Deel deze pagina

Verzenden

Stroomproductie in nucleaire centrales

Deze indicator gaat na hoe belangrijk de kerncentrales zijn in de Vlaamse en Belgische stroomproductie.
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Landen met het hoogste aandeel nucleaire energie in hun totale elektriciteitsproductie (2009)

Bron: IAEA PRIS database, 2010
Cijfers in Excel.


Verloop

Toename stroomgebruik doet aandeel kerncentrales wat teruglopen

Kerncentrales leverden in 2009 ongeveer 30 % van de elektriciteit van de EU en 14 % wereldwijd. België (51,6 %) heeft na Litouwen (76,2 %), Frankrijk (75,2 %), en Slowakije (53,5 %) het hoogste aandeel elektriciteit uit nucleaire centrales in de wereld (eerste figuur).

De 4 kerncentrales in Vlaanderen (Doel) stonden in voor 24,3 % van de Belgische stroomproductie (tweede figuur). Over de jaren heen neemt het nucleair aandeel langzaam af door de toename in elektriciteitsgebruik en een onveranderd aantal kernreactoren.

Nucleaire centrales zijn voornamelijk geschikt voor de productie van de zogenaamde basislast. Daardoor draaien ze vrijwel het hele jaar door continu, met uitzondering van perioden van onderhoud. De gemiddelde benuttingsfactor van de Belgische kerncentrales in 2009 bedroeg 87,6 %.

Kernuitstap in vooruitzicht

De uitbatingsvergunning van de Belgische kerncentrales is gebaseerd op een regime van tienjaarlijkse veiligheidsevaluaties om ze conform te maken aan de meest recente veiligheidsregels. In de officiële vergunning is geen maximale levensduur opgenomen, maar de wet op de kernuitstap van 31 januari 2003 bepaalt dat de kerncentrales dicht moeten als ze 40 jaar oud zijn. Dat zou betekenen dat de eerste drie centrales in 2015 sluiten (Doel 1 en 2, en Tihange 1) en de laatste in 2025. Bovendien mogen er geen nieuwe kerncentrales voor industriële elektriciteitsproductie gebouwd worden.

De derde figuur toont het verloop van de nucleaire productiecapaciteit volgens het uitstapscenario. De lichte toenames na 1986 zijn vooral een gevolg van de installatie van nieuwe stoomgeneratoren in de 7 Belgische centrales tussen 1993 en 2009. Eind oktober 2009 besloot de federale regering om de eerste fase van de kernuitstap met 10 jaar uit te stellen om de bevoorrading inzake elektriciteit veilig te stellen. Dat zou betekenen dat de drie oudste Belgische kerncentrales, Doel 1, Doel 2 en Tihange 1 in principe tot 2025 uitgebaat kunnen worden. Door de val van de federale regering voorjaar 2010 raakte geen wetsontwerp omtrent de verlenging van de levensduur van de oudste kerncentrales gestemd in het parlement. De wet op de kernuitstap blijft onveranderd van kracht. De verlenging van de levensduur van de oudste kerncentrales komt er voorlopig dan ook niet.

Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht