Deel deze pagina

Verzenden

Personenkilometers van personenvervoer

 

De transportstromen zijn een maat voor de activiteit van de sector transport. De transportstromen van het personenvervoer worden geëvalueerd aan de hand van de personenkilometers afgelegd met privévoertuigen over de weg (auto, moto en autocar), met het openbaar vervoer over de weg (lijnbus en tram) en met de trein.

Tot 2012 berekende de FOD MV zowel de federale als de gewestelijke data voor het aantal kilometers afgelegd met de auto, moto of autocar o.b.v. data van de gewesten. Maar de federale en gewestelijke administraties beslisten dat vanaf 2013 de gewesten volledig verantwoordelijk werden voor de berekening van het aantal kilometers. De door Vlaanderen gebruikte methodologie verschilt van de vroeger door de FOD MV gebruikte methode. De data voor 2013 zijn dan ook niet vergelijkbaar met de data 2000-2012.

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport Ć  la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Reeks 'auto' bevat, in tegenstelling tot voorgaande rapportering, geen aandeel van de bestelwagens meer. Methode gewijzigd waardoor cijfer 2013 voor auto, moto en autocar niet vergelijkbaar met reeks 2000-2012

Bron: De Lijn, FOD MV, NMBS (www.milieurapport.be)
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

Openbaar vervoer stagneerde in 2012-2013

De transportstromen van het personenvervoer, uitgedrukt in personenkilometers (pkm), zijn een maat voor de activiteit van de sector transport. In de periode 2000-2006 stabiliseerde het aantal personenkilometers afgelegd met de auto/moto. Sedert 2007 is er terug een stijging van het aantal pkm, met uitzondering van het crisisjaar 2009. In 2012 lag het aantal pkm afgelegd met de auto/moto 10 % hoger dan in 2000. Het vervoer met de auto/moto steeg in Vlaanderen sedert 2000 minder snel dan voorheen. De toegenomen verzadiging van de wegen kan hiervoor een verklaring zijn. De toename van het wegverkeer in het laatste decennium was hoofdzakelijk een gevolg van het groeiende wagenpark. Het gemiddeld aantal jaarlijks afgelegde kilometers per personenwagen kende een licht dalende trend. Het cijfer voor 2013 kan niet vergeleken worden met de reeks 2000-2012. Niet alleen de methode voor het berekenen van het aantal gereden kilometers is veranderd, ook het bepalen van de bezettingsgraad van de wagens berust op een gewijzigde methode. Die laatste wijziging maakt dat het aantal pkm in 2013 lager is dan in 2012.

Het vervoer per autocar kende een schommelend verloop. Na een eerder stijgende trend met een piek in 2007 keerde deze trend om. Pas in 2012 kwam er opnieuw een kentering. Door de gewijzigde methode ligt het cijfer voor 2013 veel hoger dan voor 2012. In de periode 2000-2010 steeg het openbaar vervoer met de lijnbus/tram spectaculair. Een gericht prijzenbeleid en een verruimd aanbod stimuleerden het gebruik. Het aantal personenkilometers verdubbelde. Door bezuinigingen bij de Lijn kromp het aanbod in 2011. Dit leidde tot een kentering. De drie laatste jaren was er een lichte daling van het aantal personenkilometers, dat 5,2 miljard bedroeg in 2013. Bij het spoor bleef het aantal personenkilometers stijgen, in 2012 en 2013 weliswaar minder sterk dan voordien. In 2013 werden in Vlaanderen 6,5 miljard pkm afgelegd met de trein, dat is 48 % meer dan in 2000. Als het openbaar vervoer als geheel bekeken wordt, dan blijkt dat er in Vlaanderen in 2012-2013 een stagnatie optrad voor wat betreft het aantal afgelegde personenkilometers.

Modale aandeel van auto/moto daalde niet verder de laatste jaren

Het totaal aantal personenkilometers (privé en openbaar vervoer) afgelegd in Vlaanderen bleef het laatste decennium stijgen. In 2012 lag het 15 % hoger dan in 2000 en bedroeg 80,25 miljard pkm.

In 2012 was de modale verdeling van het personenvervoer:
  • 80 % voor de auto en moto
  • 7 % voor de lijnbus en tram
  • 8 % voor de trein
  • 5% voor de autocar

In 2000 was de modale verdeling van het personenvervoer:

  • 84 % voor de auto en moto
  • 4 % voor de lijnbus en tram
  • 6 % voor de trein
  • 6% voor de autocar

Het openbaar vervoer realiseerde wel een beperkte modale verschuiving, maar de auto blijft nog steeds dominant. In de periode 2000-2007 daalde het modale aandeel van de auto/moto, maar de laatste jaren wijzigde dat aandeel bijna niet meer.

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht