Deel deze pagina

Verzenden

Waterverbruik door huishoudens

De huishoudens verbruiken voor hun dagelijkse activiteiten belangrijke hoeveelheden water. Dit is vooral leidingwater maar ook regenwater en grondwater. De winning van oppervlaktewater en grondwater voor de productie van leidingwater en het rechtstreekse verbruik van grondwater kunnen leiden tot een daling van de watervoorraden voor mens en natuur.

Het huishoudelijk leidingwaterverbruik wordt afgeleid op basis van cijfers die de drinkwatermaatschappijen aanleveren aan de Vlaamse Milieumaatschappij, waarbij het huishoudelijk waterverbruik het verschil is tussen het totaal leidingwaterverbruik en het leidingwaterverbruik van de grootverbruikers. Het huishoudelijk regenwater- en grondwaterverbruik wordt bepaald op basis van enquêtes. Ook de verdeling van het huishoudelijk waterverbruik over verschillende toepassingen gebeurt op basis van dezelfde enquêtegegevens.

Het gemiddelde leidingwaterverbruik per persoon per dag wordt niet berekend door het jaarlijks huishoudelijk leidingwaterverbruik (in liter) te delen door het aantal inwoners in Vlaanderen en 365, maar wel op basis van een subset van de facturatiegegevens en voor een gezin met een gemiddelde grootte. Deze cijfers worden ook gerapporteerd via het rapport ‘Watermeter’. Het gemiddelde regenwater- en grondwaterverbruik per persoon per dag worden wel berekend als de totalen gedeeld door het aantal inwoners en 365. Het gemiddelde totaal waterverbruik per persoon per dag is de som van het gemiddelde leidingwater-, grondwater- en regenwaterverbruik.

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Verloop

Huishoudelijk leidingwaterverbruik stagneert

In 2014 waren de huishoudens goed voor ongeveer 35 % van het totale waterverbruik (exclusief koelwater) en iets meer dan 65 % van het leidingwaterverbruik in Vlaanderen.

De huishoudens verbruiken vooral leidingwater. Over de hele periode 2000-2014 is het totale huishoudelijk leidingwaterverbruik gedaald. In 2014 lag het verbruik ongeveer 5 % lager dan in 2000. De laatste jaren is er echter eerder sprake van een stagnatie van het totale verbruik, weliswaar ondanks de bevolkingstoename. Per persoon was er dus wel nog steeds een daling van het leidingwaterverbruik.

Op basis van enquêtes in 2002 en 2016 blijkt dat het grondwaterverbruik afneemt terwijl het regenwaterverbruik toeneemt. Het gebruik van regenwater biedt voor toepassingen zoals de was of de beregening van planten dan ook een aantal voordelen (goedkoper, zachter) t.o.v. leidingwater. Bovendien kunnen regenwaterputten bijdragen aan het afzwakken van piekafvoerdebieten bij hevige buien. De opvang en het gebruik van regenwater wordt dan ook gestimuleerd vanuit de overheid. Als regenwaterputten leeg komen te staan bij langdurige droogte en bijgevuld worden met leidingwater zouden ze op dat moment echter ook kunnen bijdragen tot een groter piekverbruik van leidingwater.

In 2015 bedroeg het gemiddeld leidingwaterverbruik 100 liter per persoon per dag. Dat cijfer geldt voor een persoon uit een gemiddeld gezin, bestaande uit 2,3 personen. Het gemiddeld leidingwaterverbruik hangt in belangrijke mate af van de grootte van het huishouden. In huishoudens met één persoon is dat gemiddeld 132 liter per persoon per dag, in huishoudens van 3 personen 95 liter en in huishoudens met 5 personen 84 liter. Het rapport Watermeter 2016-2017 gaat hier dieper op in. Huishoudens kunnen naast leidingwater ook nog regenwater en grondwater gebruiken. Gemiddeld genomen is dat 2 liter grondwater en 12 liter hemelwater per persoon per dag.

Huishoudens verbruiken water voor verschillende doeleinden. Douche (21 %), toilet (19 %) en wasmachine (14 %) hebben het grootste aandeel in het totaal huishoudelijk waterverbruik.

Huishoudens kunnen hun totaal waterverbruik verminderen door hun gedrag aan te passen (bv. korter douchen, gras niet onnodig sproeien) en door waterbesparende technologieën te gebruiken (bv. spaardouchekop, toilet met twee knoppen, waterzuinige wasmachine). Daarnaast kan het aangewezen zijn gebruik te maken van regenwater in de plaats van leidingwater voor toepassingen zoals de wasmachine, poetsen en het besproeien van planten.

Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht