Deel deze pagina

Verzenden

Eco-efficiëntie van de landbouw

De vergelijking van de evolutie van de milieudruk van de landbouw met de eindproductiewaarde van de landbouw geeft een aanduiding voor de eco-efficiëntie van de sector. De eindproductiewaarde is een maat voor de omvang van de landbouwactiviteiten. Wanneer het relatieve niveau van de milieudruk (bv. energiegebruik) onder het niveau van de activiteit (eindproductiewaarde) blijft, is er sprake van ontkoppeling. Als de milieudruk daarbij ook daalt, dan is er sprake van absolute ontkoppeling.
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

* De productiewaarde is gelijk aan de eindproductiewaarde in constante prijzen van 2005

Bron: MIRA op basis van AMS (LV), LNE, VITO,VMM, UGent
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

Verbeterende eco-efficiëntie TOT 2008

De milieudruk van de landbouw en de omvang van de activiteiten, uitgedrukt als eindproductiewaarde, nemen af tussen 2000 en 2008. De eco-efficiëntie neemt toe door de sterkere daling van de milieudruk ten opzichte van de eindproductiewaarde. Schaalvergroting, milieugerichte maatregelen en de sinds 2000 dalende veestapel bepalen de dalende trend van de emissies.

De verzurende emissie daalde met 26 % en de belasting van het oppervlaktewater met fosfor met 25 % in de periode 2000-2008. Drijvende krachten achter deze dalingen zijn het gevoerde mestbeleid en de conjunctuur. Dit uitte zich tezamen in een krimpende veestapel. Het mestbeleid en de investeringssteun van de Vlaamse overheid leidde tot een dalend kunstmestgebruik, de toepassing van emissiearme technieken, een geringere nutriënteninhoud van het veevoeder en een toenemende mestverwerking. De krimpende veestapel verklaart ook de afname van de broeikasgasemissie (-14 % in 2008) en de emissie van fijn stof (-20 % in 2008).

Nadien neemt de milieudruk weer deels toe

Na 2008 steeg de milieudruk weer voor energiegebruik, broeikasgassen en overschot bodembalans. De verzurende emissie en de fosforbelasting van het oppervlaktewater stagneerden. De druk op het waterleven door pesticiden nam sterk af sinds 2008 en de uitstoot fijn stof fractie PM2,5 nam ook verder af. Dit betekent dat de vermestingsdruk van de landbouw in absolute waarden op een hoog niveau blijft. De toename van de veestapel vanaf 2008 en de uitbreiding van de WKK’s in de glastuinbouw tot en met 2011, leiden tot stijgende emissies. De elektriciteitsproductie in deze WKK’s wordt vooral op het openbare net gezet, en wordt voor 2009 ingeschat op een primair energiegebruik van 3,8 PJ met een verdere stijging in 2010. WKK’s leiden in principe tot een efficiëntiewinst tegenover afzonderlijke opwekking van elektriciteit en warmte. De efficiëntie kan enkel sectoroverschrijdend bepaald worden, omdat de landbouw elektriciteit levert aan het elektriciteitsnet. Sinds 2010 is de landbouw een netto producent van elektriciteit.

De druk op het waterleven door gewasbescherming komt in 2011 op 35 % uit van het niveau in 2009. De sterke afname is het gevolg van het verbod van de meest toxische stoffen en verschuivingen in het productgebruik, gecombineerd met van jaar tot jaar wisselende weersomstandigheden, die het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen beïnvloeden.

Ondanks de verbeterde eco-efficiëntie en de dalende milieudruk zijn de doelstellingen van het integraal waterbeleid en het natuurbeleid uit het MINA-plan4 (2011-2015) nog niet bereikt. Bijkomende inspanningen in mest- en gewasbeschermingsmiddelenbeleid zijn nodig.

Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht