Deel deze pagina

Verzenden

Emissie van broeikasgassen door huishoudens

Deze indicator omvat de directe broeikasgasemissies van huishoudens die gekoppeld zijn aan wonen. Dit zijn de broeikasgassen die rechtstreeks vrijkomen aan en in woningen. De directe broeikasgasemissies van personenvervoer worden niet meegenomen. Deze vallen onder de sector transport. Ook de indirecte emissies die ontstaan in de productie- en distributieketens van de energiedragers en de andere goederen en diensten die huishoudens gebruiken, worden niet meegenomen in deze indicator.

De indicator omvat de emissies van koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4), lachgas (N2O) en fluorkoolwaterstoffen (HFK’s). Om de emissies van deze gassen met elkaar te kunnen vergelijken en op te tellen, worden ze uitgedrukt in kton CO2-equivalenten.

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

exclusief CO2-emissies houtverbranding; * voorlopige cijfers

Bron: MIRA (VMM) op basis van EIL (VMM)
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

Directe broeikasgasuitstoot aan woningen daalde met een kwart sinds 2000

In 2015 hadden huishoudens een aandeel van 13 % in de totale broeikasgasemissies in Vlaanderen. Het gros hiervan, 95,4 %, kwam vrij bij de verbranding van fossiele brandstoffen voor verwarming van de woning en voor warm water. Emissies door lozen van afvalwater en septische putten waren goed voor 3,4 %. Verder zijn er de emissies van fluorkoolwaterstoffen (HFK’s; 0,7 %) en emissies door off-road voertuigen zoals grasmaaiers en quads (0,4 %). HFK’s worden onder meer gebruikt als koelmiddel in koelkasten en airco-installaties en als drijfgas voor aerosolen. 94 % van de broeikasgasuitstoot door huishoudens bestaat uit CO2-emissies.

Het energiegebruik van huishoudens is sterk afhankelijk van de verwarmingsbehoefte, en ook de broeikasgasemissies variëren dus in functie van de buitentemperatuur. In 2015 was de broeikasgasuitstoot van huishoudens 3 % hoger dan in 2014. Dit komt vooral door het extreem warme jaar 2014. Over de periode 2000-2015 vertonen de emissies wel een duidelijk dalende trend (-23 %). Dit komt door de daling van het energiegebruik voor verwarming en door de omschakeling naar brandstoffen met een lagere koolstofinhoud zoals aardgas en in mindere mate naar hernieuwbare energiebronnen zoals hout, warmtepompen en zonneboilers.

Niettemin is er nog veel ruimte voor verbetering. In vergelijking met andere Europese landen heeft België een hoog energiegebruik per woning. Hoewel de isolatiegraad van Vlaamse woningen en penetratiegraad van efficiënte verwarmingsketels toeneemt, blijft een aanzienlijk deel van de woningen slecht geïsoleerd.

Meer informatie hierover is te vinden bij de indicator Energiegebruik voor wonen.

Indirecte broeikasgasuitstoot door huishoudelijke consumptie is veel hoger dan directe emissies

Naast de broeikasgasemissies die ontstaan bij de huishoudens zelf, komen er heel wat broeikasgasemissies vrij bij de productie en distributie van de energiedragers en de andere goederen en diensten die huishoudens gebruiken. Uit berekeningen met het Vlaams milieu input-outputmodel blijkt dat slechts een vijfde van de broeikasgasuitstoot die veroorzaakt wordt door huishoudelijke consumptie, ontstaat bij de gezinnen zelf (datajaar 2010). Ongeveer de helft hiervan zijn emissies aan de schouw van woningen, de andere helft zijn de emissies aan de uitlaat van wagens. Vier vijfde van de consumptie-gerelateerde broeikasgasemissies ontstaat in de productie- en distributieketens van de aangekochte goederen en diensten, grotendeels buiten Vlaanderen.

Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht