Deel deze pagina

Verzenden

Nieuw MIRA-onderzoeksrapport: Inzet van biologisch afval - Gevalstudie niet-verontreinigd houtafval

Door de toenemende aandacht voor de klimaatverandering en de daaraan gekoppelde stimulansen voor hernieuwbare energiebronnen is het gebruik van biologisch afval als brandstof versterkt in de belangstelling gekomen. Productie van elektriciteit en warmte op basis van biologisch afval wordt immers als CO2-neutraal beschouwd. Niet elke vorm van energetische valorisatie zorgt echter voor een even grote CO2-reductie. Bovendien kan ook recyclage van biologisch afval zorgen voor een verminderde CO2-uitstoot. Voor het klimaatbeleid is het dus van belang om voor elke biologische afvalstroom te weten welke verwerkingsoptie de grootste CO2-reductie oplevert.

Het eerste deel van dit onderzoeksrapport toont hoeveel biologisch afval er in 2005 was, hoe het werd verwerkt, hoeveel elektriciteit en warmte ermee werd geproduceerd en hoeveel CO2-emissies hiermee werden vermeden in Vlaanderen.

In het tweede deel van het rapport wordt voor niet-verontreinigd houtafval de vermeden CO2-uitstoot voor verschillende opties van energetische valorisatie en recyclage vergeleken. Energetische valorisatie met elektriciteitsopwekking wordt ondersteund door onder andere groenestroomcertificaten. Met de methode van de onrendabele top werd, voor de situatie in 2008, nagegaan of de opties met de grootste CO2-reductie ook het meest worden ondersteund. Het is belangrijk te vermelden dat de cijfers met betrekking tot valuta en (vermeden) CO2-emissies enkel dienen ter vergelijking en niet als absolute cijfers buiten deze context mogen worden gebruikt. Ze zijn immers berekend voor de waarden die geldig waren in het jaar 2008 en vertegenwoordigen als dusdanig een momentopname.

o Lees het volledige rapport 'Inzet van biologisch afval – Gevalstudie niet-verontreinigd houtafval'

o Contactpersoon MIRA: Erika Vander Putten (e.vanderputten@vmm.be)