Deel deze pagina

Verzenden

Aantal nieuwe voertuigen aangedreven met alternatieve energie

Voertuigen aangedreven met alternatieve energie (aardgas, elektriciteit, hybride en waterstof) zijn globaal gezien milieuvriendelijker dan voertuigen aangedreven met conventionele brandstoffen (benzine, diesel en LPG) en kunnen bijdragen aan meer duurzame mobiliteitssystemen. Het aantal nieuw verkochte voertuigen op alternatieve brandstof of aandrijflijn (AMF of Alternative Motor Fuels and Technologies) geeft een indicatie van de penetratie van deze voertuigen in de vloot. De huidige data hebben betrekking op alle nieuwe wagens ingeschreven in een bepaald jaar, ook deze die datzelfde jaar terug uitgeschreven zijn.
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport Ć  la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Bron: VITO o.b.v. DIV (aankooptransacties doorheen 20xx)
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

Aandeel nieuwe alternatieve personenwagens blijft laag, 2,9 % in 2015

Zowel op federaal als op Vlaams niveau werden verschillende fiscale maatregelen genomen die de aankoop van alternatieve voertuigen stimuleren. Een aantal maatregelen werden in de loop der jaren terug afgeschaft.

Maatregelen op federaal niveau:

  • elektrische bedrijfswagens zijn voor 120 % fiscaal aftrekbaar, bedrijfswagens die tot 60 g CO2/km uitstoten zijn voor 100 % fiscaal aftrekbaar.
  • een korting via de personenbelasting van 30 % van de aankoopprijs voor een elektrische personenwagen. Deze korting werd begin 2013 afgeschaft.
  • de ecopremie gaf een directe korting op factuur van 15 % van de aankoopprijs voor voertuigen die minder dan 105 g CO2/km uitstoten en van 3 % voor voertuigen die tussen 105 g en 115 g CO2/km uitstoten. Sedert begin 2012 werd de ecopremie afgeschaft.

Maatregelen op Vlaams niveau:

  • ecologiepremie voor bedrijven bij aankoop van een hybride, elektrisch of aardgasvoertuig en bij installatie van laad- en tankinfrastructuur voor deze technologieën. Sedert 17 november 2014 komen deze technologieën en infrastructuren niet meer in aanmerking voor een ecologiepremie. Momenteel is er enkel een ecologiepremie voorzien voor bedrijfswagens op waterstof en hun tankinfrastructuur.
  • vrijstelling van BIV (belasting op inverkeerstelling) voor elektrische en plug-in hybride voertuigen, leasingwagens uitgezonderd. Voor aardgaswagens werd in de in 2012 hervormde BIV een correctiefactor op de CO2-uitstoot toegepast omwille van een lagere emissie bij de productie van de brandstof. Vanaf 2016 zijn aardgasvoertuigen vrijgesteld van BIV.
  • Sedert 2014 kunnen bedrijven en particulieren bij de aankoop van een aardgasvoertuig (CNG-voertuig) een premie krijgen van de aardgasfederatie. Door het grote succes werd de actie voor Vlaanderen voor 2016 reeds afgesloten op 28 januari.
  • Vanaf 2016 zijn elektrische, plug-in hybride voertuigen en aardgaswagens vrijgesteld van jaarlijkse verkeersbelasting, leasingwagens uitgezonderd.
  • In 2016 kunnen particulieren genieten van een zero-emissiepremie tot 5 000 euro bij de aankoop van een 100 % elektrische wagen (op batterijen of brandstofcellen). Vanaf 2017 zakt de premie elk jaar.

Het totaal aantal nieuwe alternatieve personenwagens is in de periode 2008-2015 vertienvoudigd, van 830 stuks in 2008 tot 8 169 stuks in 2015. Na de crisis van 2008-2009 was er een sterkere stijging in 2010-2011. In 2012-2013 was de groei veel kleiner. Na een forse stijging met 60 % in 2014 viel de jaarlijkse groei in 2015 terug tot 15 %. Het aandeel nieuwe alternatieven blijft nog steeds zeer gering. In 2015 maakten ze 2,9 % uit van het nieuwe personenwagenpark. De hogere aankoopprijs van de voertuigen speelt daar zeker een rol in. Ook de beperkte tank- en laadinfrastructuur en geringe actieradius van de batterij elektrische wagens zijn belangrijke hinderpalen voor een verdere doorbraak. In 2015 kozen bedrijven meer voor alternatieven dan particulieren, maar de fiscale gunstmaatregelen waren voor beiden ook verschillend. Het aandeel was 4,0 % voor de nieuwe bedrijfswagens en 1,7 % voor de nieuwe privéwagens.

Reeds vóór 2008 werden er hybride voertuigen aangekocht. Zij hadden het voordeel t.o.v. de andere alternatieve voertuigen dat er reeds een onderhoudsnetwerk uitgebouwd was. Ook de federale ecopremie stimuleerde de aankoop van hybriden in de periode 2005-2011. Bovendien verruimde het aanbod aan hybride voertuigen verder. In 2012 stopte de stijgende trend, mee te wijten aan het schrappen van de federale ecopremie voor energiezuinige wagens. Vanaf 2012 werden er voor het eerst ook hybride dieselwagens gekocht, naast hybride benzinewagens. Ook in 2013 werden minder hybrides gekocht dan in 2011. Het aantal hybrides piekte in 2014, in 2015 liep het terug tot 4 776 (-5 %). 60 % van de nieuwe hybrides waren bedrijfswagens in 2015, 40 % privéwagens. Het merendeel van de nieuwe hybriden waren benzines (81 % in 2015).

De batterij van plug-in hybride voertuigen kan extern opgeladen worden via het elektriciteitsnet. De afstand die de bestuurder volledig elektrisch aflegt, wordt op die manier groter dan bij de andere hybride voertuigen. Als de bestuurders de batterij van de plug-in ook daadwerkelijk opladen, zijn de plug-in hybriden milieuvriendelijker dan de klassieke hybriden. De aankoop van plug-in hybriden startte in 2011. In 2012 steeg hun aantal mede door de Vlaamse Proeftuin Elektrische Voertuigen. In 2013 kwamen er vijf nieuwe modellen bij en was er een stijging met 15 %. Vooral diesel plug-ins zaten in de lift. In 2014 verhoogde het aantal nieuwe plug-ins met een factor 2,5, in 2015 met ongeveer een factor 3 tot 1 860 stuks. Plug-ins worden voornamelijk als bedrijfswagen aangeschaft (93 % in 2015). De meer voordelige fiscale aftrekbaarheid t.o.v.. de meeste andere brandstoftypes verklaart dit aandeel. Het merendeel van de nieuwe plug-ins waren benzines (86 % in 2015).

Het aantal nieuwe batterij elektrische wagens (BEV) steeg vanaf 2009, maar hun aandeel in het totaal aantal nieuwe wagens bleef beperkt tot 0,4 % in 2015. De Vlaamse Proeftuin Elektrische Voertuigen (2011-2014), met als doel innovatie en adoptie van elektrische en plug-in hybride voertuigen te faciliteren, had een positieve impact op het aantal nieuwe plug-in hybriden en elektrische voertuigen in 2012. Door het afschaffen van de federale premie voor elektrische voertuigen kochten minder particulieren een nieuwe elektrische wagen in 2013, waardoor het totaal aantal BEV’s stagneerde. De laatste twee jaar steeg het aantal opnieuw. Het gunstige fiscale regime zorgt ervoor dat elektrische wagens zeer aantrekkelijk zijn als bedrijfswagens. Slechts 9 % van de nieuwe BEV’s waren privévoertuigen in 2015.

In 2014 werd er voor het eerst één bedrijfswagen gekocht die gebruik maakt van waterstof als brandstof in een brandstofcel elektrisch voertuig, in 2015 waren dat er twee. Dit soort wagens is nog vrij duur. Men gaat ervan uit dat dit type wagens in de toekomst eerder zal gebruikt worden voor verplaatsingen over langere afstand. Ook de laadinfrastructuur voor deze wagens moet nog uitgebouwd worden. In april 2016 opende het eerste publieke waterstoftankstation in Vlaanderen.

Tussen 2008 en 2011 was er weinig evolutie in het aantal nieuwe aardgasvoertuigen. Om hun gebruik te stimuleren werd in 2011 de vergunning voor de installatie van aardgastankstations aantrekkelijker en meer haalbaar gemaakt. Ook voorzag de ecologiepremie tot eind 2014 in een tegemoetkoming voor voertuigen op aardgas en voor het installeren van laadinfrastructuur voor aardgas. De beschikbaarheid van tankstations en meer verschillende CNG-modellen stimuleerde de aankoop van CNG-wagens. De vanaf 2012 hervormde BIV begunstigde CNG-wagens. Tussen 2011 en 2014 steeg hun aantal, in 2014 zelfs met een factor 7. Dit laatste heeft waarschijnlijk te maken met de premie die vanaf 2014 werd toegekend door de aardgasfederatie ter gelegenheid van het autosalon. In 2015 was het succes minder groot, de premie halveerde dan ook. In 2015 kochten particulieren een derde van de nieuwe aardgasvoertuigen, de rest waren bedrijfswagens.

Beleidskaders voor alternatieven

Het Vlaams Klimaatbeleidsplan 2013-2020, goedgekeurd op 28 juni 2013, bevat een streefdoel voor de samenstelling van het nieuwe personenwagenpark tegen 2020. Het streefdoel bedraagt 10 % voor het totaal aan plug-in hybride en elektrische voertuigen en 3 % voor CNG/LPG-voertuigen. In 2015 steeg het aandeel nieuwe plug-in hybride en elektrische voertuigen van 0,5 % naar 1,0 %, het aandeel van nieuwe CNG/LPG-voertuigen daalde van 0,3 % naar 0,2 %.

De Europese Richtlijn 2014/94/EU legt de lidstaten op om tegen november 2016 nationale beleidskaders te maken voor de marktontwikkeling van schone brandstoffen voor voertuigen (elektriciteit, waterstof en aardgas). In functie van die richtlijn heeft Vlaanderen in december 2015 een actieplan ‘Clean Power for Transport’ goedgekeurd om alternatieve brandstoffen/voertuigen te stimuleren, met doelen voor het aantal alternatieve voertuigen en voor de uitrol van hun infrastructuur. Het nieuwe wagenpark moet 1 % plug-in hybriden bevatten in 2019 en 7,5 % BEV’s en 5 % CNG-wagens in 2020. In 2015 bedroeg dat aandeel 0,7 % voor plug-in hybriden, 0,4 % voor BEV’s en 0,2 % voor CNG’s. Eind 2014 schatte men het aantal openbaar toegankelijke elektrische laadpunten in Vlaanderen op 321, privé (gezinnen en bedrijven) waren dat er 3 361. Het doel voor het aantal publieke laadpunten bedraagt 7 436 in 2020. Het aantal CNG-tankstations bedraagt momenteel 52, het doel 2020 is 300. Voor waterstof zijn er momenteel 3 tankstations, het doel is 20 tegen 2020.

Ook de Lijn zet in op alternatieven

De Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn zette met het in gebruik nemen van 79 hybride dieselbussen (EURO V) duidelijk de richting naar AMF-voertuigen in. Deze hybride bussen resulteren in een brandstofbesparing van 20 tot 25 %. In 2014 besliste De Lijn om nog 123 hybride dieselbussen aan te kopen. Deze bussen zijn uitgerust met een EURO VI-motor en zijn geschikt voor het gebruik van B30 als brandstof, bestaande uit 70 % diesel en 30 % biodiesel. Ondertussen zijn bijna alle bussen geleverd. Na volledige levering zullen de hybride bussen 9 % uitmaken van de totale vloot van de Lijn.

Tegen eind 2014 werden ook 255 dieselbussen met EURO VI-motoren geleverd, geschikt voor het gebruik van B30 als brandstof. Op die manier kan een relatief snelle overschakeling gebeuren indien de duurzaamheid van biobrandstoffen de komende jaren sterk verhoogt met het beschikbaar komen van biobrandstoffen van de tweede generatie. Momenteel bevat diesel tot maximaal 7 vol % biodiesel.

Wat bussen op alternatieve brandstoffen betreft rijden er drie elektrische bussen in Brugge. In het kader van het Europese project High VLO City zet De Lijn in de regio Antwerpen sedert december 2014 vijf brandstofcelbussen op waterstof in. Dit project loopt nog tot eind 2018.

Wat elektrische fietsen betreft scoort België relatief hoog in vergelijking met de buurlanden. Zo was één op de acht verkochte fietsen elektrisch in 2013, ongeveer 50 000 over het hele jaar. In 2015 liep het aandeel verkochte e-bikes op tot bijna één op drie.

Het eindrapport ‘Vlaamse Proeftuin Elektrische Voertuigen’ stelt dat er op wereldvlak eensgezindheid heerst dat elektrische voertuigen samen met voertuigen op andere alternatieve brandstoffen deel zullen uitmaken van het toekomstige mobiliteitssysteem. Dit mobiliteitssysteem zal niet meer louter gebaseerd zijn op de verkoop van voertuigen met een bepaalde brandstof/aandrijflijn maar zal ook gebaseerd zijn op een dienstensysteem, bv. een deelsysteem. De regelgeving is veelal niet voorzien op deze nieuwe business-modellen en vergt aanpassing voor de introductie van deze nieuwe diensten. Naast nieuwe economische kansen kunnen elektrische voertuigen ook een rol spelen in nieuwe energieconcepten. In het kader van de uitbouw van smart grids kan hun batterij lokaal geproduceerde hernieuwbare energie opslaan en zo bijdragen aan een beter evenwicht van vraag en aanbod op de energiemarkt.

Meer info

De indicator ecoscore van nieuwe personenwagens  geeft meer info over de milieuvriendelijkheid van wagens met verschillende brandstoffen en aandrijflijnen

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht