Deel deze pagina

Verzenden

Productie van primair afval door de industrie

Deze indicator toont de evolutie van de primaire afvalproductie door de industrie. Het gaat hier zowel om gevaarlijk als niet-gevaarlijk afval. Om de inspanningen van de andere deelsectoren voldoende tot hun recht te laten komen, zijn de cijfers van de bouwsector apart opgenomen in de figuur. De hoeveelheden bouw- en sloopafval vertonen immers grote schommelingen.

Een belangrijk aandachtspunt is dat vanaf 2012 de nieuwe grondstoffenregeling in voege getreden is waardoor een deel vroegere afvalstromen hun afvalstatus verliezen, de zogenaamde 'end-of-waste' stromen of nieuwe / secundaire grondstoffen. Voor meer informatie hieromtrent verwijzen we naar de desbetreffende indicator bij het thema Afval.

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport Ć  la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Verloop

Doelstellingen

Volgens het Milieubeleidsplan 2011-2015 (MINA-plan 4) moet zowel de hoeveelheid primair bedrijfsafval exclusief bouw- en sloopafval, slib en verontreinigde grond, als de hoeveelheid niet-selectief ingezameld bedrijfsafval tegen 2015 afnemen ten opzichte van de periode 2005-2007. Deze doelstellingen werden al vóór het begin van de planperiode ruim gehaald.

Ook moet de hoeveelheid primair bedrijfsafval van de industrie, exclusief bouw- en sloopafval, slib en verontreinigde grond, over de periode 2011-2015 verder losgekoppeld worden van de economische groei van deze sector. Deze doelstelling kan nog niet geëvalueerd worden.  

Verloop

In 2012 is de industrie verantwoordelijk voor 74 % van de totale productie van primair afval in Vlaanderen. 8 % van dit industrieel primair afval is gevaarlijk afval, 92 % ervan is te catalogeren als niet-gevaarlijk afval. De deelsector metaal, de chemische nijverheid en de bouwsector leveren de grootste aandelen met bijdragen van 44 %, 42 % en 10 % in de productie van gevaarlijk afval.

Vermits de afvalproductie in de bouwnijverheid een zeer groot aandeel van de totale industriële afvalproductie betekent, is er voor gekozen om deze activiteit expliciet te vermelden in de grafiek.

In 2012 produceerde de sector ‘industrie’ in Vlaanderen in totaal 11,030 miljoen ton gevaarlijk en niet gevaarlijk afval, wat neerkomt op een daling met 15 % ten opzichte van 2004. In absolute waarde is deze daling voornamelijk het gevolg van de vermindering van het geproduceerde afval in de deelsector metaal (- 0,917 miljoen ton) en in de bouwnijverheid (- 0,909 miljoen ton).

Procentueel gezien kenden de meeste deelsectoren een afnemende afvalproductie tussen 2004 en 2012: de deelsector metaal (- 39 %), de textielsector (- 28 %), de overige industrie (niet bouw) (- 25 %), de chemie (- 22 %), de papiernijverheid (- 22 %). De productie van afval in de voedingsindustrie steeg daarentegen tussen 2004 en 2012 (+ 26 %).

De activiteiten in de bouwsector produceerden 3,447 miljoen ton afval in 2012 (31 % van de totale hoeveelheid industrieel afval). In 2004 was dit 4,359 miljoen ton (34 %). Het relatieve aandeel van het bouwafval is dus licht gedaald sinds 2004.

De voedingssector is de tweede grootste afvalproducent met 1,874 miljoen ton afval in 2012, goed voor 17 % van het totaal industrieel afval. Het grootste aandeel betreft hier diverse vormen van afval van plantaardige of dierlijke oorsprong.

De verwerking van afval en afvalwater leverde in 2012 1,757 miljoen ton afval op (16 % van de totale hoeveelheid afval van de industrie) en is hiermee de derde grootste afvalproducent in de industrie. 

Zoals reeds aangehaald bij de doelstelling probeert het Vlaamse milieubeleid de hoeveelheid primair afval in te perken. Hierbij laat men het bouw- en sloopafval, het afval van de waterzuivering en de verontreinigde grond beter buiten beschouwing. Het Vlaamse milieubeleid mikt immers op een materiaal- en energie-efficiënter gebouwenpark, een verhoogde aansluitingsgraad op de riolering en een doorgedreven bodemsanering. Daarbij ontstaan onvermijdelijk veel afvalstoffen. Om het succes van preventie voor primair bedrijfsafval te meten, worden hoger genoemde stromen buiten beschouwing gelaten.

Secundaire en nieuwe grondstoffen

In 2012 produceert de industrie 3,862 miljoen ton secundaire en nieuwe grondstoffen. Van deze opnieuw inzetbare grondstoffen neemt de deelsector metaal het overgrote deel (2,591 miljoen ton of 67 %) voor haar rekening.

Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht