Deel deze pagina

Verzenden

Waterverbruik

Huishoudens, industrie, energie en landbouw verbruiken belangrijke hoeveelheden water. Het verbruik van water voor menselijke activiteiten oefent een aanzienlijke druk uit op de grond- en oppervlaktewatervoorraden en kan leiden tot een daling van de watervoorraad en van de kwaliteit van het beschikbare water voor mens en natuur.

Om dubbeltellingen te vermijden, zit het water gebruikt voor de productie van leidingwater niet in deze cijfers.

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Verloop

Het waterverbruik daalt

Het totaal waterverbruik (excl. koelwater) vertoonde in de periode 2000-2006 weinig of geen evolutie. In de periode 2006-2009 was er een duidelijke daling, die zich echter niet doorzette in 2010 en 2011 maar daarna was er opnieuw een daling. Over de hele periode 2000-2012 is er nog steeds sprake van een daling. Het verbruik van oppervlaktewater vertoont een zeer gelijkaardige evolutie en bestaat voor ongeveer driekwart uit industrieel verbruik. In de periode 2000-2012 vertoonde zowel het leiding- als het grondwaterverbruik een daling. Het lijkt er dus op dat het overheidsbeleid effect heeft. Via maatregelen zoals vergunningen, heffingen en sensibilisatie probeert de overheid immers het totaal waterverbruik en vooral het verbruik van leiding- en grondwater te beperken. Bovendien is de prijs van het leidingwater gestegen. Ook het verbruik van koelwater is afgenomen, in 2011 en 2012 was die daling erg uitgesproken. Hoewel het verbruik van regenwater gestimuleerd wordt, lijkt het weinig of niet toe te nemen. Dit heeft er echter vooral mee te maken dat er nog geen goede cijfers zijn voor het huishoudelijk verbruik van regenwater dat constant op 25 miljoen m³ gehouden wordt. Het verbruik van ‘ander water’ (water afkomstig van het product, ijs, afvalwater van een ander bedrijf of (drink)water dat tussen bedrijven verhandeld wordt) neemt wel relatief sterk toe. Het MINA-plan 4 (2011-2015) stelt als doelstellingen dat het leidingwaterverbruik niet mag toenemen in de periode 2010-2015 en dat het hemelwaterverbruik door huishoudens moet toenemen ten opzichte van 2010.

De huishoudens verbruiken vooral leidingwater. Het huishoudelijk leidingwaterverbruik is gedaald tussen 2000 en 2008. Sindsdien is er eerder sprake van een stagnatie. In 2012 lag het verbruik ongeveer 5 % lager dan in 2000. In die periode daalde het leidingwaterverbruik van 110 naar 98 liter per persoon per dag. Hierbij werd het totale, aan huishoudens gefactureerde leidingwaterverbruik gedeeld door het totaal aantal inwoners in Vlaanderen.

Het totaal waterverbruik (excl. koelwater) door de industrie bleef nagenoeg constant in de periode 2000-2006, maar daalde in de periode 2006-2009 met iets meer dan 20 %. Wellicht speelde de financieel-economische crisis ook hier een rol. In 2010 was er dan weer een stijging. In 2011 en 2012 veranderde er weinig. Het verbruik van oppervlaktewater (excl. koelwater) blijkt het meest bepalend voor de trend van het totaal industrieel waterverbruik (excl. koelwater). Het leidingwaterverbruik vertoont ook aanvankelijk weinig evolutie, in de periode 2006-2009 een daling en sindsdien opnieuw een toename. Het verbruik van grondwater vertoont een geleidelijke daling over de hele periode 2000-2010. Het verbruik van ander water nam wel toe.

De energiesector is veruit de belangrijkste verbruiker van koelwater. Dat verbruik is duidelijk gedaald en lag in 2012 ongeveer 37 % lager dan in 2000. Over het geheel van de periode 2000-2012 kan die daling van het koelwaterverbruik door de energiesector vooral toegeschreven worden aan de conventionele thermische centrales. Tot 2010 was de stroomproductie van die centrales vrij constant maar vond er wel een shift plaats van steenkool- naar gascentrales die een hoger energetisch rendement hebben. Bovendien werken gasgestookte centrales soms ook met luchtkoeling of hybride systemen (lucht + water). De hoeveelheden geproduceerde elektriciteit en opgepompt koelwater door kerncentrales varieerden slechts weinig in de periode 2000-2010. Na 2010 liep echter ook de inzet van aardgascentrales sterk terug (-23 % op 2 jaar). Doordat dit type centrales gemakkelijk aan- en afgekoppeld kan worden naargelang van de vraag en doordat er steeds meer groene stroom – die voorrang heeft – op het energienet komt, worden de gasgestookte centrales onderbenut en kwam bovendien hun rentabiliteit sterk onder druk te staan. Bijkomend nam de inzet van kerncentrales met bijna 20 % af in 1 jaar tijd. Dit is te wijten aan het stilleggen van Doel 3 midden 2012 voor onderzoek naar mogelijke scheurtjes in het reactorvat.

Het totaal waterverbruik door de landbouw vertoont geen uitgesproken trend en wordt voor 2012 ingeschat op bijna 69 miljoen m³. De landbouw verbruikt vooral grondwater (55 miljoen m³). Het waterverbruik door de landbouw is echter slechts bij benadering gekend. Een andere bron voor cijfers over het waterverbruik in de landbouw is het Landbouwmonitoringsnetwerk (Afdeling Monitoring en Studie, Departement Landbouw en Visserij) waar een extrapolatie gemaakt wordt van steekproefresultaten bij een 750-tal land- en tuinbouwbedrijven. In het Landbouwrapport 2014 wordt het totaal waterverbruik door de landbouw in 2012 ingeschat op 53 miljoen m³, waarvan 34 miljoen m³ grondwater. Dit geeft een idee van de onzekerheid op de cijfers.

Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht