Deel deze pagina

Verzenden

Emissie van zware metalen naar lucht

 

De indicator toont de evolutie van de hoeveelheden arseen (As), cadmium (Cd), chroom (Cr), koper (Cu), kwik (Hg), nikkel (Ni), lood (Pb) en zink (Zn) die in de lucht geloosd worden. Die hoeveelheden worden relatief uitgedrukt ten opzichte van 2000. De voornaamste bronnen van zware metalen zijn de (non-)ferro-industrie, het verkeer en de verbranding van fossiele brandstof en afval.

De aanwezigheid van zware metalen in de lucht kan nadelig zijn voor de gezondheid. Zware metalen verspreiden zich via stofdeeltjes in de lucht en kunnen via de neus of mond worden opgenomen in het lichaam. Het al dan niet optreden van gezondheidseffecten hangt af van de opgenomen hoeveelheid en de tijdsduur van de opname (zie indicator: Zware metalen in omgevingslucht).

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Verloop

 

Emissies zware metalen stagneren, industrie grootste bron

Voor alle zware metalen, behalve cadmium, geldt dat de emissies naar de lucht tussen 2000 en 2014 gedaald zijn. De sterkste dalingen deden zich voor bij nikkel (-88 %), arseen (-67 %), kwik (-51 %) en chroom (-49 %). In 2008 en 2009 was er bij een aantal metalen (nikkel, lood, zink) een duidelijke emissiedaling, de financieel-economische crisis was hier wellicht niet vreemd aan. De emissies van arseen, chroom en vooral nikkel zijn na 2009 nog verder gedaald, de koper- en loodemissies stagneerden ongeveer, maar de emissies van cadmium, kwik en zink stegen na 2009.

Met uitzondering van koper heeft de industrie het grootste aandeel in de emissies van zware metalen naar de lucht. De industriële emissies van alle zware metalen, uitgezonderd cadmium, zijn in de periode 2000-2014 aanzienlijk gedaald. Die daling werd vooral gerealiseerd in de periode 2000-2009, sindsdien is er voor de meeste metalen slechts een beperkte evolutie. De cadmium- en zinkemissies zijn na 2009 zelfs gestegen, wat hoofdzakelijk toegeschreven kan worden aan de metaalsector. Dit zowel door het groot aandeel van de metaalsector in de industriële cadmium- en zinkemissie (Cd: 80 % en Zn: 78 % in 2014), als door de absolute stijging van deze emissies tussen 2009 en 2014 (+81 % voor Cd en quasi een verviervoudiging voor Zn). De papierindustrie heeft een beperkte bijdrage tot de industriële cadmium- en zinkemissies (respectievelijk 6 % en 12 %), maar het valt op dat deze emissies na 2009 opvallend gestegen zijn, meer bepaald verdrievoudigd. Deze stijging reflecteert de toename van het gebruik van hernieuwbare brandstoffen in de papierindustrie. 

De energiesector heeft een opvallend groot aandeel in de kwikemissies (32 % in 2014). Die kwikemissies ontstaan vooral bij de afvalverbranding. De energiesector draagt voor 12 % bij aan de nikkelemissies, vooral via de petroleumraffinaderijen. Over de hele periode 2000-2014 bekeken, zijn de emissies van alle zware metalen door de energiesector meer dan gehalveerd.

Transport heeft het grootste aandeel in de koperemissies (72 % in 2014), voornamelijk door de slijtage van remmen en bovenleidingen. Ook aan de zinkemissie draagt transport aanzienlijk bij (28 % in 2014) door slijtage van banden. Die emissies vertonen een stijging over de periode 2000-2007 en stijgen opnieuw na de dip in 2008-2009 door de financieel-economische crisis. Het verloop van de emissies volgt het verloop van de activiteit van het weg- en spoorverkeer De loodemissies van transport worden vooral bepaald door het wegverkeer. Door de invoering van de loodvrije benzine zijn deze emissies sterk gedaald. De daling van de nikkelemissies door transport mag dan weer toegeschreven worden aan de binnenlandse zeescheepvaart. 

De emissies van zware metalen door de huishoudens zijn vooral afkomstig van de gebouwenverwarming. De jaarlijkse fluctuaties zijn dan ook toe te schrijven aan de klimatologische omstandigheden, met name de verwarmingsbehoefte. Het jaar 2014 werd gekenmerkt door een zachte winter, dit leidde tot lagere huishoudelijke emissies van alle zware metalen in vergelijking met 2013. Los daarvan stegen de emissies van cadmium, zink en chroom wel opmerkelijk (meer dan 30 %) over de periode 2000-2014. Die stijging heeft vooral te maken met de toename van hernieuwbare brandstoffen (hout). Het afsteken van vuurwerk is de belangrijkste bron van huishoudelijke koperemissies. Ze vertonen een langzame stijging. 

Landbouw en handel & diensten zijn sectoren met lage aandelen in de totale emissies van zware metalen naar de lucht.

Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht