Deel deze pagina

Verzenden

Emissie van verzurende stoffen door de landbouw

Deze indicator toont de emissie van de verzurende stoffen ammoniak (NH3), zwaveldioxide (SO2) en stikstofoxide (NOx) door de landbouwsector. Om de emissies van deze drie stoffen vergelijkbaar te maken, worden ze uitgedrukt in zuurequivalenten (Zeq). 

Verzurende stoffen en hun reactieproducten leiden tot verzuring van het milieu (lucht, water en bodem). De gevolgen zijn divers, gaande van een daling van de milieukwaliteit en biodiversiteit, gezondheidseffecten, tot herstelschade door corrosie van gebouwen. Bovendien houden de effecten van verzuring niet op aan de grenzen: verzurende componenten (in het bijzonder SO2 en NOx) kunnen over afstanden van meer dan 1000 km getransporteerd worden. 

Reactieproducten van verzurende emissies dragen bij tot de concentraties van secundair fijn stof in de atmosfeer. Daarnaast is NOx een voorloper van fotochemische luchtverontreiniging en is er een sterk verband tussen emissie van NH3 en vermesting.

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport Ć  la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Verloop

Sterke daling verzurende emissie, daarna stagnatie

Net als andere sectoren realiseerde de landbouwsector grote emissiereducties. De totaal potentieel verzurende emissie daalde met 58, 25 en 4 % ten opzichte van 1990, 2000 en 2010 (figuur 1). Vanaf 2004 is evolutie in de totale emissie beperkt. De landbouw blijft met een aandeel van 44 % in 2014 de belangrijkste bron van verzurende emissie in Vlaanderen. Hiervan wordt ruim 91 % verklaard door NH3, de rest door NOx (8 %) en SO2 (<1 %). NH3 komt als gas vrij uit (kunst)mest. NOx komt voort uit de bodem na mestgebruik en uit de verbranding van energiedragers. SO2 is een bijproduct van de verbranding van fossiele brandstoffen.

De dalende trend in verzurende emissie heeft o.a. bijgedragen tot het behalen van het Vlaamse emissieplafond van 45 kton NH3 in 2012 (MINA-plan 4, 2011-2015). De amendering van het protocol van Göteborg (2012) heeft geleid tot nieuwe, aangescherpte emissieplafonds tegen 2020. Voor stationaire bronnen (waarvan de landbouwsector deel uitmaakt) in Vlaanderen werden deze vastgelegd op 56,9 kton voor NOx, 41,2 kton voor NH3 en 44,5 kton voor SO2

Mest blijft voornaamste bron verzurende emissie

Verzuring is nauw verbonden met het gebruik en de opslag van (dierlijke) mest waarbij NH3 (en in mindere mate ook NOx) vervluchtigt (figuur 2). Kunstmestgebruik en uitrijden van dierlijke mest enerzijds (deelsector akker- en tuinbouw) en beweiding, mestverwerking en stalling/mestopslag anderzijds (deelsector veeteelt) zijn de voornaamste mest gerelateerde verzurende emissiebronnen. 

Afbouw van de veestapel, lagere stikstofinhoud van het veevoeder, emissiearme aanwending van dierlijke mest op akkers en weiden, bouw van emissiearme stallen en toenemende mestverwerking zorgden voor een daling van de NH3-emissies na 2000. Het laatste decennium stagneert de NH3 uitstoot echter, omdat een lichte toename van de veestapel (vanaf 2008) het effect van emissiearme stallen en mestgebruik niet lange compenseert.

De bijdrage van energetische bronnen aan verzuring door de landbouw is beperkter. De evolutie van SO2 toont een daling in de emissie tussen 1990 en 2000 met bijna 80 % (figuur 1). Redenen hiervoor zijn een lager zwavelgehalte in de stookolie (gebruikt voor serreverwarming) en de omschakeling van stookolie naar aardgas (figuur 2). 

Maatregelen gericht op ammoniakreductie

Met het oog op scherpere emissieplafonds tegen 2020 is verdere afname van verzurende stoffen in Vlaanderen aangewezen. In de landbouwsector zijn maatregelen hoofdzakelijk te vinden in de veeteelt via het beperken van de ammoniakemissie en het mestgebruik (NH3 en NOx). Mits bijkomende financiële inspanningen is er nog ruimte voor emissiebeperking door de uitbreiding van emissiearme stallen en de verlaging van de stikstofinhoud in veevoeders.

Naast een daling van de NH3 uitstoot kunnen emissiearme stallen ook zorgen voor een lagere geur- en fijn stofemissie (zie indicator Emissie van primair fijn stof door de landbouw). Emissiereductie van NH3 kan bovendien bijdragen tot een daling van de fijn stof concentratie in de lucht. 

Specifieke aanpak nodig in het kader van natuurbehoud

Een te hoge stikstofdepositie door verzuring en vermesting vormt een belangrijke drempel voor de uitvoering van het Europees en Vlaams natuurbeleid (zie ook indicator Oppervlakte natuur met overschrijding van de kritische last verzuring). Om zowel natuurdoelen te realiseren als de betrokken (landbouw)bedrijven met stikstofemissies een toekomst te geven, nam de Vlaamse regering in 2014 maatregelen onder de noemer van een Programmatische Aanpak Stikstof (PAS).

Dit nieuwe beleid beoogt een aangepast gebiedsgericht vergunningenbeleid voor bedrijfsactiviteiten waarvan de stikstofneerslag in Europees beschermde natuurgebieden op Vlaams grondgebied te hoog is (Natura 2000). Maatregelen die effectief bevonden zijn voor ammoniakreductie worden opgenomen in een PAS-lijst die in functie van nieuwe wetenschappelijke inzichten kan wijzigen. Naast ingrepen aan de stalinfrastructuur (innovatieve staltechnieken) bevat de lijst ook aanpassingen aan het voeder en maatregelen voor rundvee.

Meer info

Meer info over Natura 2000 en PAS:  Agentschap voor Natuur en Bos

Lijst van ammoniak-emissiereducerende maatregelen in het kader van PAS

Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht