Deel deze pagina

Verzenden

Emissie van dioxines en PAK's door huishoudens

In deze indicator wordt de emissie van PAK’s en dioxines van de huishoudens belicht. De huishoudens zijn momenteel immers verantwoordelijk voor het overgrote deel van de emissies van deze polluenten. PAK’s en dioxines zijn te catalogeren onder de groep van de persistente organische polluenten (POP’s). PAK’s en dioxines ontstaan hoofdzakelijk bij ongecontroleerde en onvolledige verbranding. Deze stoffen vragen permanente aandacht omwille van hun persistent gedrag gekoppeld aan een aantal carcinogene en/of toxische eigenschappen voor mens en milieu. Meer informatie over deze stoffen is terug te vinden onder bij het Thema Verspreiding van persistente organische polluenten (POP’s).
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport Ć  la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Verloop

Huishoudens belangrijkste bron van dioxine-emissie

Huishoudens hebben de laatste jaren het grootste aandeel in de dioxine-emissie (71 % in 2014). In de jaren 90 leverden de sectoren energie en industrie de grootste bijdrage. De verschuiving binnen de sectoraandelen komt vooral doordat de non-ferro industrie, de ijzer- en staalnijverheid en de afvalverbranding dank zij drastische saneringen hun dioxine-emissies sterk beperkt hebben.

De dioxine-emissie van de huishoudens daalt in de loop der jaren (-40 % tussen 1990 en 2014). 43 % van de huishoudelijke dioxine-emissie in 2014 is afkomstig van de particuliere illegale verbranding van diverse soorten afval, zoals plastic en papier maar ook tuinafval, in open vuurtjes en tonnetjes. Deze emissie daalde wel met 69 % tussen 2000 en 2014.

57 % van de emissie is afkomstig van de gebouwenverwarming op vaste brandstoffen (kolen maar vooral hout). Bij het stoken van behandeld hout, sloophout, multiplex en spaanplaat in zogenaamde allesbranders komen relatief gezien meer dioxines vrij dan bij verbranding van schoon droog hout. Door de zachte winter en bijgevolg lagere verwarmingsbehoefte lag de dioxine-emissie door huishoudelijke verwarming in 2014 26 % lager dan in 2013.

Zachte winter leidt tot lagere PAK-emissie door huishoudens in 2014

De huishoudens zijn verantwoordelijk voor het overgrote deel van de PAK-emissie (4 EMEP-PAK’s) (een aandeel van 90 % in 2014). De belangrijkste huishoudelijke bron is de gebouwenverwarming (verantwoordelijk voor 99 % van de huishoudelijke PAK-emissie) en dan hoofdzakelijk de verwarming op steenkool en hout in kachels en open haarden. De resterende huishoudelijke PAK-emissie komt van het verbranden van afval in tonnetjes en open vuren. Ten opzichte van 2000 stelt men een toenemend verbruik vast van hout in kachels en open haarden.

Net als bij de dioxines is ook de emissie van PAK’s door huishoudelijke gebouwenverwarming sterk temperatuursgerelateerd. Door de zachte winter in 2014 lag deze emissie 27 % lager dan in 2013. Een zelfde patroon deed zich voor in 2011.

Verdere maatregelen nodig

Het beheersen van de PAK-en dioxine-emissies van zowel de gebouwenverwarming op vaste brandstoffen (steenkool maar vooral hout) als de particuliere illegale afvalverbranding blijft een aandachtspunt. Emissiereductie kan onder andere door invoering van specifieke reglementering voor de gebouwenverwarming op vaste brandstoffen. Zo moeten nieuwe kolen- en houtkachels sinds oktober 2010 voldoen aan minimale normen voor stof. De volgende jaren zullen deze normen stapsgewijs strenger worden wat uiteindelijk een gunstig effect zal hebben op de emissie van partikel geassocieerde PAK’s en dioxines. Verdere emissiereductie van PAK’s en dioxines kan ook nog verwezenlijkt worden door de omschakeling van vaste naar vloeibare en gasvormige brandstoffen voor de huishoudelijke gebouwenverwarming.

Overtuigende sensibilisering van de bevolking, ondersteuning van een ambitieuze en kosteneffectieve productnormering op federaal en Europees niveau, en het (fiscaal) stimuleren van milieuvriendelijke technieken zijn de belangrijkste instrumenten om de huishoudelijke uitstoot van dioxines en PAK’s verder aan banden te leggen. Zo zette de Vlaamse overheid in 2012 een grootschalige sensibiliseringscampagne (Stook Slim) op touw die de bevolking bewust moet maken van het vrijkomen van schadelijke stoffen bij de afvalverbranding in open vuren en de verbranding van behandeld hout in kachels voor gebouwenverwarming.

Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht