Deel deze pagina

Verzenden

Emissie van primair fijn stof door de landbouw

Deze indicator toont de emissie van primair fijn stof door de landbouw. Dit zijn de deeltjes die ontstaan door gebruik van (landbouw)motoren (‘off-road’) en tijdens activiteiten in de veeteelt (o.a. voederen, gedroogde uitwerpselen,…) en in de akker- en tuinbouw (o.a. serre- en stalverwarming, grondbewerking,…).

De uitstoot van totaal stof en de fracties PM10, PM2,5 en elementair koolstof wordt hier weergegeven. Totaal stof omvat alle deeltjes die kleiner zijn dan 100 micrometer (µm). Deeltjes kleiner dan 10 en 2,5 µm worden aangeduid als PM10 en PM2,5. Elementair koolstof (EC) is een onderdeel van de PM2,5 fractie en ontstaat door onvolledige verbranding. 

Fijn stof is een belangrijke parameter in het bepalen van de luchtkwaliteit. Inademen van stofdeeltjes kan leiden tot korte en lange termijn gezondheidseffecten voor de mens. Hoe kleiner de stofdeeltjes hoe dieper ze via de luchtwegen in het lichaam terecht kunnen komen. Naast de duur van blootstelling is ook de chemische samenstelling van fijn stof van belang. Er zijn sterke aanwijzingen dat roet of deeltjes van organische oorsprong veel schadelijker zijn dan bijvoorbeeld bodemdeeltjes. 

Naast directe emissie van primair fijn stof draagt de landbouw ook bij tot de vorming van secundair fijn stof dat ontstaat door chemische reacties in de lucht. Ammoniak (NH3), voornamelijk afkomstig van mest, treedt op als een belangrijke voorloper van secundair fijn stof (zie indicator Emissie van precursoren van fijn stof).

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport Ć  la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Verloop

Belangrijk aandeel landbouw in fijn stof uitstoot 

Doelstellingen voor fijn stof emissie door de Vlaamse landbouw zijn er niet. Wetgeving is vooral gericht op reductie van de kleinere stofdeeltjes (PM2,5). Momenteel lopen onderhandelingen voor nieuwe Belgische emissieplafonds van PM2,5, met een voorlopig voorstel van 20 % reductie tegen 2020 en 47 % tegen 2030 (t.o.v. referentiejaar 2005). 

Het aandeel van de landbouwsector in de fijn stofemissie stijgt met de deeltjesgrootte. In 2014 zorgde landbouw voor 6, 27 en 41 % van de Vlaamse PM2,5, PM10 en totaal stof emissie. Alle drie de stoffracties vertonen een dalend verloop t.o.v. 2000 (-36, -15 en -10 % voor PM2,5, PM10 en totaal stof; figuur 1). Ondanks deze daling is het aandeel van de landbouw in de Vlaamse fijn stof emissie t.o.v. 2000 relatief constant gebleven (-2, +0,5 en +1 % voor PM2,5, PM10 en totaal stof ).

Grondbewerking als bron van totaal stof en PM10

Fijn stof groter dan 2,5 µm omvat vooral mechanisch gevormde deeltjes die door de wind of menselijke activiteiten in de lucht gebracht worden. Zo is ruim 60 % van het totaal stof en 37 % van PM10 afkomstig van opwaaiend stof of resuspensie (figuur 2).  Emissies uit de stalling verklaren het andere grote deel van de totaal stof en PM10 uitstoot (respectievelijk 35 en 59 %). De aanwezigheid van mest, voeding, ligmateriaal, huid- en haarschilfers, bouwmaterialen, insecten en micro-organismen in een stal zorgt voor stof. In volgorde van afnemend belang dragen de pluimvee-, de varkens- en de rundveehouderij bij tot deze emissies.

Vooral emissies in de stal zorgen voor PM2,5

Fijn stof PM2,5 bevat geen bodemdeeltjes. Ruim driekwart van dit fijn stof wordt in de stal geproduceerd, voornamelijk in de pluimveesector. Brandstofgebruik en off-road activiteiten verklaren 16 en 7 % van de PM2,5 uitstoot. Afname van PM2,5 emissie valt samen met een kleinere veestapel (vanaf 2008) en een verschuiving van (zware) stookolie naar aardgas als brandstofbron. Zo is de uitstoot van PM2,5 in de glastuinbouw (o.a. door serreverwarming) in 2014 gedaald tot op een vijfde van het niveau in 2000. Het gebruik van aardgas is in diezelfde periode gestegen van 28 tot 94 %.

Niet zo fijn stof: effecten op de gezondheid

Fijn stof wordt vaak in één adem genoemd met luchtkwaliteit en gezondheid. Dat komt omdat het van alle onderzochte milieufactoren ruim 70 % van de gezondheidsimpact in Vlaanderen verklaart. Elke inwoner van Vlaanderen verliest gemiddeld negen gezonde levensmaanden bij levenslange blootstelling aan huidige fijn stof niveaus (zie indicator Verloren gezonde levensjaren door blootstelling aan fijn stof). Er is geen veilige ondergrens: ook lage blootstelling resulteert in een meetbaar gezondheidseffect. De samenstelling van fijn stof in de veehouderij (in het bijzonder in de stal) is meestal gevaarlijker voor de gezondheid dan die afkomstig van bodembewerking. De deeltjes zijn niet alleen fijner (PM2,5 fractie), ze zijn ook een potentiële drager van ziektekiemen en toxische stoffen. Lange blootstellingsduur en hoge concentraties van dit organisch fijn stof zorgen ervoor dat fijn stof reductie in de stallen en sensibilisering van de veetelers een hoge prioriteit heeft.

Elementair koolstof nu ook bepaald

Meer en meer wordt het belang van de samenstelling, naast de grootte van de stofdeeltjes erkend. Daarom wordt sinds 2012 de uitstoot van elementair koolstof (EC) opgevolgd. In 2014 produceerde de landbouwsector 56 ton stof als EC (figuur 3). Dit is goed voor een aandeel van 2 % in de Vlaamse EC emissie. Bijna de helft hiervan komt vrij door off-road activiteiten, de andere helft door brandstofgebruik. Net zoals bij de uitstoot van PM2,5 droeg de omschakeling naar aardgas bij tot de daling in EC-emissies (daling van 250 % t.o.v. 2000).

Geïntegreerde aanpak voor fijn stof, erosie en ammoniak

Maatregelen om de fijn stof problematiek aan te pakken worden al genomen vanuit het oogpunt van erosiebestrijding (akker- en tuinbouw) en ammoniakreductie (veeteelt). Voor de akkerbouw kunnen bestaande erosiebestrijdingsmaatregelen zoals niet-kerend ploegen, inzaaien van groenbedekkers, aanplanten van hagen en behouden van blijvend grasland ingezet worden om fijn stof uitstoot te reduceren. Meer brongerichte maatregelen zijn o.a. oogsten bij lage windsnelheid of ploegen bij vochtige bodem.

Voor de veeteelt worden emissiearmestallen ingezet. Dit zijn ofwel emissiearmestalsystemen, volledig ontworpen en gebouwd met het oog op emissiereductie, ofwel traditionele stalsystemen met (nageschakelde) luchtwassers. Deze nageschakelde of ‘end-of-pipe’ technieken beschermen echter de veehouder, veearts en dier niet. Hiernaast kunnen ook (combinaties van) brongerichte aanpassingen aan het strooisel (bv. type, vochtgehalte,…) of voeder (bv. type en vorm) NH3 en fijn stof emissies vermijden.

Daling fijn stof emissie = daling geurhinder

Fijn stof is een belangrijke factor in de verspreiding van geur doordat geurmoleculen zich kunnen binden aanstofdeeltjes. Er is een lineair verband vastgesteld tussen het verminderen van fijn stof en geur. Ook is er een link tussen ammoniak en geur, maar NH3 is maar één van de vele componenten die zorgen voor geurhinder. Technieken die een effect hebben op de reductie van NH3 en/of  fijn stof kunnen een afname van geur teweegbrengen, maar volstaan meestal niet. Onderzoek naar geur(hinder) en reducerende technieken in de veehouderij is nog volop in ontwikkeling. 


Meer info

Meer informatie over maatregelen fijn stof in de Vlaamse land- en tuinbouw

Studies over de chemische karakteristieken van fijn stof in Vlaanderen: Chemkar PM10

Info over de verklarende factoren voor evoluties in luchtkwaliteit

Meer over luchtemissies en geurhinder in de veeteelt

Meer indicatoren over fijn stof: MIRA thema zwevend stof

Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht