Deel deze pagina

Verzenden

(Koel)waterverbruik door de energiesector

De energiesector is de grootste verbruiker van water in Vlaanderen. Dit is bijna volledig op rekening te schrijven van het koelwaterverbruik. Het gros van dat koelwater wordt onttrokken aan oppervlaktewater (rivieren, kanalen etc.) en met een minimale chemische of fysische belasting na verbruik weer geloosd in het aangesproken waterreservoir. Toch verdient deze indicator een goede opvolging. De meeste klimaatscenario’s voor Vlaanderen tonen immers een daling van de gemiddelde zomerneerslag. Dat kan de laagste rivierdebieten tijdens droge zomers met meer dan 50 % doen dalen tegen het einde van de 21ste eeuw, met kansen op ernstig watertekort.

Deze indicator gaat per deelsector na in welke mate het (koel)waterverbruik varieert vanaf 2000.
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Bron: MIRA (VMM) op basis van VMM (WWW.MILIEURAPPORT.BE)
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

Koelwaterverbruik energiesector domineert totaal waterverbruik in Vlaanderen

In 2014 bedroeg het totaal waterverbruik in Vlaanderen inclusief koelwater 3 059 miljoen m³, de energiesector had daarin een aandeel van 60 %. Zonder koelwater bedroeg het totaal voor Vlaanderen 744 miljoen m³, daarin had de energiesector een aandeel van 12 %.

De figuur geeft duidelijk aan dat het gros van het waterverbruik in de energiesector koelwater betreft. Tussen 2000 en 2014 is het totale waterverbruik van de energiesector gedaald met 37 %, het koelwaterverbruik is zelfs met 39 % gedaald. Het verbruik van water voor andere toepassingen is in de periode 2012-2014 opvallend gestegen. Die stijging kan hoofdzakelijk toegeschreven worden aan de ingebruikname van een nieuwe installatie in Zeebrugge waar vloeibaar gas omgezet wordt naar gasvorm.

Kerncentrales vragen meeste koeling  

De deelsector 'elektriciteit en warmte' is verantwoordelijk voor ruim 88 % van het totale waterverbruik van de energiesector in 2014, de petroleumraffinaderijen nemen 12 % voor hun rekening. Vooral voor de productie van elektriciteit wordt heel wat koelwater verbruikt, met name in kerncentrales en in conventionele thermische centrales (bv. steenkoolcentrales).

Voor de kerncentrale van Doel schommelt het totaal koelwaterverbruik de laatste jaren rond 1 200 à 1 400 miljoen m³ per jaar, onttrokken aan de Schelde. Het gros daarvan (circa 98 à 99 %) wordt na verbruik opnieuw geloosd aan een gemiddelde temperatuur van 23 à 26 °C. De rest verdampt via de koeltorens. In 2014 gebruikt de kerncentrale van Doel 1 240 miljoen m³ koelwater, waarvan 1 231 miljoen m³ terug geloosd werd in de Schelde aan een gemiddelde temperatuur van 25,4 °C. 9,1 miljoen m³  (0,7 %) verdampte via de koeltorens. Voor 2015 ligt het koelwatergebruik lager, nl. 867 miljoen m³, waarvan 855,7 miljoen m³ terug werd geloosd aan een gemiddelde temperatuur van 22,8 °C. Via de koeltorens verdampte 11,3 miljoen m³ (1,3 %).

De periode 2000 – 2011 werd voor de kerncentrale van Doel gekenmerkt door een beperkte variatie in de geproduceerde hoeveelheid elektriciteit en hoeveelheid opgepompt koelwater. De inzet van koelwater per geproduceerde eenheid elektriciteit schommelde dan rond de 60 m³/MWh. De laatste jaren variëren deze hoeveelheden sterk. Zo produceerde Doel in 2011 een netto hoeveelheid elektriciteit van 22 789 592 MWh, in 2015 was dit nog slechts de helft namelijk 11 176 527 MWh. De hoeveelheid ingezet koelwater per geproduceerde eenheid elektriciteit schommelt eveneens: 62,7 m³/MWh in 2011 en 77,6 m³/MWh in 2015.

De stroomproductie door de conventionele thermische centrales vertoont een schommelend verloop tussen 2000 en 2015. In het koelwatergebruik is een daling te merken van circa 50 naar 30 liter per kWh. Hierbij speelt wellicht de brandstofshift in deze centrales een rol. In 2000 had steenkool een aandeel van 45 % in het brandstofverbruik, gas 36 %, vloeibaar 1 % en cogeneratie 18 %. In 2015 is deze verdeling verschoven naar 25 % steenkool, 39 % gas en 36 % cogeneratie. Daarnaast wordt bij gasgestookte centrales soms ook gewerkt met luchtkoeling of hybride systemen (lucht + water).

Het koelwater voor de elektriciteitscentrales dient om de stoom die de turbine heeft doorlopen te condenseren tot water. De vermelde gegevens hebben betrekking op de hoeveelheid onttrokken oppervlaktewater voor verbruik als koelwater, en niet op de verdampte hoeveelheid. De literatuur geeft een gemiddeld koelwaterverbruik – in termen van verdampte hoeveelheden – van 1,8 liter per kWh eindgebruik voor thermische centrales in de Verenigde Staten. De kerncentrales in Doel laten de laatste jaren een verdamping van ongeveer 1,0 liter/kWh optekenen.

Ook raffinaderijen zetten heel wat koelwater in

Een Europese petroleumraffinaderij verbruikt gemiddeld zo’n 4 m³ koelwater per ton productiecapaciteit. Het koelwaterverbruik van de Vlaamse petroleumraffinaderijen ligt volledig onder dit Europees gemiddelde, op één raffinaderij met open koelwatercircuit na, waarvan het verbruik bijna drie keer zo groot is als het Europees gemiddelde. Dit Europees gemiddelde is bepaald op zowel gesloten als open koelcircuits.

In 2013 en 2014 verbruikten de petroleumraffinaderijen respectievelijk 196,4 en 206,3 miljoen m³ koelwater.

De output van petroleumproducten bij de raffinaderijen in Vlaanderen kent een schommelend verloop in de periode 2000 – 2014 en varieert tussen minimaal 1 300 PJ en maximaal 1 850 PJ. De inzet van koelwater in functie van de output kent wel een stijgend verloop. In 2000 bedroeg het koelwaterverbruik 122 liter/GJ, in 2013 en 2014 was dit respectievelijk 150 en 143 liter/GJ. Het is niet direct duidelijk waaraan deze stijging te wijten is.

Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht