Deel deze pagina

Verzenden

Milieuschadekosten stroomproductie in kaart gebracht

Elektriciteitsproductie leidt tot heel wat negatieve milieu-effecten. Door de verschillende effecten uit te drukken in monetaire termen (euro) kan de totale milieu-impact of schadekost van stroomproductie in beeld worden gebracht. Die schadekost is een goed vergelijkingspunt bij kosten-batenanalyses van impactbeperkende maatregelen. Schadekosten kunnen ook worden gebruikt als maatstaf voor (financiële) stimuli: bij een efficiënt beleid komt een taks overeen met de marginale schadekost, of een subsidie met de vermeden marginale schadekost.

In opdracht van MIRA becijferde VITO de totale schadekost van stroomproductie in Vlaanderen voor de jaren 2000-2008. Daarbij werd rekening gehouden met: 

1. de volledige levenscyclus van een bepaalde technologie: de constructiefase, de brandstofvoorziening, de eigenlijke werking en de finale ontmanteling;
2. de gezondheidseffecten van diverse emissies, bijdrage aan de klimaatverandering, impact op landbouw en op materialen en gebouwen, impact van verzurende en vermestende emissies op de biodiversiteit, stralingsrisico in alle stadia van de nucleaire brandstofcyclus, risico op ongevallen, biodiversiteitverlies ten gevolge van landgebruik, visuele hinder en geluidshinder.

Ook de schadekosten onder de 3 scenario’s*  van de Milieuverkenning 2030 werden bepaald. Daarnaast omvat het onderzoeksrapport ook een inschatting van de mate waarin deze schadekosten verrekend worden in de stroomprijs. De gegevens weerspiegelen de meest recente stand van kennis over milieudruk, impacts en hoe deze te waarderen. De studie omvat heel uiteenlopende impacts en risico’s, en voor sommige staat de inschatting nog in haar kinderschoenen (bv. biodiversiteit) of is ze van nature uit zeer complex en bijwijlen controversieel (nucleaire risico’s, klimaatverandering). Dit neemt niet weg dat hieruit interessante lessen kunnen getrokken worden.

Enkele conclusies uit het rapport:
  • De schadekosten van hernieuwbare technologieën (vooral wind-, water- en zonne-energie) liggen veel lager dan de schadekosten van conventionele niet-hernieuwbare technologieën (voornamelijk kolen- of gascentrales). Ook voor de nucleaire elektriciteitsproductie is het gekende deel van de schadekosten laag (eerste figuur).
  • CO2-opvang en ondergrondse opslag (zogenaamde CCS-technologie) kan de schadekost van centrales op fossiele brandstoffen beperken. Toch blijft ook dan die schadekost nog een veelvoud van de schadekost bij wind- en zonne-energie en bij kerncentrales (eerste figuur).
  • In de periode 2020-2030 zijn de schadekosten per eenheid geproduceerde stroom bij centrales op fossiele brandstoffen van dezelfde grootte als de productiekosten. De totale maatschappelijke**  kost (= som van productiekosten en schadekosten) van stroom geproduceerd in dat type centrale ligt dus ongeveer dubbel zo hoog als de ‘gekende’ productiekost. Voor nucleaire centrales, fossiele centrales met CCS en voor hernieuwbare technologieën zijn de schadekosten merkelijk kleiner dat de productiekosten.
  • Ondanks een lichte stijging (+2%) van de stroomproductie in Vlaanderen, daalde de bijhorende schadekost van 779 miljoen euro in 2000 naar 457 miljoen euro in 2008 (-41%). Vooral de schadekost afkomstig van oude kolencentrales viel terug van 556 naar 186 miljoen euro door de verminderde inzet van kolencentrales en de installatie van nageschakelde zuiveringstechnieken.
  • De komende 2 decennia neemt de schadekost van stroomproductie in Vlaanderen toe in de 3 scenario’s van de Milieuverkenning 2030 (tweede figuur, vergeleken met 2010). Dit komt slechts ten dele door een stijgende elektriciteitsvraag/-productie (+ 30% à 40% tussen 2008 en 2030) en de uitfasering van kerncentrales. Verder komt dit doordat de schadekost van eenzelfde emissie stijgt in de tijd om verschillende redenen: vooral een combinatie van de toenemende schadekost per ton CO2 om de globale opwarming beneden de 2°C te houden, van de hogere schadekost per ton polluent door stijgende achtergrondconcentraties in de lucht, van de toenemende welvaart en van de bevolkingsaangroei doet de schadekosten hoger oplopen.
  • De impactverschillen van diverse types stroomproductie zitten onvoldoende verrekend in de elektriciteitsprijzen betaald door eindgebruikers.
  • In de toekomstige stroomvoorziening zal de belangrijkste component van de schadekosten de uitstoot van CO2 zijn. Indien nieuwe beleidsmaatregelen een groter deel van de schadekosten verrekenen in de stroomprijs, zullen op termijn ook verschuivingen optreden naar de technologieën met lagere maatschappelijke kosten (= productiekosten + schadekosten).
* In het referentiescenario wordt verondersteld dat het bestaand beleid per 1 april 2008 ongewijzigd verder gezet wordt. In het Europa-scenario en visionair scenario wordt verondersteld dat bijkomende maatregelen genomen worden om de Europese milieudoelstellingen 2020-2030 te halen, respectievelijk de klimaatverandering sterk af te remmen met het oog op een duurzame toekomst. 
** Is een synoniem voor ‘sociale kost’.

Lees meer over de waardebepaling van milieu-effecten door stroomproductie in Vlaanderen in het onderzoeksrapport ‘Schadekosten van huidige en toekomstige elektriciteitsproductie in Vlaanderen - Schadekosten en inschatting aandeel externe kosten’.
o Contactpersoon: Johan Brouwers (j.brouwers@vmm.be)

De schadekosten van luchtverontreiniging en klimaatverandering die in deze studie berekend werden, zijn gebaseerd op de resultaten van de studie: Actualisering van de externe milieuschadekosten (algemeen voor Vlaanderen) met betrekking tot luchtverontreiniging en klimaatverandering.
o Contactpersoon hiervoor: Line Vancraeynest (l.vancraeynest@vmm.be)

Figuur 1: Schadekost elektriciteitsproductie per type installatie voor de volledige levenscyclus (constructie + brandstofvoorziening + werking + ontmanteling) en opgedeeld naar effect, ingeschat voor Vlaanderen in 2020
Figuur Schadekost elektriciteitsproductie per type installatie voor de volledige levenscyclus (constructie + brandstofvoorziening + werking + ontmanteling) en opgedeeld naar effect, ingeschat voor Vlaanderen in 2020
Link naar achterliggende data figuur 1 (excel, 39,0 KB)

Figuur 2: Schadekost stroomproductie in Vlaanderen in de periode 2000-2008 en onder 3 scenario’s (2010-2030)
Figuur Schadekost stroomproductie in Vlaanderen in de periode 2000-2008 en onder 3 scenario's (2010-2030)
Link naar achterliggende data figuur 2 (excel, 25,0 KB)

Contactpersoon MIRA: Johan Brouwers (j.brouwers@vmm.be)