Deel deze pagina

Verzenden

Waterstanden in de Zeeschelde

Door zijn open verbinding met de Noordzee kent de Schelde een dubbeldaags getij. Het getij komt binnen via de Westerschelde en reikt via Antwerpen, Temse en Dendermonde tot Gent, waar het door sluizen en stuwen wordt tegengehouden. Een verandering van de zeespiegel, wijzigingen in het kombergend vermogen en de morfologie van de Schelde (bv. door baggerwerken) en wijzigingen in het afvoergedrag van de zijrivieren van de Schelde (bv. door de toename in verharde oppervlakte) zijn mede oorzaak van de geobserveerde trend.

Wijzigingen in waterstanden kunnen belangrijk zijn want ze beïnvloeden het risico op overstromingen.

Hier wordt de analyse beperkt tot de meetlocatie Antwerpen-Loodsgebouw en tot het middeltij (=gemiddelde van alle tijen).

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Verloop

Trend van stijgende hoogwaterstanden en dalende laagwaterstanden zet zich niet meer door

Tot ongeveer 1955 is er een quasi lineaire stijging van de hoogwaterstanden, nadien versterkt die stijging om de laatste jaren duidelijk af te vlakken. Ook voor de evolutie van de laagwaterstanden is 1955 een kanteljaar. Voordien is er sprake van een gestage daling van de laagwaterstanden, nadien zet die daling zich verder maar worden de schommelingen groter. De laatste jaren zet de dalende trend zich niet meer door. De trendbreuk van 1955 kan gerelateerd worden aan de bathymetrische ontwikkeling van het Schelde-estuarium, vooral de ontwikkeling van het Gat van Ossenisse en van de Overloop van Hansweert in de jaren vijftig en zestig van vorige eeuw met als gevolg twee hoofdgeulen in plaats van één enkele en een vermindering van globale beddingweerstand. Die zorgden voor een extra toename van de tij-kracht, resulterend in een verhoging van de hoogwaterstanden opwaarts, en in een verlaging van de laagwaterstanden opwaarts, dus in een flinke toename van de getijslag. Gans de ontwikkeling met omslagpunt rond 1955 kan worden gerelateerd aan de zeer buitengewone stormvloed van 1 februari 1953.

Ook de kans op het voorkomen van hoogwaterstanden boven een bepaalde waarde (overschrijdingsfrequentie) evolueert in de tijd. De kans op hoge hoogwaterstanden stijgt in de loop der jaren.

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht