Deel deze pagina

Verzenden

Areaal en teeltkeuze

De totaal benutte landbouwoppervlakte (BLO) omvat alle cultuurgrond waarop commerciële gewassen geteeld worden, inclusief tuinbouwgewassen en tijdelijk braakland. Niet inbegrepen zijn landbouwwegen, bedrijfsgebouwen, beboste landbouwgronden en ongebruikte gronden. Elke teelt heeft zijn specifieke eigenschappen en effecten op het milieu. Zo is het behoud van blijvend grasland bepalend voor het voortbestaan van natuurwaarden in het landbouwgebied. Blijvend grasland kan ook een bijdrage leveren in de strijd tegen klimaatverandering, via het vastleggen van organisch koolstof in de bodem.
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

* Vanaf 2008 wordt een enquête gehouden in plaats van een telling. ** Vanaf 2012 wordt de enquête niet meer via de gemeenten ingezameld, maar via een webtoepassing.

Bron: FOD Economie, Algemene Directie Statistiek
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

Benutte landbouwoppervlakte daalt langzaam sinds 2000

In 2015 daalde de totaal benutte landbouwoppervlakte (BLO) in Vlaanderen met 3,1 % t.o.v. 2000. Dat komt vooral door een afname van het aandeel grasland (tijdelijke weiden en blijvend grasland) en het aandeel braakgrond tijdens die periode. Vlaanderen telde 610 839 ha BLO in 2015, een areaalinkrimping van 0,9 % t.o.v. het voorgaande jaar.

De toename van de BLO tussen 1990 en 2000 is wellicht het gevolg van een verschuiving tussen de particuliere niet-commerciële landbouw en de commerciële landbouw en dus niet van een toenemend gebruik van open ruimte. Ook een verbeterde registratie speelde een rol in deze stijging. Vanaf 2008 is de methode voor de samenstelling van de areaal-en teeltstatistiek veranderd. 

De landbouwoppervlakte inVlaanderen staat voor een belangrijk deel in het teken van de veeteelt en in het bijzonder in dat van de rundveehouderij. Zo stond ruim 56 % van de benutte oppervlakte in 2015 uit voedergewassen en grasland (omschreven als tijdelijke weiden en blijvende graslanden). Het aandeel van voedermaïs en grasland bedroeg respectievelijk 35 en 64 %; overige voedergewassen zoals -bieten, -erwten en groenvoeders besloegen minder dan 1 %. Intensievere tuinbouwteelten zoals groenten, fruit en sierplanten namen ruim 8 % van de BLO in.

Areaal (blijvend) grasland gaat achteruit

Het totaal areaal grasland maakte in 1990 nog 42 % van de BLO uit, in 2015 is dit nog slechts 36 %. Vooral het blijvend grasland gaat achteruit (-55 944 ha of -26 %), ten voordele van tijdelijk grasland, maïs en nijverheidsgewassen. Opvallend is dat het areaal blijvend grasland ook tussen 2005 en 2015 blijft achteruitgaan (-15 479 ha). En dit nadat het behoud van het blijvend grasland was ingevoerd als voorwaarde voor het bekomen van inkomenssteun, door de Mid Term Review van het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. 

Het teeltpatroon is onderhevig aan veranderingen/verschuivingen ingegeven door rendabiliteit, zoals kostenbesparing (door verhoogde efficiëntie in de voederteelt) en omschakeling naar meer winstgevende teelten (uitbreiding en/of omschakeling naar tuinbouw). Zo moet blijvend grasland dikwijls plaats maken voor andere gewassen met een hogere rendabiliteit.

Verschuivingen tussen teelten

De oppervlakte akkerbouwteelten steeg sinds 1990 met ongeveer 30 000 ha in 2015 (+10 %), een stijging in het aandeel in de BLO van 51 % in 1990 naar 55 % in 2015. De teelt van maïs kende vooral tussen 1990 en 2001 een enorme opgang, met een stijging in de oppervlakte maïs van 77 % in die periode. Tussen 2002 en 2015 vertoonde het maïsareaal een schommelend verloop. 

Het areaal van granen en bieten ging sinds de jaren ’90 achteruit, onder meer ten voordele van het maïsareaal. Het areaal granen kromp met een kwart tussen 1990 en 2015 (- 29 237 ha) en stagneerde het laatste decennium rond de 90 000 ha. De voederbiet is aan het verdwijnen, maar ook de suikerbiet zag zijn areaal verkleinen. Het totale areaal bieten is sinds 1990 gedaald met 57 % (- 27 101 ha). Het areaal aardappelen schommelt sterk van jaar tot jaar, onder invloed van de marktsituatie. De opkomst van koolzaad voor biodiesel de laatste jaren kon de sterke achteruitgang van de andere nijverheidsgewassen niet compenseren. 

Tot slot kende de tuinbouw een grote expansie in de jaren ‘90. Het areaal groeide met ruim een kwart tussen 1990 en 2001,van 40 090 ha naar 51 140 ha. Sindsdien schommelde het steeds rond de 50 000 ha (51 700 ha in 2015). De arealen in open lucht van groenten, fruit en sierplanten (incl. boomkwekerij) groeide ongeveer evenredig . Dit gold eveneens voor de serreteelten (evenredige groei tot 2001), vanaf 2005 zette een lichte daling in.

 

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht