Deel deze pagina

Verzenden

Recent overstroomde gebieden (ROG)

De kaart toont de gebieden die overstroomd werden in de periode 1988-2016.
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Recent overstroomde gebieden (Vlaanderen, 1988-2016)

Bron: VMM



Verloop

Recent overstroomde gebieden

De totale oppervlakte van de recent overstroomde gebieden bedraagt ongeveer 5 % van het Vlaamse Gewest. Deze kaart is een belangrijk beleidsinstrument, onder meer voor de advisering van vergunningen in het kader van de watertoets en de opmaak van overstromingskaarten voor de verzekering tegen natuurrampen.

De Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid maakte een globale evaluatie van de overstromingen van november 2010, die zeer grote overstromingsschade aanrichtten. Daaruit bleek onder meer dat:
  • Het principe om water eerst zo veel mogelijk vast te houden, dan te bergen en ten slotte pas traag af te voeren nog te weinig wordt toegepast.
  • Er nood is aan bijkomende overstromingsgebieden om piekdebieten te kunnen opvangen.
  • Er onvoldoende buffercapaciteit is voorzien bij grote verhardingen zoals parkings, verkavelingen en gewestwegen.
  • De watertoets verder uitgebouwd moet worden tot een krachtig instrument.
  • De gewestelijke stedenbouwkundige verordening meer moet focussen op het ter plaatse vasthouden van hemelwater.

Naar een beheer van de overstromingsrisico’s

In periodes van hoog water werd vroeger vaak gekozen om water zo snel mogelijk af te voeren. De geschiedenis leert dat het overstromingsgevaar hierdoor niet afneemt, maar zich verplaatst naar stroomafwaartse gebieden. In de Europese Overstromingsrichtlijn ligt de nadruk dan ook op beperken van:
  • economische gevolgen (de schade die optreedt door wateroverlast);
  • gevolgen voor de mens en de sociale gevolgen (slachtoffers, getroffenen);
  • ecologische schade;
  • schade aan cultureel erfgoed.

Risicoberekeningen laten toe de gevolgen van overstromingen in te schatten. Die berekeningen brengen niet enkel de kans dat een bepaalde overstroming zich voordoet in rekening, maar ook de gevolgen (schade) ervan. Die schade kan sterk verschillen naargelang het bodemgebruik. Het huidige beleid is er dan ook op gericht overstromingen te laten plaatshebben in gebieden waar de aangerichte schade minimaal is. Daarbij wordt gekeken naar de 4 categorieën uit de Overstromingsrichtlijn.

De maatregelen rond overstromingen in de stroomgebiedbeheerplannen streven naar het beheersen en voorkomen van de negatieve gevolgen van overstromingen en wateroverlast, waarbij de focus enerzijds ligt op het voorkomen van de negatieve gevolgen en anderzijds op het verbeteren en herstellen van probleemzones. Om dat te bereiken omvat deze groep 13 maatregelen die verder geconcretiseerd worden in acties. In overeenstemming met de Overstromingsrichtlijn zijn de maatregelen gestoeld op de 3P’s (protectie, preventie en paraatheid) aangevuld met een herstelmaatregel en een algemene maatregel rond studie en onderzoek.

In totaal werden 329 acties geformuleerd waarvan 11 generieke acties en 318 waterlichaamspecifieke acties. De meeste generieke acties behoren tot de maatregelen rond preventie (bv. verwijderen of aanpassen van constructies in overstromingsgevoelige gebieden) en paraatheid (bv. opzetten en uitbouwen van voorspellings- en waarschuwingssystemen). De waterlichaamspecifieke acties behoren vooral tot de groep van protectieve maatregelen (bv. bescherming tegen overstromingen uit zee en rivieren). Deze acties formuleren locatiespecifieke ingrepen gericht op specifieke overstromingsknelpunten en worden beschreven in de verschillende bekkenspecifieke delen van de stroomgebiedbeheerplannen.

Meer info

Wat zijn de verwachtingen voor klimaatverandering in Vlaanderen en omgeving voor de toekomst? Welke gevolgen heeft dit? En hoe kunnen we ons tijdig aanpassen om de effecten van klimaatverandering op te vangen? Deze vragen krijgen een antwoord in het MIRA Klimaatrapport 2015, over waargenomen en toekomstige klimaatveranderingen. Aan de hand van scenario’s is de bandbreedte van de verwachtingen tegen 2030, 2050 en zelfs 2100 in beeld gebracht. Daarbij komen ook de mogelijke effecten van klimaatverandering op overstromingen aan bod.

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht