Deel deze pagina

Verzenden

Emissie van broeikasgassen door transport

Deze indicator gaat na hoe de totale emissie van broeikasgassen evolueert over de jaren voor de sector transport. De volgende gassen die onder het Kyotoprotocol vallen zijn van belang voor transport: CO2, CH4, N2O, HFK’s en PFK’s. De verschillende broeikasgassen hebben een verschillend opwarmend effect, de som wordt uitgedrukt in CO2-equivalenten. De indicator geeft naast de totale broeikasgasemissie door transport ook de bijdrage per broeikasgas en het aandeel per modus.
De emissie van transport omvat de emissie van het wegverkeer, het spoor (enkel diesel), de binnenvaart, de binnenlandse zeescheepvaart en de luchtvaart. Overeenkomstig de Kyotoverplichtingen is dit enkel de binnenlandse luchtvaart, met naast het gebruik van vliegtuigbenzine ook een deel kerosine. Binnenlandse zeescheepvaart omvat alle trafiek van schepen die reizen tussen Vlaamse havens. Ook zandwinning op zee, baggeractiviteit en sleepboten vallen hieronder. In de huidige rapportering wordt ook de visserij inbegrepen bij de binnenlandse zeescheepvaart. Dit is een wijziging t.o.v. vorige MIRA-rapporteringen.
De bron en de methodologie voor het bepalen van het aantal gereden kilometers door het wegverkeer, nodig voor de emissieberekening, wijzigde vanaf 2013. De FODMV leverde de data voor de periode 2000-2012, vanaf 2013 was dit het Vlaams Verkeerscentrum. De gewijzigde methodologie leidde tot een verminderde inschatting van het totaal aantal gereden kilometers met 1 %. De activiteit van de personenwagens werd lager ingeschat, vooral op landelijke wegen. Er werd wel meer zwaar vervoer ingeschat, vooral meer in steden/dorpen maar minder op snelwegen. Door deze wijzigingen zijn de emissies 2000-2012 dan ook niet volledig vergelijkbaar met die van de daaropvolgende jaren.

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport Ć  la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

reeks 2000-2012 niet volledig vergelijkbaar met volgende jaren door wijziging in methodologie

Bron: VMM (www.milieurapport.be)
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

Broeikasgasemissies van transport dalen niet

Globaal gaat de broeikasgasemissie van transport nog steeds in stijgende lijn. In de periode 2000-2007 steeg de emissie verder met 9 %. Door de financieel-economische crisis was er een daling in 2008 en 2009. Sedertdien is er terug een lichte stijging merkbaar. Ondanks de stijgende brandstofefficiëntie van voer- en vaartuigen en een stijgend gebruik van biobrandstoffen (die als CO2-neutraal beschouwd worden), daalde de emissie van broeikasgassen nog steeds niet omdat de activiteit nog verder stijgt. 

In 2014 bedroeg de emissie van broeikasgassen door de sector transport 14 389 kton CO2-eq. Het wegvervoer was veruit de belangrijkste emissiebron. Het personenvervoer over de weg was verantwoordelijk voor 58 % van de broeikasgasemissie, het goederenvervoer voor 39 %. De scheepvaart (binnenvaart en binnenlandse zeescheepvaart) maakte 3 % uit. Het aandeel van het spoor en de luchtvaart is miniem, voor spoor gaat het namelijk enkel over de emissies van de dieseltreinen en voor de luchtvaart enkel over de binnenlandse vluchten.

CO2 is en blijft het broeikasgas bij uitstek. CO2 was in 2014 verantwoordelijk voor 97 % van de uitstoot aan broeikasgassen door transport, gewogen naar het broeikaspotentieel. Het verloop van de emissie van broeikasgassen door transport volgt dan ook het verloop van de CO2-emissie. Hoewel de meeste vervoermiddelen energiezuiniger werden steeg de CO2-emissie van transport tussen 2000 en 2007 door een stijgende activiteit, vooral het vrachtvervoer over de weg steeg fors. Na de crisis steeg zowel de activiteit van het personenvervoer als het goederenvervoer (lichte en zware vracht samen) over de weg opnieuw. De CO2-emissie van het goederenvervoer stabiliseerde tussen 2010 en 2012 omdat vooral de lichte vracht steeg. De CO2-emissie van personenvervoer over de weg steeg tussen 2010 en 2012. In 2014 lag de CO2-emissie van goederenvervoer over de weg 2 % hoger dan in 2013, die van personenvervoer bleef status quo.

De emissie van het broeikasgas CH4 daalde sedert 2000 en is met een aandeel van 0,1 % in 2014 verwaarloosbaar voor de sector transport.

In 2000 bedroeg de uitstoot van N2O door transport 133 kton CO2-eq. In 2005 was dat een kwart lager, daarna steeg de emissie terug. In 2014 was de uitstoot 147 kton CO2-eq, dit is 1 % van de totale uitstoot van broeikasgassen door transport. Vooral het wegverkeer is verantwoordelijk. De uitstoot van het personenvervoer daalde tussen 2000 en 2005 omdat het aandeel diesels in het wagenpark steeg. N2O of lachgas komt namelijk vooral bij benzine- en LPG-wagens vrij tijdens het verbrandingsproces in de motor. Daarnaast is het ook een bijproduct gevormd in de katalysator van benzinevoertuigen, net zoals ammoniak. De katalysator reduceert de stikstofoxides NO2 en NO tot N2. Maar door slijtage verloopt de reductiereactie niet volledig. Meer recent bevatten dieselwagens nabehandelingssystemen (oxidatiekatalysatoren en roetfilters) en stoten daardoor meer N2O uit dan oudere dieselvoertuigen. Er was dan ook een lichte stijging van de N2O-emissie van het personenvervoer de laatste 10 jaar. Ook recente vrachtwagens (vanaf EURO IV) met nabehandelingssystemen stoten een aanzienlijke hoeveelheid N2O uit. Door de vernieuwing van het vrachtwagenpark steeg ook de N2O-emissie van het goederenvervoer sinds 2007.

Het gebruik van koelwagens en airco’s geeft aanleiding tot lekkage van koelvloeistoffen. De forse stijging van de HFK’s tussen 2000 en 2014 is te wijten aan de hogere aanwezigheid van luchtconditioneringssystemen in voertuigen. In 2014 bedroeg de emissie van HFK’s 310 kton CO2-eq, 2 % van de totale emissie van broeikasgassen door transport. Gekoeld transport leidde tussen 2000 en 2010 tot een miniem aandeel broeikasgassen o.v.v. PFK’s. Sedert 2011 worden geen PFK’s meer gebruikt in transport.

Vlaamse broeikasgasemissies: aandeel van transport 22 % in 2014

Voor de internationale broeikasgasrapportering in het kader van het Kyotoprotocol geldt een iets andere invulling van de sector transport. Om het aandeel van transport te berekenen moet een extra bijdrage voor de broeikasgasemissie van het wegverkeer toegevoegd worden, naast de emissie van de sector transport zoals beschouwd door MIRA. Dit surplus is een correctie voor de totale brandstofverkoop. Het vloeit voort uit een verschil tussen de emissies berekend uitgaande van het aantal gereden kilometers in de regio’s en de gerapporteerde emissies op basis van federale brandstofverkoopcijfers voor het wegverkeer. Daarnaast moet ook voor de visserij een surplus bijgeteld worden om de totale hoeveelheid verkochte brandstof in rekening te brengen. Voor 2014 leidde dit tot een extra emissie van 1663 kton CO2-eq, wat de totale emissie van broeikasgassen van transport op 16 052 kton CO2-eq bracht. Dit was 22 % van de totale Vlaamse emissie. Er dient verder nog opgemerkt dat internationaal ook het transport van aardgas bij transport gerekend wordt, bij MIRA valt dit onder de sector energie.

Wat de eerste Kyotoperiode betreft moest Vlaanderen tegen 2008-2012 de broeikasgasuitstoot reduceren met 5,2 % t.o.v. 1990. Deze doelstelling werd ruimschoots gehaald voor de ETS- en niet-ETS-sectoren als geheel (Voortgangsrapport 2012). Er was echter wel een tekort voor de niet-ETS-sectoren. De nog steeds stijgende broeikasgasemissie van transport is daar mee verantwoordelijk voor.

In het kader van het Europese Energie- & Klimaatpakket moet België voor de sectoren die niet onder het ETS-systeem vallen, 15 % minder broeikasgassen uitstoten in 2020 dan in 2005. Transport hoort bij de niet-ETS-sectoren, maar de luchtvaart werd vanaf 2013 opgenomen in het ETS-systeem. In tegenstelling tot de vorige Kyotoperiode moet de reductie in de periode 2013-2020 gebeuren volgens een lineair afnemend pad met jaarlijkse reductiedoelstellingen en afrekeningen. Op 4 december 2015 werd een akkoord gesloten over de verdeling van de vereiste Belgische inspanningen. Vlaanderen zal haar uitstoot van broeikasgassen verminderen met 15,7 % ten opzichte van het referentiejaar 2005. De doelstelling geldt voor alle niet-ETS-sectoren samen, er is geen aparte doelstelling voor transport.

Ook maatregelen voor transport nodig

Het op 28 juni 2013 goedgekeurde Vlaams Klimaatbeleidsplan 2013-2020 bevat maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen verder in te dijken. Voor transport ligt de focus voornamelijk op het wegverkeer, maar er zijn ook maatregelen voor de binnenvaart. Vlaanderen zet in op volgende beleidslijnen:
- een beheersing van het aantal voertuigkilometers over de weg: o.a. door rekeningrijden, auto- en fietsdelen, telewerken, uitbouw voorzieningen fiets en openbaar vervoer volgens STOP-principe, duurzame logistiek
- een verbetering van de milieukenmerken van de voertuigvloot en hun brandstoffen: o.a. door de hervorming van de verkeersbelasting, stimuli voor elektrisch vervoer, uitbouw laadpunten, subsidie voor vrachtwagens op aardgas, hybride bussen bij De Lijn, ondersteunen van productie en distributie van de nieuwste generatie biobrandstoffen, sensibilisatie
- een energiezuinig rij- en mobiliteitsgedrag: o.a. door hervorming rijexamen en rijopleiding, trajectcontrole, milieuvriendelijke weginrichting, optimalisatie van verkeerslichtenregeling
- congestievermindering waarbij modale verschuiving een belangrijke pijler is: o.a. door uitbouw sterk en slim binnenvaartnetwerk via Infrastructuur Masterplan voor de Vlaamse waterwegen
- efficiëntieverbeteringen in de scheepvaart: o.a. door eventuele premies voor emissiereducerende technologieën, uitbouw reglementair en logistiek kader voor LNG, bevorderen van gebruik walstroom, gedifferentieerde havengelden o.b.v. milieukenmerken zeeschepen, 3E binnenvaartactieplan voor een duurzame binnenvaart
Een aantal van deze maatregelen zijn reeds genomen, andere zijn gepland of voorgesteld. Om echter op lange termijn de impact van transport te verminderen zijn fundamentele maatschappelijke wijzigingen nodig zowel op economisch, technologisch als ruimtelijk vlak.

 

Meer info

Meer info over de energie-efficiëntie van nieuwe voertuigen vindt u in de fiche CO2-emissie van nieuwe personenwagens. De fiche Hernieuwbare energie voor transport geeft meer uitleg over het gebruik van biobrandstoffen door transport

Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht