Deel deze pagina

Verzenden

Eco-efficiëntie van huishoudens

De eco-efficiëntie vergelijkt milieudruk van de sector huishoudens (= drukindicator) met het aantal huishoudens (= de activiteitsindicator). Er is een verbetering van de eco-efficiëntie wanneer de groeisnelheid van de drukindicator lager is dan de groeisnelheid van de activiteitsindicator (ontkoppeling). De ontkoppeling is absoluut als de drukindicator constant blijft of daalt. De ontkoppeling is relatief als de drukindicator stijgt, maar minder snel dan de activiteitsindicator. Enkel absolute ontkoppeling leidt tot milieuwinst.
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

* voorlopige cijfers

Bron: MIRA op basis van FOD Economie-ADS, Energiebalans Vlaanderen VITO, OVAM, EIL-VMM (www.milieurapport.be)
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

Tussen 2000 en 2015 nam het aantal huishoudens met 14 % toe. Veel milieuparameters zijn losgekoppeld van de groei van het aantal huishoudens, zij het in verschillende mate. Zo verminderde de belasting van het oppervlaktewater met biochemisch zuurstofverbruik (BZV) met twee derde tussen 2000 en 2015. Deze daling is te danken aan de uitbreiding en de verbetering van de openbare waterzuivering. De hoeveelheid restafval daalde met een vijfde tussen 2000 en 2015, maar die daling werd vooral gerealiseerd tussen 2000 en 2003.

Het energiegebruik van huishoudens is voor een groot deel bestemd voor het verwarmen van de woning en varieert dus sterk in functie van de buitentemperatuur. Toch is er een licht dalende trend over de periode 2001-2014. Ook de broeikasgasemissies vertonen een dalende trend. Dit komt door het verminderde energiegebruik voor verwarming en door de omschakeling naar brandstoffen met een lagere koolstofinhoud zoals aardgas en in mindere mate naar hernieuwbare energiebronnen zoals hout, warmtepompen en zonneboilers. Toch is er nog veel ruimte voor verbetering. In vergelijking met andere Europese landen heeft België een hoog energiegebruik per woning. Hoewel de isolatiegraad van Vlaamse woningen en penetratiegraad van efficiënte verwarmingsketels toeneemt, blijft een aanzienlijk deel van de woningen slecht geïsoleerd (zie Energiegebruik voor wonen).

Verwarming van woningen is ook de belangrijkste bron van emissies van polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) en fijn stof (PM2,5) door huishoudens. Ook deze emissies variëren dus in functie van de buitentemperatuur, maar in tegenstelling tot het energiegebruik en de broeikasgasemissies vertonen ze een stijgende trend tot 2010. Dit is het gevolg van het toenemende houtgebruik voor verwarming.

De toenemende houtverbranding zorgt ook voor een stijging van de hieraan gekoppelde dioxine-emissies, maar die stijging wordt teniet gedaan door de sterke daling van dioxine- emissies door illegale verbranding van afval in open lucht. Hierdoor daalde de dioxine-uitstoot van huishoudens met bijna de helft tussen 2000 en 2015.

Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht