Deel deze pagina

Verzenden

Omvang veestapel

Deze indicator beschrijft de omvang van de veestapel in de Vlaamse landbouw, opgesplitst per diercategorie (runderen, pluimvee, varkens en overige dieren zoals schapen, paarden en geiten). De omvang van de veestapel hangt nauw samen met de productie van dierlijke mest en met de emissie van verzurende stoffen (ammoniak), broeikasgassen (lachgas en methaan), fijn stof en vermestende stoffen (nitraat en fosfaat).
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport Ć  la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

* Overige dieren omvatten paardachtigen, geiten en schapen ** Voorlopige cijfers

Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

Veestapel groeit verder aan

Sinds 2009 steeg de omvang van de Vlaamse veestapel opnieuw, onder impuls van de uitbreidingsmogelijkheden voorzien in het derde MestActiePlan (MAP 3, vanaf 2007). Uitbreiding van de veestapel per bedrijf werd opnieuw mogelijk, mits bijkomende mestverwerking. Dit had vooral een invloed op de omvang van de pluimveestapel en in mindere mate op de varkensstapel omdat pluimveemest het eenvoudigst te verwerken is. In 2015 nam het aantal runderen, varkens en pluimvee toe met respectievelijk 2, 8 en 15 % t.o.v. 2009.

 

Grootste stijging bij pluimveestapel in 2015

In 2015 wordt een piek van 32,1 miljoen kippen bereikt, een stijging van 12 % in vergelijking met 2014. Naast uitbreiding door mestverwerking, beïnvloedt ook de overname van nutriëntenemissierechten en het starten of stoppen van bedrijven de evolutie van de Vlaamse pluimveestapel. Tussen 2000 en 2009 daalde de pluimveestapel ten gevolge van het mestbeleid, de dioxinecrisis en de vogelpest. Dit laatste en de lage prijzen zijn ook de oorzaak van de tijdelijke sterke daling in 2003.

 

Lichte groei rundveestapel en stagnering varkensstapel zet zich voort

Een verbeterde efficiëntie (melkvee) en verslechterde economische situatie (vleesvee) zorgden vanaf 1996 voor een graduele inkrimping van de Vlaamse veestapel. In 2014 werd voor het eerst terug een toename in de rundveestapel genoteerd (+ 3,6 % t.o.v. 2013), en deze zet zich voort in 2015 (+1,6 % t.o.v. 2014). De volledige afschaffing van het melkquotum (met ingang van 1 april 2015) speelde wellicht een rol in de toename van de (melk)veestapel.

 

Net als de rundveestapel kromp ook de varkensstapel, als gevolg van prijsdaling (sinds 1998), de dioxinecrisis (1999), de opkoopregeling (2000-2004) en het strengere mestbeleid. Sinds 2009 stijgt het aantal varkens opnieuw door de uitbreidingsmogelijkheden na bewezen mestverwerking tot 6,3 miljoen varkens in 2012. Daarna treedt er terug een lichte daling op tot 6 miljoen varkens in 2015.

 

Ondanks efficiëntieverbeteringen blijft lokale milieudruk (te) hoog

De landbouwsector leverde de voorbije decennia heel wat inspanningen om de emissies naar lucht, water en bodem te verminderen. Het (mest)beleid is gericht op een afname van de milieudruk door mestverwerking, strengere bemestingsnormen, aangepaste diervoeders en stimuleren van innovatieve technieken zoals emissiearme stallen en luchtwassers. Dit vertaalde zich in een aanzienlijke toename in de eco-efficiëntie (zie indicator Eco-efficiëntie van de landbouw). Toch zijn er grenzen aan deze efficiëntiewinsten en blijft de absolute milieudruk gerelateerd aan de omvang van de veestapel en de hoge productievolumes in Vlaanderen hoog. Zo is de landbouwsector via de vervluchtiging van ammoniak (NH3) uit dierlijke mest de voornaamste bron van verzurende en vermestende emissie in Vlaanderen, en vormen deze stikstofverliezen vaak een hindernis voor het behalen van instandhoudingsdoelstellingen in NATURA 2000 gebieden. Ook waterkwaliteitsdoelstellingen rond bijvoorbeeld nitraat in oppervlakte- en grondwater landbouwgebied zijn nog niet overal bereikt.

 

Ook buiten de beroepslandbouw is er nog een omvangrijke veestapel paardachtigen (paard, ezel of kruising ervan) in Vlaanderen. Eind 2015 stond de teller volgens de Belgische Confederatie van het Paard op 201 814 geregistreerde paardachtigen in Vlaanderen, waarvan slechts 13 % zich bevindt op een landbouwbedrijf (AMS, 2016). De paardensector is aan een opmars bezig in Vlaanderen, maar er zijn weinig concrete cijfers die de milieudruk, het ruimtelijk belang en de opportuniteiten/bedreigingen ervan in kaart brengen.

 

Meer info

Meer weten over de Vlaamse paardensector (AMS, 2016)

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht