Deel deze pagina

Verzenden

(Koel)waterverbruik door de energiesector

De energiesector is de grootste verbruiker van water in Vlaanderen. Dit is bijna volledig op rekening te schrijven van het koelwaterverbruik. Het gros van dat koelwater wordt onttrokken aan oppervlaktewater (rivieren, kanalen etc.) en met een minimale chemische of fysische belasting na verbruik weer geloosd in het aangesproken waterreservoir. Toch verdient deze indicator een goede opvolging. De meeste klimaatscenario’s voor Vlaanderen tonen immers een daling van de gemiddelde zomerneerslag. Dat kan de laagste rivierdebieten tijdens droge zomers met meer dan 50 % doen dalen tegen het einde van de 21ste eeuw, met kansen op ernstig watertekort.

Deze indicator gaat per deelsector na in welke mate het (koel)waterverbruik varieert vanaf 2000.
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Bron: MIRA (VMM) op basis van VMM (WWW.MILIEURAPPORT.BE)
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

Koelwaterverbruik energiesector domineert totaal waterverbruik in Vlaanderen

In 2012 bedroeg het totaal waterverbruik in Vlaanderen inclusief koelwater 3 127 miljoen m³. Zonder koelwater bedroeg het totaal voor Vlaanderen dat jaar 716 miljoen m³. De energiesector had daarin een aandeel van 59 % (inclusief koelwater) of 7 % (exclusief koelwater).

De figuur geeft duidelijk aan dat het gros van het waterverbruik in de energiesector koelwater betreft. Tussen 2000 en 2012 is het totale waterverbruik van de energiesector gedaald met 27 %, net als het koelwaterverbruik. Voor de andere toepassingen van water is in diezelfde periode een daling met ruim 15 % opgetekend.

Kerncentrales vragen meeste koeling

De deelsector 'elektriciteit en warmte' is verantwoordelijk voor ruim 88 % van het totale waterverbruik van de energiesector in 2012, de petroleumraffinaderijen nemen bijna 12 % voor hun rekening. Vooral voor de productie van elektriciteit wordt heel wat koelwater verbruikt, met name in kerncentrales en in conventionele thermische centrales (bv. steenkoolcentrales). Voor de kerncentrale van Doel schommelt het totaal koelwaterverbruik de laatste jaren rond de 1 400 miljoen m³ per jaar, onttrokken aan de Schelde. Het gros daarvan (circa 98,5 %) wordt na verbruik opnieuw geloosd aan een gemiddelde temperatuur van 25 à 26 °C. De rest verdampt via de koeltorens. Voor 2013 rapporteert de kerncentrale van Doel een lager koelwaterverbruik, nl. 1 200 miljoen m³.

Aangezien zowel de hoeveelheid elektriciteit geproduceerd in kerncentrales als de hoeveelheid opgepompt koelwater slechts beperkt variëren in de periode 2000-2012, blijft de hoeveelheid koelwater ingezet per geproduceerde eenheid elektriciteit rond de 60 liter/kWh schommelen. Bij de conventionele thermische centrales is ondanks een vrij constant gebleven stroomproductie wel een daling te merken van 52 naar 32 liter/kWh. Hierbij speelt wellicht de shift van centrales op steenkool naar gasgestookte centrales met een hoger energetisch rendement een rol: de inzet van kolen daalde met 66 % tussen 2000 en 2012. De inzet van aardgas in elektriciteitscentrales steeg terwijl met 48 % tussen 2000 en 2010 om daarna weer te dalen tussen 2010 en 2012 (- 27 %). Daarnaast wordt bij gasgestookte centrales soms ook gewerkt met luchtkoeling of hybride systemen (lucht + water).

Het koelwater voor de elektriciteitscentrales dient om de stoom die de turbine heeft doorlopen te condenseren tot water. De vermelde gegevens hebben betrekking op de hoeveelheid onttrokken oppervlaktewater voor verbruik als koelwater, en niet op de verdampte hoeveelheid. De literatuur geeft een gemiddeld koelwaterverbruik – in termen van verdampte hoeveelheden – van 1,8 liter per kWh eindgebruik voor thermische centrales in de Verenigde Staten. De kerncentrales in Doel laten een verdamping van 0,9 liter/kWh optekenen.

Ook raffinaderijen zetten heel wat koelwater in

Een Europese petroleumraffinaderij verbruikt gemiddeld zo’n 4 m³ koelwater per ton productiecapaciteit. Het koelwaterverbruik van de Vlaamse petroleumraffinaderijen ligt volledig onder dit Europees gemiddelde, op één raffinaderij met open koelwatercircuit na, waarvan het verbruik bijna drie keer zo groot is als het Europees gemiddelde. Dit Europees gemiddelde is bepaald op zowel gesloten als open koelcircuits.

Maar daar waar de output van petroleumproducten bij raffinaderijen in Vlaanderen afnam van 1 607 naar 1 364 PJ tussen 2000 en 2010, vertoont de inzet van koelwater een stijging van 189 naar 215 miljoen m³. Daardoor nam in diezelfde periode het verbruik van koelwater toe van 118 liter/GJ naar 158 liter/GJ. In 2012 bedroeg de output van de petroleumraffinaderijen 1 478 PJ, terwijl er 204 miljoen m³ koelwater werd ingezet, m.a.w. een verbruik van 138 liter/GJ. Het is niet direct duidelijk waaraan die schommelende verbruiken te wijten zijn.

Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht