Deel deze pagina

Verzenden

Grondwaterwinning

Grondwater is kwalitatief hoogwaardig water met een veel stabielere samenstelling dan oppervlaktewater. Dit maakt grondwater aantrekkelijk voor o.a. de drinkwatervoorziening en voor industrieel gebruik. In de landbouw wordt grondwater ook gebruikt als drinkwater voor vee en in het groeiseizoen voor de beregening van gewassen. Om grondwater op te pompen is een vergunning nodig. De indicator geeft de vergunde debieten per grondwatersysteem en per sector. Meestal wordt echter slechts een deel van het vergund debiet ook effectief opgepompt. Bedrijven (bv. drinkwaterproducenten) nemen immers vaak een marge om de bedrijfszekerheid veilig te stellen. Naast de gekende zijn er vermoedelijk nog veel niet gekende winningen. Het gaat dan over kleine winningen (< 500 m³/j en niet-ingedeelde), maar ook over illegale vergunningsplichtige winningen.
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Verloop

De vergunde debieten voor de winning van grondwater nemen af

Op 1/7/2016 bedroeg het totale vergunde debiet voor de winning van grondwater 381 miljoen m³ per jaar. Dit is 128 miljoen m³ of 25 % lager dan eind 2000. In absolute termen was de daling het grootst bij de drinkwaterproductie (65 miljoen m³) en bij de industrie (63 miljoen m³). Op 20 augustus 2005 verviel een groot aantal oude vergunningen (vergund vóór 1985 zonder einddatum door het toenmalige Mijnwezen) van rechtswege. Een beduidend aantal van deze oude winningen was nog steeds vergund, maar niet meer in gebruik of is hervergund voor een lager volume, aangepast aan de reële behoefte. Daarnaast is er het gevoerde (herstel)beleid waarbij strikter toegezien wordt op het efficiënte gebruik van grondwater, zowel wat betreft de vereiste kwaliteit als de hoeveelheid. Daarbij wordt ook het gebruik van alternatieve bronnen en hergebruik gestimuleerd. Een voorbeeld van dit beleid is het grijswaterproject in West-Vlaanderen waar het gebruik van grondwater uit de bedreigde grondwaterlichamen binnen het Sokkelsysteem vervangen wordt door behandeld oppervlaktewater. Bij de landbouw was er een toename met 11 miljoen m³. Met 64 % had de drinkwatersector ook in 2016 het grootste aandeel in het vergunde debiet.

Vlaanderen kent 6 grondwatersystemen. In het westen zijn dat, van ondiep naar diep, het Kust- en Poldersysteem, het Centraal Vlaams Systeem en het Sokkelsysteem. In het oosten zijn dat, eveneens van ondiep naar diep, het Centraal Kempisch Systeem, het Maassysteem en het Brulandkrijtsysteem. De grondwaterbrochures van VMM beschrijven onder meer de ligging van de verschillende grondwatersystemen (LINK).

Met uitzondering van het Maassysteem zijn de vergunde debieten in alle grondwatersystemen aanzienlijk gedaald. In relatieve termen is de daling het grootst in het Sokkelsysteem (-63 % t.o.v. 2000). Om op lange termijn een stabilisatie en stijging van de grondwaterpeilen en aldus een herstel van de diepe watervoerende lagen in het Sokkelsysteem te bekomen, is een daling van 75 % t.o.v. 2000 vooropgesteld. Deze doelstelling wordt verder gebiedspecifiek uitgewerkt in het herstelprogramma voor het Sokkelsysteem. Ook voor andere grondwaterlichamen in slechte toestand zijn herstelprogramma’s opgesteld (o.a. voor lichamen in het Centraal Vlaams Systeem, samen met het Brulandkrijtsysteem). Deze programma’s werden via de grondwatersysteemspecifieke delen bij de Stroomgebiedsbeheerplannen 2016-2021 vastgesteld en geven concrete richtlijnen naar gebruik van grondwater in de afgebakende actie- en waakgebieden. Een actiegebied grondwater is een gebied waar specifieke herstelmaatregelen genomen worden om de kwantitatieve toestand van het probleemgebied te verbeteren. Een waakgebied grondwater is een gebied waarin de kwantitatieve toestand nog goed is, maar waar de druk hoog is en het risico bestaat dat bij toenemende druk de toestand ontoereikend zou worden. Herstelmaatregelen zijn hier niet nodig, maar in het kader van een grondwaterwinning moet de aanvrager wel goed beargumenteren waarom en hoeveel grondwater hij nodig heeft. Deze gebieden moeten ook nauwkeurig opgevolgd worden om tijdig te kunnen bijsturen indien de toestand verslechtert.

Op 1/7/2016 bedroeg het vergunde debiet voor de drinkwaterproductie 242 miljoen m³. Daarin heeft het Centraal Kempisch Systeem het grootste aandeel (38 %), gevolgd door het Brulandkrijtsysteem (30 %) en het Maassysteem (20 %). Op Vlaams niveau staat het Sokkelsysteem in voor 4 % van de productie van drinkwater uit grondwater. Dit is schijnbaar onbelangrijk, maar in Oost- en West-Vlaanderen staat het Sokkelsysteem wel in voor een belangrijk deel van het totaal vergund debiet voor grondwaterwinning ten behoeve van drinkwaterproductie.

Het aandeel van de landbouw in de vergunde debieten van 2016 varieert van 5 % in het Brulandkrijtsysteem tot 46 % in het Centraal Vlaams Systeem. Het aandeel van de industrie in het vergunde debiet per grondwatersysteem varieert tussen 7 % in het Maassysteem en 27 % in het Centraal Vlaams Systeem. Ook hier geldt dat het Sokkelsysteem slechts een klein aandeel heeft in het vergunde debiet voor de industrie in Vlaanderen, maar dat de industrie in het zuiden van West- en Oost-Vlaanderen er in grote mate van afhankelijk is.

De effecten van een grondwaterwinning hangen af van de lokale (hydro)geologische omstandigheden en van de aard van de grondwaterwinning zelf. Hiermee wordt rekening gehouden bij de verlening van vergunningen. Bovendien werden specifieke gebieds- en grondwaterlaagfactoren voor de grondwaterheffing ingevoerd.

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht