Deel deze pagina

Verzenden

Eigen energiegebruik en energieverliezen in de energiesector

Het energetisch verschil tussen input en output van energiebedrijven omschrijven we als ‘het eigen energiegebruik en de energieverliezen van de energiesector’. Zoals die omschrijving al aangeeft bestaat dit uit:
  • de energieverliezen bij transformatie (bv. omzetting van energie in kolen naar elektriciteit in kolencentrales) en transport & distributie van energie (bv. verliezen uit aardgasleidingen of op hoogspanningsleidingen);
  • het eigen energiegebruik van de energiesector: deel van de energetische output dat de sector zelf gebruikt bij het omzetten van de ene energievorm naar de andere (bv. de geproduceerde raffinaderijgassen die de raffinaderijen zelf gebruiken om ruwe aardolie om te zetten naar o.a. benzines; of het elektriciteitsgebruik voor verlichting in de gebouwen van elektriciteitsproducenten).

Deze indicator volgt het verloop van het eigen energiegebruik en de energieverliezen door de verschillende delen van de energiesector in Vlaanderen.

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport Ć  la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Bron: MIRA op basis van Energiebalans Vlaanderen, VITO (WWW.MILIEURAPPORT.BE)
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

Energiesector gebruikt een vijfde van het bruto binnenlands energiegebruik

Na een eerder stijgend verloop vertonen de energieverliezen bij transformatie, transport en distributie van energie en het eigen energiegebruik van de energiesector (elektriciteitscentrales, raffinaderijen en aardgasdistributie samen) sinds 2010 een aanhoudende daling. Die daling in de periode 2010-2014 is terug te vinden bij de drie delen van de energiesector, maar is het grootst bij productie en distributie van elektriciteit & warmte en aardgas waar op vier jaar tijd een terugval met een derde werd opgetekend. Daarmee waren energiegebruik en -verliezen in de energiesector voor het eerst sinds 1990 verantwoordelijk voor minder dan 20 % van het bruto binnenlands energiegebruik in Vlaanderen.

Productie, transport en distributie van elektriciteit & warmte

Het eigengebruik van de klassiek thermische centrales en de kerncentrales in Vlaanderen bedroeg in 2014 4 PJ, terwijl de verliezen er opliepen tot 168 PJ. Daarmee staan de transformatieverliezen in klassiek thermische centrales en in kerncentrales in voor het gros van het energiegebruik in de energiesector, en dus zeker ook binnen de deelsector 'elektricieit & warmte' (eerste figuur). Toch liepen zowel de transformatieverliezen als het eigen energiegebruik in de conventionele thermische centrales en de kerncentrales de laatste jaren sterk terug. Een duiding hiervan gebeurt in de afzonderlijke indicator 'energiebalans en rendement van de centrale stroom- en warmteproductie'.

Petroleumraffinaderijen

De petroleumraffinaderijen gebruiken de door hen voortgebrachte petroleumproducten met de laagste economische waarde zoals raffinaderijgas zelf als brandstof in de fornuizen en ketels (ongeveer 56 PJ in 2014). Daarnaast gebruiken ze ook andere energiebronnen (vnl. aardgas en wat elektriciteit). Er treden tijdens de raffinage ook verliezen op : ongeveer 17 PJ in 2014 (tweede figuur). Dit betreft vooral:

  • lekverliezen bij flenzen, afsluiters, kleppen, veiligheidskleppen, pompen, compressoren, monsternamepunten, opslagtanks en overslaginstallaties (vooral daar waar vluchtige producten onder druk worden behandeld);
  • ademverliezen: dampen die ontstaan bij het opwarmen van petroleumproducten en via luchtinlaten in de omgevingslucht terechtkomen;
  • verplaatsingsverliezen: dampen die naar buiten worden weggedrukt bij het beladen van opslagtanks;
  • verdampingsverliezen bij rioleringen, afvalwaterbehandeling en koeltorens.

De verliezen van de raffinaderijen zijn in 2006 en 2007 veel hoger dan normaal. Een verklaring hiervoor hebben we niet.

Concrete maatregelen die raffinaderijen kunnen treffen om het eigen brandstofgebruik te reduceren betreffen vooral de minimalisering van de reflux in de destillatietorens, van de luchtovermaat in de fornuizen en van de druk in bepaalde processen. Ook investeringen in een betere isolatie, warmterecuperatie en warmte-integratie werken energiebesparend.

Andere activiteiten

De gasbedrijven gebruiken zelf aardgas voor de herverdamping van vloeibaar aardgas (LNG). De productie van de nodige energie voor deze verdamping gebeurt in Zeebrugge door een WKK-eenheid, die 0,7 % van het verdampte gas gebruikt. De gasbedrijven gebruiken tevens aardgas voor de compressoren in de compressiestations.

De energieverliezen van de gasbedrijven betreffen bij het transport continue lekverliezen (verwaarloosbaar) en verliezen bij herstelling en onderhoud, en bij de distributie betreft het continue lekverliezen van aardgas door de leidingen. Voorts zijn er nog directe methaanverliezen bij het herverdampen van LNG (0,001 % van het verdampte gas in Zeebrugge), geringe verliezen bij de opslag van aardgas. Tot slot hebben de gasbedrijven ook een beperkt stroomverbruik. Het eigen gebruik en de verliezen bij de gasbedrijven bedroegen samen 2,0 PJ in 2014 (derde figuur).

De laatste jaren wisten de gasbedrijven de lekverliezen te beperken door gaandeweg alle oude (grauwe) gietijzeren leidingen – die nog dateren uit de periode van het ‘stadsgas’ en zich vooral in de steden bevinden – en de leidingen uit asbestcement (vezelcement) te vervangen door leidingen van polyetheen of staal. Onderzoek heeft immers uitgewezen dat de lekverliezen bijna een factor 100 kunnen verschillen tussen de meest en de minst doorlatende materialen gebruikt voor aardgasdistributieleidingen.


De sterke terugval tussen 1990 en 2000 in de derde figuur is voor het grootste deel te verklaren door de stopzetting van de mijnactiviteiten in 1992 en van de laatste losstaande cokesfabriek in 1996.

Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht