Deel deze pagina

Verzenden

Industrieel energetisch energiegebruik per energiedrager

In deze indicator wordt getoond hoe het industrieel energetisch energiegebruik kan toegewezen worden aan de diverse energiedragers (vaste brandstoffen, gassen, electriciteit, petroleumproducten …).
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport Ć  la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Bron: MIRA op basis van Energiebalans Vlaanderen VITO
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

Doelstelling 

Naast de energiebeleidsovereenkomsten van de Vlaamse Regering (zie indicator totaal industrieel energiegebruik), die ervoor moeten zorgen dat de energie-efficiëntie van de Vlaamse bedrijven verbetert, is er nog een specifieke doelstelling omtrent hernieuwbare energie.

De Europese Richtlijn Hernieuwbare Energie van 2009 (2009/28/EG) verplicht België om het aandeel hernieuwbare energie in het bruto finaal energiegebruik op te trekken naar 13 % in 2020. Deze bindende doelstelling werd vertaald in Vlaamse regelgeving in het Energiebesluit van 19 november 2010. Om deze doelstelling te toetsen wordt rekening gehouden met de inlandse productie van zowel groene stroom als groene warmte & koeling, en met het gebruik van hernieuwbare energiebronnen voor transportdoeleinden (zowel biobrandstoffen in verbrandingsmotoren als groene stroom in elektrische voertuigen). Er is geen specifieke doelstelling voor de industrie maar deze sector kan uiteraard zijn steentje bijdragen in het behalen van deze doelstelling.

Evolutie van het energetisch energiegebruik

Het energetisch energiegebruik steeg tussen 1990 en 2014 met 22 %. In 2009 is het totale industriële energetische energiegebruik plots met 11 % gedaald t.o.v. 2008. De hoofdreden hiervoor is de verminderde activiteit door de financieel-economische crisis (een daling van de jaarlijkse groei met 5,1 %; zie ook de indicator bruto-toegevoegde waarde van de industrie). In 2010 en 2011 trok de economische activiteit opnieuw aan (stijging van de jaarlijkse groei met 2,2 % in 2010 en met 4,8 % in 2011) met o.a. een verhoging van het energetisch energiegebruik tot gevolg.

In 2010 lag het energetisch energiegebruik 15 % hoger dan in 2009. Vooral de deelsectoren chemie en metaal hebben de grootste aandelen in het energetisch energiegebruik en hier is ook de stijging het grootst. In 2011 en 2012 evolueerde het energetisch energiegebruik in licht dalende lijn (- 5 % in 2012 t.o.v. 2010). In 2013 en 2014 nam het energetisch energiegebruik opnieuw licht toe.

Gebruik van petroleumproducten sterk afgenomen

Het industrieel energetisch gebruik van vaste brandstoffen (hoofdzakelijk kolen) ligt in 2014  9 % lager dan in 1990, maar is in 2014 opnieuw met 31 % gestegen t.o.v. 2009, het dieptepunt van de financieel-economische crisis. De inzet van petroleumproducten (met als belangrijkste zware stookolie, gas- en dieselolie) voor industriële energieopwekking is over de gehele periode 1990-2014 sterk afgenomen (- 73 % in 2014 t.o.v. 1990).

Het gebruik van gas (voornamelijk aardgas) en elektriciteit in 2014 is respectievelijk 19 % en 31 % hoger dan in 1990 maar ligt wel 20 % en 5 % lager dan in 2000. Het gebruik van andere brandstoffen, vnl. restbrandstoffen in de chemie, is bijna verviervoudigd over de periode 1990 tot 2000. Dit is o.a. het gevolg van de ingebruikname van nieuwe kraakinstallaties in het begin van de jaren negentig, waarin grote hoeveelheden restbrandstoffen worden gebruikt. Sedert 2000 blijft het gebruik van andere brandstoffen ongeveer op hetzelfde peil.

Het verbruik van aangekochte warmte is eveneens gestegen in de loop van de jaren, voornamelijk door een toename van industriële warmtekrachtcentrales waarvan bedrijven warmte aankopen.

In 2014 leverden hernieuwbare brandstoffen 9,6 PJ, d.i. 2,5 % van het totale energetische energiegebruik van de industrie in 2014, t.o.v. slechts 0,15 PJ in 1990 en 1,0 PJ in 2000. M.a.w. de absolute waarde van gebruik van hernieuwbare brandstoffen is in 2014 bijna zeventig maal zo groot dan in 1990 en vertienvoudigd t.o.v. 2000,  maar blijft een minimaal aandeel in het totale energetische energiegebruik van de industrie.

Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht