Deel deze pagina

Verzenden

Jaargemiddelde NO2-concentratie in lucht

Deze indicator toont de evolutie van de jaargemiddelde NO2-concentratie in Vlaanderen. Het tijdsverloop van gemeten jaargemiddelde concentraties wordt weergegeven, uitgemiddeld per type meetstation, alsook het tijdsverloop van concentratiewaarden die ruimtelijk geïnterpoleerd werden over Vlaanderen. Voor het meest recente jaar wordt een spreidingskaart getoond, gebaseerd op een combinatie van ruimtelijke interpolatie en dispersiemodellering.

Stikstofoxiden (NOx) bestaan uit een mengsel van stikstof­dioxide (NO2) en stikstofmonoxide (NO). Bij verbrandingsprocessen op hoge temperaturen ontstaat in eerste instantie vooral NO. NO heeft een korte levensduur in de atmo­sfeer. NO zet om tot NO2 door reacties met zuurstof en ozon. NO2 heeft een langere levensduur in de atmosfeer. Vooral NO2  is schadelijk voor mens en ecosystemen. Het is een oxiderend gas dat irritatie van de luchtwegen kan veroorzaken. Kor­te episodes van hoge concentraties, maar ook langdurige blootstelling aan lage concentraties, zijn schadelijk. NO is weinig schadelijk voor de gezondheid. NO2 speelt een belangrijke rol in de verzuring, in de vorming van secundair fijn stof en als ozonprecursor. NO2 wordt beschouwd als een ‘proxy’ voor verkeersgerelateerde luchtverontreiniging.


Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

De datareeks is niet gebaseerd op steeds dezelfde meetstations

Bron: VMM (www.milieurapport.be)
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

Lichte daling van jaargemiddelde NO2-concentraties, hoogste concentratie gemeten in verkeersgerichte meetstations

Om de schadelijke gevolgen voor de gezondheid van de mens zoveel mogelijk te voorkomen of te verminderen legt de Europese Richtlijn Luchtkwaliteit (2008/50/EG) een NO2-jaargrenswaarde op van 40 µg/m3 en een uurgrenswaarde van 200 µg/m3 die niet vaker dan 18 keer per kalenderjaar mag overschreden worden. De grenswaarden moeten sinds 1 januari 2010 gerespecteerd worden. De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) geeft als advieswaarde eenzelfde jaargemiddelde concentratie als de Europese Richtlijn, maar laat geen enkele overschrijding toe van het uurgemiddelde van 200 µg/m3.

De tijdsreeks van de gemeten concentraties is gebaseerd op een wisselend aantal meetstations doorheen de tijd, de cijfers voor 2015 zijn gebaseerd op 42 meetstation, in 1990 waren dit er nog maar 11. Een aantal meetstations werd in de periode stopgezet, nieuwe werden opgestart. Daarom dient het verloop van de NO2-concentraties over alle meetstations heen met de nodige omzichtigheid geïnterpreteerd te worden. De meetstations zijn gebundeld in subgroepen naargelang hun karakter, namelijk: landelijk (9 meetstations), voorstedelijk (8), stedelijk (6), industrieel (16) en verkeer (3). Over de subgroep verkeer wordt sedert 2013 apart gerapporteerd.

Voor elk meetstation gebeurt er een toetsing aan de Europese jaar- en uurgrenswaarde. In 2015 werd het uurgemiddelde van 200 µg/m3 in 3 meetstations overschreden. Vermits dit maximaal 5 keer per jaar voorviel, werd de Europese uurgrenswaarde gerespecteerd vermits daarin 18 overschrijdingen per kalenderjaar toegelaten zijn. De WGO-advieswaarde werd in deze meetstations wel overschreden, vermits die geen enkele overschrijding toelaat van het uurgemiddelde van 200 µg/m³.

De jaargemiddelde NO2-concentraties dalen licht na 2003, gemiddeld over alle meetstations heen (zie eerste figuur). Ze varieerden in 2015 tussen 10 µg/m³ in het landelijke meetstation Houtem en 45 µg/m3 in het verkeersgerichte meetstation aan de straatkant in Borgerhout. De Europese Commissie verleende uitstel tot eind 2014 voor het bereiken van de jaargrenswaarde in 2 Antwerpse zones (haven en agglomeratie), tot dan gold enkel daar een jaargrenswaarde van 60 µg/m3 (d.i. de jaargrenswaarde vermeerderd met een maximale overschrijdingsmarge van 50 %). Vanaf 1 januari 2015 geldt echter voor alle meetstations de jaargrenswaarde van 40 µg/m3. In het verkeersgerichte meetstation in Borgerhout werd de Europese jaargrenswaarde dus overschreden.

Ruimtelijke interpolatie voor inschatting van jaargemiddelde NO2-concentraties gebiedsdekkend over Vlaanderen

De representatieve Vlaamse meetstations met een voldoende lange tijdreeks worden samen met de metingen van de meetstations in Brussel en Wallonië ruimtelijk geïnterpoleerd over België door middel van de RIO-interpolatietechniek. Dit geeft een gebiedsdekkend beeld van de jaargemiddelde concentraties in Vlaanderen, ook op plaatsen waar geen NO2-metingen gebeuren. In 2015 bedroeg de geïnterpoleerde jaargemiddelde NO2-concentratie in Vlaanderen 14,3 µg/m3 (zie tweede figuur). Dit is lager dan het rekenkundig gemiddelde van de gemeten concentraties. De verklaring hiervoor is dat er relatief gezien minder meetstations zijn in de landelijke gebieden, waar lagere concentraties gemeten worden. Deze gebieden maken echter een aanzienlijk deel uit van de oppervlakte van Vlaanderen. Ze wegen dus meer door in de ruimtelijke interpolatie dan de stedelijke en industriële gebieden, waar weliswaar hogere concentraties gemeten worden, maar die ruimtelijk beperkter zijn.

Intens wegverkeer leidt tot verhoogde NO2-concentraties

De spreidingskaart (zie derde figuur) werd opgemaakt via een combinatie van de RIO-interpolatietechniek en het dispersiemodel IFDM (gebaseerd op emissies en meteorologische data). Hierop is te zien dat de hoogste jaargemiddelde concentraties voorkomen in de steden, nabij druk wegverkeer en in industriële gebieden. Op bepaalde locaties in Vlaanderen ligt de gemodelleerde jaargemiddelde concentratie boven de jaargrenswaarde van 40 µg/m3. Er dient rekening gehouden met de onzekerheden op het model en op de invoergegevens.

In de verkeersgebieden liggen de concentraties gemiddeld het hoogst en in de landelijke gebieden gemiddeld het laagst. Er is een directe relatie tussen locaties met intens wegverkeer en hogere NO2-concentraties. Dit blijkt onder meer uit de vergelijking van de meetresultaten van de 2 meetstations in Borgerhout. In 2015 ligt de jaargemiddelde waarde in het verkeersgericht meetstation op 5 meter van de straatkant 7 µg/m3 hoger dan in het nabijgelegen meetstation op 30 meter van de straatkant. Uit een aanvullende studie naar NO2-concentraties op verkeersdrukke plaatsen die de VMM in 2010 uitvoerde in 13 Vlaamse steden, bleek dat het behalen van de jaargrenswaarde niet enkel een probleem is in enkele meetstations in de Antwerpse agglomeratie en haven, maar dat ook op verkeersdrukke locaties elders NO2-concentraties boven de jaargrenswaarde kunnen voorkomen (referentie studie: VMM (2011) NO2-meetcampagne met passieve samplers in steden). Ook uit een Atmosys-project dat NO2-metingen uitvoerde in Brugge, Oostende, Gent en Antwerpen van midden 2011 tot midden 2012 blijkt dat de NO2-jaargrenswaarde in street canyons in de binnensteden overschreden wordt (referentie studie: VMM (2013) Life+ Atmosys: NO2-stedencampagne 2011-2012). Beleidsmaatregelen dienen zich dus niet enkel te focussen op de Antwerpse zones waarvoor uitstel verkregen werd voor het bereiken van de jaargrenswaarde.

De sector transport draagt voor meer dan de helft bij aan de NOx-emissie en dieselwagens stoten veel meer NOx uit dan benzinewagens. Bij de nieuwe dieselwagens ligt de verhouding NO2/NO van de NOx-emissies ook hoger. Bovendien blijkt dat in realistische rijomstandigheden de NOx-emissies van dieselwagens beduidend hoger zijn dan wat in de testcyclus wordt gemeten voor de EURO-normering. Het grote aantal dieselwagens heeft bijgevolg een negatieve invloed op de NO2-concentraties in de lucht.

Op 30 maart 2012 werd het luchtkwaliteitsplan voor NO2 goedgekeurd door de Vlaamse Regering, in het kader van de uitstelaanvraag aan de Europese Commissie voor het behalen van de jaargrenswaarde voor NO2. Het plan bevat maatregelen om zo snel mogelijk deze grenswaarde te behalen en streeft ernaar het aandeel nieuw verkochte dieselwagens terug te brengen tot 57 % in 2015. Onder meer door aanpassingen aan de belasting op inverkeersstelling (BIV) in 2012 daalde het aandeel dieselwagens de laatste jaren licht (61,8 % in 2014), de verdieselijking werd dus gestopt. Begin 2016 zette Vlaanderen een volgende stap door een verdere vergroening van de verkeersbelastingen. Meer informatie over de specifieke maatregelen om de NOx-emissie van de sector transport te doen dalen is te vinden in de indicator ‘Emissie van luchtpolluenten door transport: NOx, NMVOS, PM2,5 en SO2.

Om de Europese normen voor NO2-concentraties overal en blijvend te halen en tegelijk de verzuring en de verontreiniging door ozon en fijn stof te verminderen, zijn verdere NOx-emissiereducties noodzakelijk.

Meer info

De coördinaten van de VMM-meetstations zijn consulteerbaar in  het VMM-rapport ‘Luchtkwaliteit in het Vlaamse Gewest - JaarverslagImmissiemeetnetten 2014’.  

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht