Deel deze pagina

Verzenden

Totaal industrieel energiegebruik

Deze indicator toont de evolutie van het totale energiegebruik van de industrie sinds 1990. Dit bestaat uit twee componenten: het energetische energiegebruik verwijst naar het gebruik van steenkool, aardgas, elektriciteit, enz. voor toepassingen zoals warmte en aandrijving. Het niet-energetische energiegebruik slaat terug op het gebruik van energiedragers als grondstof, bv. het gebruik van aardgas voor de productie van ammoniak, nafta als basis voor kunststoffen, ...
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport Ć  la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

*voorlopige cijfers

Bron: MIRA op basis van Energiebalans Vlaanderen VITO
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

Doelstellingen

Vermits het energiegebruik van de industrie een van de belangrijkste oorzaken van broeikasgasemissies vormt, zijn de doelstellingen i.v.m. energiegebruik gekoppeld aan deze van broeikasgasemissies.

Op 4 april 2014 keurde de Vlaamse Regering de energiebeleidsovereenkomsten voor de verankering van blijvende energie-efficiëntie in de energie-intensieve bedrijven goed. Dit in navolging van vroegere energie-instrumenten zoals REG-premies, energiescan, ecologiepremies, audit- en benchmarkingconvenanten, …De nieuwe energiebeleidsovereenkomsten lopen over de periode 2015-2020. Zij moeten ervoor zorgen dat de energie-efficiëntie van de Vlaamse bedrijven blijft verbeteren zonder de groeikansen te ondermijnen. Tevens dienen zij de Vlaamse Regering te helpen om haar klimaatdoelstellingen te realiseren. 

Industrieel energiegebruik daalt niet

De industrie heeft met ruim 44 % in 2014 het grootste aandeel in het Vlaamse energiegebruik. Vooral door een sterke verhoging van de activiteit in het begin van de jaren 90 steeg het industrieel energiegebruik fors (+ 65 % tussen 1990 en 2000). Sinds 2000 kent het industrieel energiegebruik een licht schommelend verloop maar blijft grosso modo op hetzelfde niveau.

In 2009 daalde het totale industriële energiegebruik met 12 % ten opzichte van 2008 als gevolg van de verminderde activiteit door de financieel-economische crisis (een daling van de jaarlijkse groei met 5,1 %; zie indicator bruto toegevoegde waarde van de industrie). In 2010 en 2011 veerde de economie weer op, met een stijging van het totale energiegebruik in vrijwel alle industriële deelsectoren tot gevolg. Voor de totale industrie bedroeg de verhoging van het totale energiegebruik 15 % tussen 2009 en 2011 bij een stijging van de bruto toegevoegde waarde met 2,2 % in 2010 en 4,8 % in 2011. In 2012 en 2013 is er een zeer lichte daling in de industriële activiteit t.o.v. 2011 (bruto toegevoegde waarde: - 0,2 % in 2013 t.o.v. 2011). Het totale industriële energiegebruik daalde tussen 2011 en 2014 met 5 %.

In 2014 ligt het totale industriële energiegebruik even hoog als in 2002. Het niet-energetisch energiegebruik steeg in die periode met 8 %. Het niet-energetisch energiegebruik situeert zich hoofdzakelijk in de chemie die energiedragers inzet als grondstof voor diverse processen (bv. aardgas voor de aanmaak van ammoniak in de kunstmestproductie, aardolie als basis voor kunststoffen, ...). Dit niet-energetisch energiegebruik vertegenwoordigt 42 % van het totale industriële energiegebruik in 2014, ter vergelijking in 1990 was dit maar 21 %, in 1995 al 36 %.

Het energetische industrieel energiegebruik in 2014 ligt 5 % lager dan in 2002, terwijl de industriële activiteit (bruto toegevoegde waarde) met 11 % is toegenomen tussen de beide jaren. Dit wijst op een duidelijke hogere energie-efficiëntie bij de verschillende industriële stook-, verwarmings- en aandrijvingsprocessen in de diverse industriële deelsectoren.

Energiebeleidsovereenkomsten 2015-2020

De aandacht van het beleid gaat vooral naar de energie-intensieve industrie, dit zijn bedrijven met een primair industrieel eindverbruik van minstens 0,1 PJ per jaar. Dit betekent 450 à 500 bedrijven, goed voor ongeveer 88 % van het totaal industrieel energiegebruik in Vlaanderen.

Tot de doelgroep van de nieuwe energiebeleidsovereenkomsten 2015-2020 behoren zowel de bedrijven die onderhevig zijn aan het Europees emissiehandelssysteem (zogenaamde ETS bedrijven), als deze die dat niet zijn (niet-ETS bedrijven). Er wordt, omwille van het verschillend Europees kader, gekozen voor twee energiebeleidsovereenkomsten, één voor ETS bedrijven, en één voor niet-ETS bedrijven.

Bij de ETS bedrijven zal de kost van de energie en de prijs van een ton CO2 bepalen of er al dan niet geïnvesteerd wordt in energie-efficiëntie verbeterende maatregelen, ofwel gekozen wordt om emissierechten aan te kopen. Een energiebeleidsovereenkomst met tegenprestaties moet zorgen voor een keuze in investering in energie-efficiëntie verbetering in het eigen bedrijf. Op die manier zal Vlaanderen op dit vlak op een vooraanstaand niveau kunnen blijven.

De energiebeleidsovereenkomst met de niet-ETS bedrijven moet de Vlaamse Regering tevens verder helpen haar klimaatdoelstellingen te realiseren. 

Verplichte energieaudit voor grote ondernemingen

De Europese Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie verplicht de lidstaten om grote ondernemingen (niet KMO’s) een energieaudit te laten ondergaan ten laatste voor 5 december 2015, en dit om de vier jaar te herhalen. Vlaanderen heeft via VLAREM deze verplichting in 2013 omgezet in de Vlaamse regelgeving.

Meer info


Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht