Deel deze pagina

Verzenden

Emissie van broeikasgassen per industriële deelsector

Industriële activiteiten leiden tot de emissie van broeikasgassen door:

  • de CO2-uitstoot (koolstofdioxide), zowel via energetisch als niet-energetisch energiegebruik (het gebruik van energiedragers als grondstof in een productieproces, bv. het gebruik van aardgas voor de productie van ammoniak);
  • de N2O-uitstoot (lachgas), als gevolg van de salpeterzuur-en caprolactamproductie;
  • de F-gassen-uitstoot, voornamelijk door de koelsector waar HFK’s steeds meer dienen als vervanging voor ozonafbrekende stoffen. De andere F-gassen zijn SF6, PFK's en NF3;
  • de CH4-uitstoot (methaan), als gevolg van het storten van afval.
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Verloop

Industrie verantwoordelijk voor ruim een vierde van uitstoot broeikasgassen

De sector industrie in Vlaanderen is in 2014 verantwoordelijk voor 28,3 % van de totale uitstoot van broeikasgassen of 20,9 Mton CO2-eq. Dit aandeel bleef relatief constant sinds 1990, toen was dit 30 % of 26,4 Mton CO2-eq. Het aandeel van elke deelsector in de totale industriële uitstoot van broeikasgassen bleef tussen 1990 en 2014 relatief constant. De chemie- en metaalsector, economisch de twee grootste deelsectoren, nemen 48 % en 24 % van de industriële uitstoot voor hun rekening. De sector afval & afvalwater neemt 3,6 % voor zijn rekening. De kleine sectoren papier en textiel zijn samen goed voor 3,0 %. Voeding en overige industrie nemen respectievelijk 7,5 % en 9,0 % voor hun rekening, 4,6 % van de totale broeikasgassen zijn niet verder opsplitsbaar naar een bepaalde deelsector.

85 % broeikasgassen afkomstig van CO2

In 2014 is 85 % van de uitstoot van industriële broeikasgassen afkomstig van koolstofdioxide of CO2 (tweede figuur), een verdere verdeling van de CO2 per deelsector kan worden nagelezen op Totale CO2-emissie per industriële deelsector. Methaan of CH4, 3,7 % van alle industriële broeikasgassen, is bijna volledig toe te schrijven aan de deelsector afval & afvalwater. Dit methaangas komt vrij bij het storten van afval. Nog eens 3,9 % is afkomstig van HFK’s of fluorkoolwaterstof die bijna volledig afkomstig zijn van koeling en airco, wat niet aan een bepaalde sector kan worden toegewezen (niet verder opsplitsbaar). Lachgas of N2O is verantwoordelijk voor 5,4 % van de industriële uitstoot van broeikasgassen en is bijna volledig toe te schrijven aan de chemische sector door caprolactam- en salpeterzuurproductie. PFK’s, NF3 en SF6 zijn samen goed voor 2,1 %.

Doelstellingen

Met het Europese Energie- & Klimaatpakket beoogt de EU haar totale broeikasgasuitstoot met 20 % te verminderen in 2020 ten opzichte van 1990 of met 14 % in vergelijking met 2005. Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen de uitstoot die valt onder het Europese emissiehandelssysteem (ETS) en de niet-ETS uitstoot. Vanaf 2005 vallen de CO2-emissies van grote industriële bedrijven onder ETS. Voor de uitstoot die valt onder ETS, is een globale emissiereductie met 21,3 % voorzien tussen 2005 en 2020. Voor de niet-ETS uitstoot is België onderworpen aan de Europese verplichting en moet er een reductiedoelstelling worden gehaald van 15 % tegen 2020 t.o.v. 2005. Deze Belgische doelstelling werd eind 2015 vertaald naar reductiedoelstellingen voor de gewesten, Vlaanderen zal haar uitstoot van broeikasgassen verminderen met 15,7 % ten opzichte van het referentiejaar 2005.

 

 

 

Daling broeikasgassen ten opzichte van 1990, door reductie F-gassen en N2O.

In 1990 werden er door de industrie 26,4 Mton CO2-eq uitgestoten, in 2014 was dit 20,9 Mton CO2-eq of een daling met 20,6 % of 5,4 Mton. De F-gassen, PFK’s en SF6 die in chemische sector worden gebruikt, daalden van 5,0 Mton CO2-eq naar 0,4 Mton CO2-eq. Dit kwam door de installatie van fluoriderecuperatie-eenheid bij het bedrijf 3M in 1998. De HFK’s, afkomstig van koeling en airco’s, steeg echter van 0,2 Mton CO2-eq naar 0,8 Mton CO2-eq. De daling in N2O is bijna volledig toe te wijzen aan de chemische sector en dit door het plaatsen van katalysatoren in de salpeterzuurproductie. Hierdoor daalde de uitstoot van N2O in de salpeterzuurproductie van 2,5 Mton CO2-eq naar 0,3 Mton CO2-eq. De uitstoot van CO2 lag in 2014 7,3 % hoger of 1,2 Mton CO2-eq dan in 1990.

ETS belangrijkste motor voor daling broeikasgassen vanaf 2005

Bijna drie vierde van de industriële CO2-emissie vallen onder het Europees emissiehandelssysteem (ETS). In de eerste handelsperiode, die liep van 2005 tot 2007, viel net geen 50% van de industriële CO2-uitstoot onder ETS. Door een uitbreiding van het toepassingsgebied steeg dit in de tweede handelsperiode (2008-2012) tot ruim 60%. In de derde handelsperiode die loopt van 2013 tot 2020 valt bijna 75 % onder ETS. Zo vallen bijna de volledige metaal-, chemie- en papiersector onder ETS. Sinds de start van ETS in 2005 is de totale uitstoot van CO2 (zowel ETS als niet-ETS) gedaald met 12,8 % of 2,6 Mton CO2, voor alle broeikasgassen samen was dit een reductie van 16,2 % of 4,0 Mton CO2-eq. In 2014 stootte de industrie nog 20,9 Mton CO2-eq uit. De daling van N2O die reeds was ingezet voor 2005, zette zich verder. Na 2005 werd de uitstoot van N2O gehalveerd. Methaan kende tussen 2005 en 2014 eveneens een verdere reductie en dit met 38 %.

Inspanningen moeten verder gezet worden

Het grootste deel van de uitstoot in de industrie valt onder ETS, maar ook de niet-ETS bedrijven moeten inspanningen leveren om bij te dragen aan de Vlaamse reductiedoelstellingen. In het Vlaamse mitigatieplan 2013-2020 worden diverse maatregelen opgenomen om bij de niet-ETS bedrijven de uitstoot van broeikasgassen verder terug te dringen. Om dit te realiseren zet de Vlaamse overheid verder in op energie-efficiëntie maatregelen zoals energiebeleidsovereenkomsten, stimuleren van groene warmte en gebruik restwarmte, bevorderen WKK en warmtenetten… Hiernaast wort ook ingezet op de ecologiesteun, groene waarborgen, KMO-energie-efficiëntieplan, duurzame bedrijventerreinen, daling van de industriële procesemissies en emissies van F-gas en het stimuleren van klimaatvriendelijke koelmiddelen.

Meer informatie over het Europees Emissiehandelssysteem kan worden nagelezen bij de indicatoren Aandeel van installaties onder het Europees Emissiehandelssysteem (ETS) in verhouding tot de totale broeikasgasemissies en Toegewezen versus benodigde emissierechten voor bedrijven onder Europees emissiehandelssysteem (ETS).

Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht