Deel deze pagina

Verzenden

Hernieuwbare energie: groene stroom, groene warmte & koeling en biobrandstoffen

Deze indicator gaat na in welke mate Vlaanderen de verschillende vormen van hernieuwbare energie inzet: groene stroom, groene warmte & koeling en biobrandstoffen voor transport.
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport Ć  la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Datasets berekend overeenkomstig de definities in de Europese Richtlijn 2009/28/EC: (1) De totale bruto stroomproductie uit hernieuwbare energiebronnen omvat ook de netverliezen en het eigengebruik van elektriciteit door de producenten. (2) Het bruto gebruik van groene warmte & koeling omvat de hoeveelheid warmte & koeling die in Vlaanderen wordt geproduceerd uit hernieuwbare energiebronnen, plus het gebruik van andere energie uit hernieuwbare bronnen voor verwarmings-, koelings- en verwerkingsdoeleinden. (3) Met toepassing correctiefactor 2,5 voor elektrische wegvoertuigen ter omrekening naar input primaire energie.

Bron: MIRA op basis van Energiebalans Vlaanderen VITO (WWW.MILIEURAPPORT.BE)
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

Naar 13 % hernieuwbare energie in 2020

De Europese Richtlijn Hernieuwbare Energie van 2009 (2009/28/EG) verplicht België om het aandeel hernieuwbare energie in het bruto finaal energiegebruik op te trekken van 2,2 % in 2005 naar 13 % in 2020. Om deze doelstelling te toetsen wordt rekening gehouden met de inlandse productie van zowel groene stroom als groene warmte & koeling, en met het gebruik van hernieuwbare energiebronnen voor transportdoeleinden (zowel biobrandstoffen in verbrandingsmotoren als groene stroom in elektrische voertuigen).

België kan zelf bepalen of en hoe deze doelstelling verder wordt gespecificeerd naar groene stroom, groene warmte & koude en biobrandstoffen. Eind 2015 kwamen de verschillende overheden in ons land overeen dat Vlaanderen in 2020 zal instaan voor 2,156 Mtep (miljoen ton petroleumequivalenten) of 90,267 PJ hernieuwbare energie, goed voor 51 % van de benodigde hoeveelheid om de doelstelling van 13 % hernieuwbare energie in België tijdig te realiseren.

Naast de algemene doelstelling legt de Richtlijn Hernieuwbare Energie elke EU-lidstaat op tegen 2020 minstens 10 % hernieuwbare energie in te zetten in het weg- en spoorvervoer. Daaronder worden zowel biobrandstoffen als groene stroom en waterstof gewonnen uit hernieuwbare energiebronnen verstaan. Doordat de inzet van biobrandstoffen van de 1ste generatie leidt tot een eerder beperkte netto CO2-reductie en tot mogelijke marktverstoring voor voedingsmiddelen, heeft Europa in september 2016 besloten dat biobrandstoffen van de 1ste generatie slechts voor 7 van de voormelde 10 % mogen meetellen. De overige 3 % zal moeten komen van biobrandstoffen van de 2de generatie en het gebruik van groene stroom voor elektrische voertuigen.

Drie sporen

In deze indicator ligt de focus bij de totale inzet van hernieuwbare energie in Vlaanderen. Dit is de resultante van drie onderdelen waarvan het verloop in detail besproken wordt in aparte indicatorfiches:

  1. elektriciteit gewonnen uit hernieuwbare energiebronnen (groene stroom);
  2. verwarming en koeling door middel van hernieuwbare bronnen (groene warmte & koeling);
  3. gebruik van biobrandstoffen voor transport.

De eerste figuur geeft de energie-inhoud weer ingezet voor elk van de drie fracties. In Vlaanderen kennen de 3 hernieuwbare fracties een duidelijke groei over de periode 2005-2014. Voor groene stroom nam de geproduceerde hoeveelheid elk jaar verder toe. Enkel in 2014 zien we een kleine terugval (-2 %). Groene warmte & koeling laat mede onder invloed van de klimatologische omstandigheden een wat wisselend patroon zien. Vooral de jaren met erg zachte wintermaanden zijn duidelijk te traceren: 2011 en 2014. In iets mindere mate valt ook bij de inzet van biobrandstoffen en groene stroom voor transportdoeleinden in enkele tussenliggende jaren een kleine terugval te noteren.

Nog te gaan: +64 % op 6 jaar

Na toepassing van de rekenregels uit de Europese Richtlijn 2009/28/EG blijkt de totale inzet van hernieuwbare energiebronnen inmiddels toegenomen tot 54,9 PJ. Dit betekent dat Vlaanderen in 2014 nog ruim 35 PJ verwijderd is van de doelstelling die het heeft onderschreven tegen 2020 (tweede figuur). Wil Vlaanderen tijdig die doelstelling halen, dan zal de totale inzet van hernieuwbare energie nog met 64 % moeten toenemen op zes jaar tijd.

Zo'n toename zal bijkomende inspanningen vragen op elk van de drie sporen. Eerdere initiatieven deden het aandeel groene stroom in het bruto eindgebruik van elektriciteit opklimmen van 1,8 % in 2005 naar 10,5 % in 2014 (derde figuur). De aandelen van groene warmte & koeling in het totale energiegebruik voor verwarming & koeling in Vlaanderen en van biobrandstoffen en groene stroom voor transport groeiden sterk tot 2010 maar blijven sindsdien schommelen tussen 4 % en 5 %.

Uit gegevens van Eurostat blijkt dat Vlaanderen met een aandeel van 5,7 % hernieuwbare energie in het bruto finaal energiegebruik het in 2014 minder goed dan het geheel van België (8,0 %; hier wordt naast de andere gewesten ook de stroomproductie in offshore windparken verrekend) en de buurlanden Duitsland (13,8 %) en Frankrijk (14,3 %). Het geheel van de EU28 kwam in 2014 uit op een aandeel hernieuwbare energie van 16,0 %.

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht