o Lees het volledige rapport ‘Energie-intensiteit van personen- en goederenvervoer' (pdf, 517 KB)

o Contactpersoon MIRA: Caroline De Geest (c.degeest@vmm.be)