Deel deze pagina

Verzenden

Opslag van geconditioneerd radioactief afval in afwachting van definitieve berging

Deze indicator geeft de evolutie van de totale opslag (gecumuleerd) van geconditioneerd radioactief afval van categorie A, van categorie B en van categorie C bij Belgoprocess te Dessel in afwachting van definitieve berging (aan oppervlakte en/of in diepe geologische lagen):

  • Categorie A: laag- en middelactief kortlevend afval. Deze fractie bestaat hoofdzakelijk uit bèta- en gammastralers met een korte halveringstijd (< 30 jaar) en een lage stralingsintensiteit;
  • Categorie B: laag- en middelactief langlevend afval. Dit betreft voornamelijk afval dat besmet is met alfastralers met lange halveringstijd in concentraties die te hoog zijn om in categorie A ingedeeld te worden. Het bevat ook wisselende hoeveelheden bèta- en gammastralers;
  • Categorie C: hoogactief afval Dit is afval met erg hoge concentraties aan radionucliden waardoor het warmte afgeeft (>20 W/m³). Bevat bestraalde kernbrandstof als deze als afval wordt beschouwd, en hoogactief verglaasd opwerkingsafval ontstaan bij verwerking van bestraalde kernbrandstof.
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Niet-opgewerkte gebruikte kernbrandstof en ontmantelde stoomgeneratoren liggen in Doel en Tihange opgeslagen, en zijn niet verrekend in deze figuur.

Bron: NIRAS (WWW.MILIEURAPPORT.BE)
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

Aanvankelijk gedumpt in zee

België stortte in de periode 1967-1982, net als vele andere landen, radioactief afval in zee. In totaal werd 15 765 m³ geconditioneerd laagactief en radiumhoudend afval in de Noord-Atlantische Oceaan gedumpt op een diepte van 4 000 m. In 1982 stopte België vrijwillig met deze activiteit, maar het ondertekende pas in 1993 de Conventie van Londen die een definitief verbod op zeeberging inhield. Sinds 1983 wordt dit soort afval opgeslagen bij Belgoprocess in Dessel.

Opslag in afwachting van berging neemt jaarlijks toe

Het grootste deel van het nucleair afval is afkomstig van de splijtstofcyclus. Deze cyclus is opgebouwd rond de nucleaire elektriciteitsproductie en bestaat in Vlaanderen uit splijtstofproductie, kerncentrales, afvalverwerking en nucleair onderzoek. Belgoprocess – de industriële dochtermaatschappij van NIRAS, de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en verrijkte Splijtstoffen – verwerkt, conditioneert en slaat het radioactief afval op.

De eerste figuur toont de hoeveelheden radioactief afval die bij Belgoprocess in Dessel worden opgeslagen. In afwachting van berging nemen deze hoeveelheden jaarlijks toe. Niettemin kan af en toe een lichte daling ten aanzien van het voorgaande jaar voorkomen:
  • in 2008 door de invoering van een nauwkeuriger beheersysteem, waardoor bepaalde afvalvaten in een andere afvalcategorie werden ondergebracht (verschuiving van cat. B naar cat. A);
  • in 2010 door het overbrengen van afval in het opslaggebouw voor middelactief afval naar het opslaggebouw voor laagactief afval na radioactief verval.

De wet op de kernuitstap van 31 januari 2003 bepaalde dat de kerncentrales dicht moeten zodra ze 40 jaar oud zijn, tenzij daardoor de bevoorradingszekerheid voor stroom daardoor in gedrang zou komen in ons land. Uitgaande hiervan raamde NIRAS de afvalvolumes die het tegen 2070 moet beheren op:

  • 69 900 m³ afval van categorie A, waarvan bijna 75 % afkomstig van de ontmanteling van de nucleaire installaties;
  • 10 430 m³ afval van categorie B bij handhaving van het moratorium voor opwerking; en 11 100 m³  indien het moratorium voor opwerking opgeheven wordt en alle bestraalde splijtstoffen worden opgewerkt;
  • 4 500 m³ afval van categorie C bij handhaving van het moratorium voor opwerking, waarvan 90 % bestraalde kernbrandstof en 10 % opwerkingsafval; 600 m³ indien het moratorium voor opwerking opgeheven wordt en alle bestraalde splijtstoffen worden opgewerkt.
Een verlenging van de exploitatieduur van de drie oudste kerncentrales (Doel 1, Doel 2 en Tihange 1) met 10 jaar zou leiden tot een stijging van het categorie A en B afval met minder dan 1,5 % en tot een stijging van het categorie C afval met ongeveer 8 %. In het voorjaar van 2014 besliste de federale regering dat Doel 1 en 2 dienen te sluiten in 2015, maar dat de centrale Tihange 1 effectief 10 jaar langer open kan blijven.

Bovenstaande ramingen houden geen rekening met afval dat in het kader van de splijtstofcyclus oorspronkelijk in het buitenland werd geproduceerd. Meer bepaald de grote hoeveelheden mijnafval bij de winning van uranium en verarmd uraniumafval afkomstig van de verrijkingsfabrieken.

Definitieve berging

Europees wordt als beginsel gehanteerd dat ieder land zelf verantwoordelijk is voor zijn eigen radioactief afval, inclusief de eindberging daarvan. In juli 2011 stemde de Europese ministerraad in met het voorstel om iedere lidstaat tegen 2015 een nationaal programma te laten voorleggen aan de Europese Commissie waarin wordt aangegeven wanneer, waar en hoe ze definitieve bergingsfaciliteiten zullen bouwen en beheren met inachtneming van de strengste veiligheidsnormen. Die programma's zullen ook kostenramingen moeten omvatten en bepalen welke financieringsstelsels worden gehanteerd om die kosten te dekken.

Voor afval van categorie A besliste de federale regering in 2006 voor een oppervlakteberging in Dessel op de grens met Mol. NIRAS heeft begin 2013 daartoe de nodige vergunningsaanvragen ingediend. De aanvang van de bouwfase op de bergings is afhankelijk van het moment waarover alle vergunningen zullen bekomen worden. De meeste andere Europese lidstaten beschikken reeds over operationele bergingsinstallaties voor dit type afval.

Net als in de meeste andere lidstaten is in België het onderzoek naar passende bergingsmethodes voor het hoogactief en langlevend afval (categorieën B en C) nog aan de gang. In september 2011 stelde NIRAS een finaal afvalplan en een milieueffectenrapport voor het beheer op lange termijn van dit afval voor. Daarin wordt geopteerd voor (diepe) geologische berging op Belgisch grondgebied in weinig verharde klei (Boomse Klei of Ieperiaan Klei). Dit afvalplan is aan de federale overheid voorgelegd zodat deze een principebeslissing kan nemen voor het beheer op lange termijn van het categorie B en C afval.

Radioactieve afvalstromen

De tweede figuur geeft schematisch de aanvoer en verwerking weer van nucleair afval bij Belgoprocess, met de hoeveelheden vermeld voor het jaar 2013.

Het grootste volume niet-geconditioneerd afval (85,09 %) was afkomstig van diverse producenten. Het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK) vertegenwoordigde 6,96 %, de afbraak van oude installaties in Mol-Dessel 5,76 % en de kerncentrales 2,16 %. Ziekenhuizen en biomedische laboratoria voerden in 2013 slechts 0,03 % van het afval bij Belgoprocess aan.

Na verwerking werd 308 m³ laag- en middelactief geconditioneerd afval verkregen. Daarnaast verwerkten de kerncentrales het grootste deel van hun afval zelf ter plaatse en droegen in 2013 bijkomend 173 m³ geconditioneerd afval aan NIRAS over.

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht