Deel deze pagina

Verzenden

Eco-efficiëntie van de energiesector in Vlaanderen

Deze indicator vergelijkt de milieudruk van de energiesector (emissies en gebruik van water en energie) met een relevante activiteitsindicator (hoeveelheid geproduceerde energie bruikbaar voor eindgebruikers) van deze sector.

Ontkoppeling treedt op wanneer de groeisnelheid van een drukindicator lager is dan de groeisnelheid van de activiteitsindicator. De ontkoppeling is absoluut als de drukindicator stagneert of daalt bij een groei van het activiteitsniveau, of als de drukindicator sterker daalt dan het activiteitsniveau. De ontkoppeling is relatief als de groei van de drukindicator positief is maar minder groot dan die van de activiteitsindicator. Enkel absolute ontkoppeling leidt tot winst voor het milieu.

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Verloop

Transformatieverliezen stroom & warmte wegen op milieuprestaties energiesector

De energetische output van de energiesector – dit is de som van de energie-inhoud van zijn eindproducten zoals motorbrandstoffen of elektriciteit beschikbaar voor de eindgebruikers – vertoont na 2002 een belangrijke daling tot 2013: -28 % op 11 jaar tijd. In 2009 is duidelijk het effect van de financieel-economische crisis te zien, waarbij de output van de energiesector de terugval in vraag naar energie van de andere sectoren weerspiegelt. Daar waar de output in 2010 een kleine stijging liet zien (+2 %), zette de daling zich nog wat verder door in de jaren nadien. Inmiddels ligt de output van de energiesector al bijna 10 % beneden het peil van 2000. Zowel de nuttige output van de petroleumraffinaderijen als van de stroomproducenten viel terug. De laatste jaren speelde bij de stroomproducten o.a. het herhaaldelijk stilleggen van kernreactoren in Doel.

Het eigen energiegebruik en de energieverliezen bij de transformatie, het transport en de distributie van energiebronnen vertoont daarentegen pas sinds 2011 een duidelijk dalend patroon. Die daling blijft evenwel aanhouden, zodat in 2014 een absolute ontkoppeling ten aanzien van de energetische output werd gerealiseerd.

Petroleumraffinaderijen hebben het belangrijkste aandeel (circa 90 %) in de energetische output van de sector, en het verloop van de output-curve is dan ook vooral bepaald door die raffinaderijen. De verhouding tussen de output van geraffineerde producten voor eindgebruikers en de input van primaire energiebronnen (aardolie) schommelt al jaren tussen 94 % en 96 %. Het energiegebruik en de -verliezen in de energiesector zijn daarentegen voor circa 70 % toe te schrijven aan de transformatieverliezen bij de opwekking van elektriciteit & warmte. Bij deze laatste zijn belangrijke rendementswinsten mogelijk, onder andere door nuttig gebruik van restwarmte en de inzet van efficiëntere conversietechnieken en hernieuwbare energiebronnen als wind en zon. Dit aspect wordt in detail behandelt in de indicatorfiche 'Energiebalans en rendement van de centrale stroom- en warmteproductie'.

Uitstoot meeste luchtpolluenten meer dan gehalveerd

Ten opzichte van 2000 is er een duidelijke en aanhoudende absolute ontkoppeling voor de emissies van NMVOS (een ozonprecursor; -60 %), verzurende stoffen (-78 %), zware metalen (-85 %) en fijn stof (-88 %). Veel van deze emissies zijn sterk afhankelijk van het steenkoolgebruik in elektriciteitscentrales. Ook het koelwater dat de sector onttrekt aan oppervlaktewater is absoluut ontkoppeld van de energiedragers voor eindgebruikers die de sector voortbrengt. Voor de emissie van broeikasgassen is de daling pas in 2008 ingezet, en daardoor heel wat beperkter (-23 %).

Ondanks deze belangrijke emissiereducties tekent zich na 2011 een afvlakking af voor de uitstoot van luchtpolluenten terwijl ook de output van de sector ter plaatse blijft trappelen. Enkel voor het eigen energiegebruik & -verliezen en de broeikasgasemissies blijven de dalingen nog aanhouden tot 2014.

Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht