Deel deze pagina

Verzenden

Overstromingsgevaar

De overstromingsgevaarkaarten beschrijven de ‘fysische eigenschappen’ van de overstromingen zoals overstromingscontouren, waterdieptes en stroomsnelheden. Deze kaarten worden modelmatig bepaald vertrekkende van de potentieel risicovolle waterlopen. Hier wordt enkel de kaart van het overstroombaar gebied weergegeven. Die kaart toont de gebieden waar er een overstromingsgevaar is, zowel door overstroming vanuit de waterlopen als vanuit de zee. In tegenstelling tot overstromingen vanuit de waterlopen werd voor overstromingen vanuit de zee ook rekening gehouden met bresvorming in de zeewering. De kaart toont de omvang van de overstroming voor drie verschillende overstromingsscenario’s (kleine kans, middelgrote kans en grote kans). Een kleine kans of een uitzonderlijke gebeurtenis komt overeen met een herhalingsperiode van de grootteorde van 1 000 jaar, een middelgrote kans met een herhalingsperiode van 100 jaar en een grote kans komt, statistisch, overeen met een gebeurtenis die zich eens per 10 jaar voordoet.

De website www.waterinfo.be geeft nog andere overstromingsgevaarkaarten, o.a. die met waterdieptes, stroomsnelheden en stijgsnelheden.

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Overstromingsgevaar

Bron: www.waterinfo.be (www.milieurapport.be)



Verloop

Het gebied dat In Vlaanderen met een kleine kans kan overstromen bedraagt 102 610 ha. Dit komt neer op 7,5 % van de totale oppervlakte van Vlaanderen. In Vlaanderen ligt 2,35 % in overstroombaar gebied met grote kans en 4,21 % in overstroombaar gebied met middelgrote kans.

Bij overstromingen bij middelgrote en kleine kans springen het IJzerbekken en het bekken van de Brugse Polders in het oog. Het gaat hier dan vooral over overstromingen vanuit de zee ten gevolge van bressen in de zeewering.

De overstromingsdieptes bij overstromingen met grote kans situeren zich meestal tussen de 25 en 50 cm. In een aantal specifieke gebieden, zoals ter hoogte van samenvloeiingen kan de waterdiepte oplopen tot 1m en in de winterbedding van de Maas zelfs tot meer dan 2 meter. Bij overstromingen met middelgrote kans stijgt de waterdiepte op de meeste plaatsen met een 10 tot 30-tal centimeter. Bij overstromingen met kleine kans komt daar nog eens een 10 à 50 centimeter bij met uitschieters tot 1 m en meer.

In de kustzone kunnen hoge stroomsnelheden bij overstromingen zich voordoen op twee soorten locaties: enerzijds op de zeedijken in vele badplaatsen, anderzijds ter hoogte van potentiële bressen in de zeewering. Hoge stroomsnelheden van de orde van 1 à 2 m/s treden op in de omgeving van breslocaties in de zeewering, plaatsen waar de kruin van de zeewering lager ligt dan het stormvloedniveau en over laaggelegen havengebieden. Door de combinatie van hoge stroomsnelheden, hoge stijgsnelheden en hoge waterdieptes is er een hoog slachtofferrisico. Piekwaarden op de stroomsnelheidskaart tot meer dan 10 m/s worden op zeedijken in badplaatsen geïnitieerd door hoge golven, die over de kruin van de zeedijk slaan in geval van superstormen wanneer door stranderosie en/of zeer hoge waterstand het droog strand overspoeld wordt. Ten gevolge van de zeer hoge snelheden worden grote aantallen slachtoffers verwacht in de badplaatsen waar de zeewering relatief smal en/of laag is waardoor overtoppende golven de gebouwenrij op de zeedijk kunnen beschadigen.

De overstromingsgevaarkaarten geven geen informatie wat betreft de gevolgen, de kwetsbaarheid voor of het risico van de overstromingen. De risico’s die overstromingen veroorzaken, komen verder aan bod in de indicator 'Overstromingsrisico'.

Meer info

Wat zijn de verwachtingen voor klimaatverandering in Vlaanderen en omgeving voor de toekomst? Welke gevolgen heeft dit? En hoe kunnen we ons tijdig aanpassen om de effecten van klimaatverandering op te vangen? Deze vragen krijgen een antwoord in het MIRA Klimaatrapport 2015, over waargenomen en toekomstige klimaatveranderingen. Aan de hand van scenario’s is de bandbreedte van de verwachtingen tegen 2030, 2050 en zelfs 2100 in beeld gebracht. Daarbij komen ook de mogelijke effecten van klimaatverandering op overstromingen aan bod.

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht