Deel deze pagina

Verzenden

Emissie van zware metalen naar lucht door de industrie

 

De indicator toont de evolutie vanaf 2000 van de hoeveelheden arseen (As), cadmium (Cd), chroom (Cr), koper (Cu), kwik (Hg), nikkel (Ni), lood (Pb) en zink (Zn) die in de lucht geloosd worden door de industrie. De industrie is een belangrijke bron voor de uitstoot van de diverse zware metalen in de omgevingslucht. Zware metalen worden door de industrie hoofdzakelijk uitgestoten in processen waarbij metaalproducten worden gemaakt of verwerkt.

De aanwezigheid van zware metalen in de lucht kan nadelig zijn voor de gezondheid. Zware metalen verspreiden zich via stofdeeltjes in de lucht en kunnen via de neus of mond worden opgenomen in het lichaam. Het al dan niet optreden van gezondheidseffecten hangt af van de opgenomen hoeveelheid en de tijdsduur van de opname (zie indicator: Zware metalen in omgevingslucht).

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport Ć  la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Verloop

Beleid industriële emissies

Om industriële emissies van diverse polluenten, waaronder zware metalen, naar de verschillende milieucompartimenten te bestrijden werd door de Europese Unie de IPPC-richtlijn opgesteld (Richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging, 2008/1/EG). Deze richtlijn verplicht de lidstaten van de Europese Unie om grote milieuvervuilende bedrijven te reguleren via een integrale vergunning, gebaseerd op de beste beschikbare technieken (BBT). De IPPC-Richtlijn werd opgevolgd door de Richtlijn Industriële Emissies (2010/75/EU). Deze omvat een integratie van de IPPC-Richtlijn met de Richtlijn grote stookinstallaties, de Afvalverbrandingsrichtlijn, de Oplosmiddelenrichtlijn en drie Richtlijnen voor de titaandioxide-industrie. De Richtlijn Industriële Emissies is op 6 januari 2011 in werking getreden.

Industriële emissie van zware metalen sterk gereduceerd, maar industrie blijft de belangrijkste bron

In Vlaanderen blijft de industrie verantwoordelijk voor het grootste aandeel in de emissies van alle zware metalen, behalve koper. In 2014 had de industrie volgende bijdragen in deze emissies: 87 % voor As, 81 % voor Cd, 48 % voor Cr, 9 % voor Cu, 62 % voor Hg, 68 % voor Ni, 85 % voor Pb en 55 % voor Zn.

De industriële emissies van alle zware metalen, uitgezonderd cadmium, zijn in de periode 2000-2014 aanzienlijk gedaald (-46 % tot -70 %). De emissie van Cd steeg in deze periode echter met 33 %. De emissiereducties zijn het gevolg van tal van end-of-pipe maatregelen, organisatorische hervormingen en doorgedreven procesveranderingen. Doordat zware metalen veelal gebonden zitten op stofdeeltjes heeft de verdere reductie van de stofemissies ook een reductie van de uitstoot van zware metalen met zich mee gebracht. Op te merken valt dat de emissie van de diverse zware metalen van jaar tot jaar soms sterk schommelt. Deze schommelingen treden vooral op als gevolg van zeer specifieke batchprocessen in de ijzer- en staalproductie en in de non-ferro industrie.
In het algemeen werd de daling vooral gerealiseerd in de periode tussen 2000 en 2009. In 2008 en 2009 was er een verminderde activiteit als gevolg van de financieel-economische crisis, dit reflecteerde zich in verdere emissiedalingen. Daarna trok de economie opnieuw aan, wat leidde tot een stijging van de emissies van de meeste zware metalen tussen 2009 en 2014. Vooral de emissies van Zn (+ 177 %) en Cd (+ 61 %) stegen aanzienlijk. Bij Cr, Pb, Hg en Cu was de stijging beperkt (< 10 %), De emissies van Ni en As daalden in deze periode verder met respectievelijk 39 % en 24 %.

Deelsector metaal grootste emissiebron voor alle zware metalen, behalve kwik

De deelsector metaal is veruit de grootste industriële emissiebron voor alle zware metalen, behalve Hg.
In 2014 bedroegen de emissie-aandelen van de deelsector metaal 93 % voor Pb, 80 % voor Cd, 84 % voor As, 78 % voor Zn, 72 % voor Cu, 65 % voor Cr, 57 % voor Ni en 24 % voor Hg. De sterke stijging van de industriële Zn- en Cd-emissies kunnen hoofdzakelijk toegeschreven worden aan de metaalsector. Dit zowel door het groot aandeel van de metaalsector in deze emissies (Cd: 80 % en Zn: 78 % in 2014), als door de absolute stijging ervan tussen 2009 en 2014 (+81 % voor Cd en quasi een verviervoudiging voor Zn).

De chemiesector heeft in 2014 het grootste aandeel in de Hg-emissie (64 %) en levert daarnaast ook een aanzienlijk aandeel tot de industriële Ni-emissie (29 %).

De deelsector 'overige industrie' is in 2014 vooral verantwoordelijk voor een aandeel in de emissie van Cu (17 %), Cr (14 %) en Ni (10 %).

De andere industriële deelsectoren (papier, textiel en voeding), staan in voor bijdragen van minder dan 12 % van de emissies van de diverse zware metalen. De bijdrage van de papierindustrie tot de industriële cadmium- en zinkemissies is beperkt (respectievelijk 6 % en 12 %), maar het valt op dat deze emissies na 2009 opvallend gestegen zijn, meer bepaald verdrievoudigd. Deze stijging reflecteert de toename van het gebruik van hernieuwbare brandstoffen in de papierindustrie.

 

Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht