Deel deze pagina

Verzenden

Wereldwaterdag: Vlaams waterverbruik daalt

Het waterverbruik lag in 2009 10 % lager dan in 2000. Na een periode van stabilisatie, daalde het waterverbruik vooral in het tweede deel van het voorbije decennium. De overheid speelt daarin een sturende rol met een aangepast beleid van vergunningen, heffingen en sensibiliseringscampagnes. Daarnaast spelen de toegenomen prijs van leidingwater en de economische crisis ook een rol.

Volgens de laatste cijfers verbruikt de Vlaming in het huishouden gemiddeld 100 liter leidingwater per dag, wat dagelijks 10 liter minder is dan in 2000. Daarmee scoort Vlaanderen vrij goed in vergelijking met andere Europese landen. Wellicht ligt een combinatie van factoren aan de basis van deze evolutie. Vlamingen zijn zich meer en meer bewust van de kostbaarheid van water, waardoor we ook ons gedrag aanpassen. Het laatste decennium werd het ook steeds eenvoudiger om spaarzaam om te gaan met water dankzij de inburgering van innovaties, zoals de spaarknop op toiletten, zuinigere was- en vaatwasmachines ... Bovendien zorgt de verplichte aanwezigheid van een regenwaterput in nieuwbouwwoningen voor de mogelijkheid om nog meer op leidingwater te besparen. Zo kan je bijvoorbeeld een derde van het leidingwater besparen door het toilet te spoelen met regenwater.

In het tweede deel van het vorige decennium is ook het totale waterverbruik (exclusief koelwater) in de industrie sterk geslonken. Nadat het waterverbruik nagenoeg constant bleef in de periode 2000-2006, kwam er een daling met iets meer dan 20 % tussen 2006 en 2009. Naast de reeds vermelde factoren, speelt hier wellicht ook de financieel-economische crisis een rol.

De landbouwsector is eveneens een belangrijke waterverbruiker. Tot op heden is de onzekerheid over het waterverbruik echter nog groot. De bescherming van de waterreserves is niet enkel belangrijk voor het leefmilieu, maar ook voor de landbouwsector zelf.

Het waterverbruik gaat stapvoets de juiste richting uit, maar een hogere efficiëntie is nodig. Onze hoge bevolkingsdichtheid, intensieve industrie en landbouw op een beperkte oppervlakte zorgen ervoor dat de druk op de watervoorraden in Vlaanderen groot is. Bovendien wordt verwacht dat de kansen op ernstige watertekorten zullen toenemen door de klimaatverandering. Bij langdurige droogte komt het oppervlaktewater al eens laag te staan en in verschillende grondwaterlichamen worden nog steeds systematische dalingen vastgesteld. Door de grondwatervergunningen in de probleemgebieden verder af te bouwen en de grondwaterheffingen gebiedsgericht aan te passen, wordt deze druk al enigszins verminderd.

Om onze watervoorraden in stand te houden, is het niet alleen noodzakelijk om een duurzaam voorraadbeheer te voeren, maar moet ook de watervraag aangestuurd worden. In de eerste plaats moeten we ons waterverbruik nog verder verminderen. Daarnaast kan ingezet worden op het doorgedreven hergebruik van water in industrie en landbouw en het gebruiken van alternatieve waterbronnen. Het gebruik van regenwater biedt bijvoorbeeld nog mogelijkheden.