Deel deze pagina

Verzenden

Ruimtegebruik voor wonen

 Wonen neemt een aanzienlijk deel van de beschikbare ruimte in beslag in Vlaanderen. De plaats waar we ons vestigen heeft invloed op het milieu: door bebouwing van het platteland neemt de druk op de schaarse open ruimte in Vlaanderen nog toe. De indicator toont het aandeel ruimtegebruik voor wonen per gemeente en de gemiddelde jaarlijkse verandering in oppervlakte per gemeente die wordt ingenomen door woongebied. Woongebied omvat zowel woningen als privé-tuinen.
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport Ć  la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Aandeel woongebied in de totale oppervlakte per gemeente (Vlaanderen, 2014)

Bron: MIRA op basis van ADSEI (gegevens bodemgebruik volgens de definities van OESO/Eurostat)



Verloop

 De druk op de ruimte door wonen is belangrijk en is in de periode 2000-2014 aanzienlijk toegenomen. In 2000 werd 1 386 km of 10,2 % van de totale oppervlakte van Vlaanderen gebruikt voor wonen, in 2014 was dat 1 626 km² of 12,0 %. Dit is een stijging van 17 %. Ook de gemiddelde oppervlakte woongebied per inwoner is toegenomen, van 233 m² in 2000 naar 254 m² in 2014. De jaarlijkse aangroei van de oppervlakte woongebied vertoont wel een dalende trend, van 1,6 % in 2001 naar 0,9 % in 2014.

Het aandeel van de oppervlakte voor wonen in de totale oppervlakte is ruimtelijk sterk verschillend. Het aandeel is het hoogst in de gemeenten rond Antwerpen, Brussel, Leuven, Turnhout, Gent, Kortrijk, Aalst, Roeselare en Mechelen. Van de 308 Vlaamse gemeenten zijn er 41 waar het woongebied in 2014 meer dan 20 % van de oppervlakte innam. Bij slechts 15 gemeenten, waarvan een groot deel in de Westhoek, nam de oppervlakte voor wonen minder dan 5 % van het grondgebied in.

Ook de gemiddelde jaarlijkse aangroei van de oppervlakte woongebied in de periode 2000-2014 varieert sterk tussen gemeenten: tussen 0,1 % en 2,3 % per jaar. Daarbij valt op dat er vaak ook een (vrij) sterke aangroei is in de minst bebouwde gemeenten, die verder weg van steden liggen. Bijvoorbeeld in de provincie Antwerpen vond de grootste toename niet in de onmiddellijke nabijheid van het stadsgewest plaats. Ook in Noord-Limburg en de Westhoek is de groei groot. Deze evolutie gaat in tegen de doelstelling van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen om de aangroei van de bebouwde oppervlakte in het buitengebied niet groter te laten worden dan in het verstedelijkte gebied.

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht