Deel deze pagina

Verzenden

Dierlijke mest in de landbouw

Deze indicator toont de reële dierlijke mestproductie en het mestgebruik in de landbouw, uitgedrukt in massa nutriënten stikstof (N) en fosfor (P). De reële dierlijke mestproductie sommeert de mestproductie van runderen, varkens, pluimvee en overige dieren (schapen,geiten, paarden…). Het mestgebruik geeft weer hoeveel nutriënten (N en P) uit dierlijke mest op Vlaamse landbouwbodem worden afgezet. 

De indicator dierlijke mestproductie is sterk gekoppeld met de grootte van de veestapel. Mest dat niet milieuvriendelijk kan toegepast worden in de landbouw draagt bij tot de achteruitgang van oppervlakte- en grondwaterkwaliteit en tot een verhoogde depositie van verzurende en vermestende stoffen.

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Verloop

Stikstofproductie stijgt met 3 %, fosforproductie daalt met 10 % t.o.v. 1991

In 2014 bedroeg de reële dierlijke mestproductie 159,3 miljoen kg stikstof (N) en 26,6 miljoen kg fosfor (P) (of 60,9 miljoen kg fosfaat of P2O5). Dat is een stijging van N met 3 % en een daling van P met 10 % ten opzichte van de start van het mestdecreet in 1991 (figuur 1). Een toename van de veestapel zorgde o.a. voor een sterkere mestproductie in de periode 1991-2000 en 2007-2014. In de tussenliggende jaren (2001-2006) daalde de productie door een inkrimpende veestapel en een verhoogde voederefficiëntie. Vanaf 2007 is uitbreiding van de veestapel per bedrijf opnieuw mogelijk mits bijkomende mestverwerking. 

Het merendeel van de dierlijke mest in Vlaanderen komt van runderen (50 % van de N en 46 % van de P in 2014, figuur 2). Varkens en pluimvee zijn verantwoordelijk voor respectievelijk 36 en 12 % van de N en 38 en 14 % van de P. In tegenstelling tot rundveebedrijven kunnen gespecialiseerde varkens- en pluimveebedrijven slechts zeer beperkt mestafzet op bedrijfseigen gronden realiseren.   

Mestproductie groter dan mestafzet op landbouwgrond

In 2014 kwam 94,1 miljoen kg N en 42,7 miljoen kg P2O5 op Vlaamse landbouwbodems terecht via het gebruik van dierlijke mest (figuur 3). Het dierlijk mestgebruik is dus lager dan de productie van N en P. Voor elk bedrijf wordt het mestgebruik afgeleid op basis van de reële mestproductie, rekening houdend met de aan-, afvoer en opslag van dierlijke mest. 

Strengere bemestingsnormen opgenomen in het vierde MestActiePlan (MAP4) zorgden voor een verdere daling van het mestgebruik na 2011. Volgens het Vlaams Milieubeleidsplan 2011-2015 (MINA-4) mag de mestafzet op het land in 2015 slechts 40 miljoen kg P2O5 bedragen. Ruwe rundermest (64 miljoen kg N; 26 miljoen kg P2O5) en ruwe varkensmest (24 miljoen kg N; 13 miljoen kg P2O5) werden in 2014 het meest gebruikt. 

Het overschot aan dierlijke mest in Vlaanderen wordt onbehandeld geëxporteerd of verwerkt tot bodemverbeterende stoffen in mestverwerkingsinstallaties. Deze laatste worden niet meer in de Vlaamse landbouw gebruikt, maar uitgevoerd buiten Vlaanderen (zie indicator Mestverwerking en mestexport). Mestverwerking heeft er ten dele voor gezorgd dat de Vlaamse mestbalans sinds 2007 wettelijk in evenwicht is (zie Voortgangsrapporten Mestbank 2008-2013 en Mestrapport 2015). Bijkomende maatregelen zijn echter nodig om de effecten van vermesting op milieu- en natuurkwaliteit te verminderen (zie o.a. indicatoren Nitraat in oppervlaktewater landbouwgebied, Fosfaat in oppervlaktewater landbouwgebied en Oppervlakte natuur met overschrijding kritische last vermesting). 

Meer info

Over de thematiek van vermesting in onze themabeschrijving

Over de mestproblematiek in Vlaanderen: Voortgangsrapporten Mestbank en Mestrapport

 

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht