Deel deze pagina

Verzenden

Bronnen van ioniserende straling in effectieve stralingsdosis van de bevolking

In sommige elektriciteitscentrales wordt stroom opgewekt met behulp van splijtstoffen (kernbrandstof). De activiteiten in deze (kern)centrales kunnen leiden tot de verspreiding van radioactieve stoffen in het milieu. Deze indicator brengt het aandeel van de kerncentrales in de totale, gemiddelde stralingsbelasting van de bevolking in beeld.

De stralingsbelasting wordt uitgedrukt in millisievert (mSv), hetgeen een maat is voor de te verwachten gezondheidsschade die met de blootstelling aan ioniserende straling gepaard gaat.

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Verloop

Gros straling van natuurlijke oorsprong

Binnen België wordt de gemiddelde effectieve dosis aan radioactieve straling geschat op 5,1 mSv per jaar en per inwoner (figuur).

Het grootste deel daarvan is van natuurlijke oorsprong (2,8 mSv). Die natuurlijke straling is zowel afkomstig uit de ruimte (kosmische straling) als van radioactieve stoffen die van nature aanwezig zijn in de aardkorst, het oceaanwater, de omgevingslucht, maar ook in bouwmaterialen, onze voeding en dus in ons eigen lichaam.

Gemiddeld genomen is de blootstelling aan natuurlijke ioniserende straling in Vlaanderen wat lager dan in de rest van ons land. Aan het aardoppervlak is de kosmische straling overal vrijwel gelijk in België. Maar het is de bodemsamenstelling die leidt tot regionale verschillen: zanderige bodems bevatten minder natuurlijke radioactieve stoffen. Binnen Vlaanderen vinden we de laagste waarden aan natuurlijke ioniserende straling daarom terug in de provincie Antwerpen (0,59 mSv/jaar) en de hoogste in Vlaams Brabant (tot 1,00 mSv/jaar). In de provincies Namen en Luxemburg lopen de waarden wat hoger op tot respectievelijk 1,15 en 1,11 mSv/jaar door de verhoogde aanwezigheid van uranium en thorium samen met hun respectievelijke vervalproducten en kalium-40 in de ondergrond.

Een belangrijk vervalproduct van het natuurlijk aanwezige uranium-238 is radon-222.Het is een reuk-, smaak- en kleurloos maar radioactief gas dat uit de gesteenten in de ondergrond kan ontsnappen en in de atmosfeer terechtkomt en kan ingeademd worden door de mens. In de buitenlucht blijft de radonconcentratie beperkt, maar vooral in slecht verluchte huizen en gebouwen kan radon zich ophopen en aanleiding geven tot hogere concentraties en mogelijks gezondheidsproblemen bij langdurige blootstelling. Door de andere samenstelling van de ondergrond is dit risico reëel in sommige delen van Wallonië (arrondissementen Bastenaken, Neufchâteau en Verviers).

Bijdrage kerncentrales en nucleaire bedrijven minimaal bij normale werking

Ook menselijk handelen draagt bij tot de blootstelling aan ioniserende straling. Daaronder vallen zowel activiteiten waar wordt omgesprongen met radioactieve stoffen van kunstmatige of natuurlijke oorsprong (bv. uitbating van kerncentrales voor stroomproductie, gebruik van radio-isotopen in ziekenhuizen) als activiteiten waarbij enkel straling wordt opgewekt (bv. bij medische radiografie). Het geheel hiervan blijft ver beneden de niveaus waarbij gezondheidsschade te verwachten is.

Het overgrote deel van de niet-natuurlijke blootstelling aan ioniserende straling is afkomstig van medische toepassingen. Gemiddeld bedraagt dit 2,3 mSv per jaar en per inwoner. Algemeen zien we dat de stralingsbelasting voortvloeiend uit de medische toepassingen nog steeds toeneemt omdat in de gezondheidszorg meer en meer een beroep wordt gedaan op nucleaire en radiologische technieken. In de praktijk varieert die blootstelling sterk van persoon tot persoon, al naar gelang de individuele gezondheidstoestand.

De effectieve dosis waaraan een persoon uit de bevolking ten hoogste mag worden blootgesteld als gevolg van menselijk handelen is beperkt tot 1 mSv. Hierbij wordt geen rekening gehouden met de blootstelling aan ioniserende straling als gevolg van medische onderzoeken en behandelingen. Kerncentrales en nucleaire bedrijven in ons land geven bij normale werking en zonder accidentele lozingen echter slechts beperkte hoeveelheden straling vrij naar de omgeving. Hun bijdrage tot de bevolkingsdosis in Vlaanderen is dan ook zeer klein (< 0,02 %), en ligt ver beneden de vernoemde drempel van 1 mSv.

Blootstelling ten gevolge van ganse splijtstofcyclus

UNSCEAR, een wetenschappelijke instelling van de Verenigde Naties, maakt periodiek een inschatting van zowel de dosis die de lokale bevolking rond een kerncentrale ontvangt als van de wereldwijde collectieve dosis voor de totale wereldbevolking als gevolg van de ganse splijtstofcyclus. Onder dit laatste wordt het geheel verstaan van winning en zuivering van uraniumerts tot bruikbare brandstofstaven, de uitbating van kerncentrales, het opwerken van gebruikte kernbrandstof en de ontmanteling van nucleaire centrales. Enkel de mogelijke blootstelling ten gevolge van de berging van hoogactief kernafval en gebruikte kernbrandstof is daarbij niet mee begroot omdat bij de publicatie van het rapport in 2016 nog geen enkele geologische berging in gebruik was.

In haar meest recente berekeningen uit 2016 raamt UNSCEAR, uitgaande van een stroomproductie in kerncentrales op het niveau van 2010, de collectieve bevolkingsdosis per GW geproduceerde stroom in een jaar op 0,43 man Sv voor de lokale en regionale component. Dit betreft dus de blootstelling in de ruime omgeving (in een straal van 1 500 km) rond de ontginning en verwerking van uraniumerts, rond de verrijking en vervaardiging van kernbrandstof, rond lozingen naar omgevingslucht en oppervlaktewater tijdens een normale exploitatie van kernreactoren zonder grote calamiteiten en nabij de opwerking van gebruikte kernbrandstof. Wanneer ook wordt rekening gehouden met de straling die vrijkomt door de berging van vast (laag- en middelactief) afval en de wereldwijde verspreiding van radionucliden over een periode van 10 000 jaar wanneer de nucleaire stroomproductie gedurende 100 jaar wordt aangehouden op datzelfde niveau van 2010, dan neemt die collectieve bevolkingsdosis toe tot 25 man SV per GW en per jaar. De voornaamste bijdrage in die dosis is dan afkomstig van koolstof-14 en radon, die vrijkomen uit de grote hoeveelheden langlevend radiumhoudend afval van de uraniumwinning en zich over de globale atmosfeer verspreiden. Ze zorgen zo gedurende vele eeuwen voor een verhoogde stralingsblootstelling, zij het in erg kleine individuele doses. Aanhouding van de mondiale nucleaire stroomproductie op het niveau van 2010 (300 GWj) over een periode van 100 jaar leidt zo zonder grote calamiteiten tot een toename van de individuele stralingsdosis van de wereldbevolking met circa 0,1 µSv/j. Voor Vlaanderen zou dit overeenkomen met een toename van de huidige gemiddelde blootstelling met 0,002 %. Bemerk wel dat deze cijfers geen rekening houden met eventuele grote calamiteiten zoals in Tsjernobyl of Fukushima, en zoals eerder aangehaald evenmin met de stralingsdosis die hoort bij de definitieve berging van hoog- en middelactief kernafval.

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht