Deel deze pagina

Verzenden

Pesticiden in grondwater

Bij het gebruik van sommige pesticiden bestaat het gevaar dat zij of hun afbraakproducten in het grondwater terechtkomen. Daar kunnen ze nog lange tijd voor verontreiniging zorgen. Vooral moeilijk afbreekbare middelen die een grote mobiliteit vertonen omwille van een goede wateroplosbaarheid en een lage adsorptiecapaciteit aan bodemdeeltjes, vormen een potentieel gevaar voor het grondwater. Verder wordt de verspreiding van pesticiden bepaald door de kenmerken van de aanwezige watervoerende lagen, zoals de doorlatendheid, de hydraulische gradiënt en de aan-/afwezigheid van adsorberende stoffen. Pesticiden en hun metabolieten worden omwille van hun milieuvreemde externe afkomst en recente toepassing bijna uitsluitend in de freatische (ondiepe) watervoerende lagen aangetroffen.

De grondwaterkwaliteit kan op eenzelfde locatie sterk verschillen naargelang de diepte. Daarom wordt de kwaliteit meestal op meerdere dieptes (‘filters’) bepaald.

Voor pesticiden geldt de norm van 0,1 µg/l per individuele parameter en 0,5 µg/l voor de som van de parameters.

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Zoom in door te slepen om alle namen van de pesticiden te zien. Het rode deel van de onderste balk (“som van alle pesticiden”) geeft het % filters dat de norm voor de som van alle pesticiden overschrijdt. Het gele deel betekent dat er wel pesticiden aangetroffen zijn zonder dat de somnorm overschreden wordt, wat niet uitsluit dat er sprake kan zijn van een overschrijding van een of meerdere individuele normen.

Bron: VMM (WWW.MILIEURAPPORT.BE)
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

71 % MEETFILTERS KENT MINSTENS 1 NORMOVERSCHRIJDING

In 71 % van de onderzochte meetfilters van het freatisch grondwatermeetnet is in 2015 een overschrijding van de kwaliteitsnorm vastgesteld voor één of meer (afbraakproducten van) pesticiden. Dit wil zeggen dat de concentratie voor één stof groter is dan 0,1 µg per liter of dat de totale concentratie van alle gemeten stoffen samen meer dan 0,5 µg per liter bedraagt. Bovendien zijn op 17 % van de bemeten filters pesticiden of afbraakproducten van pesticiden teruggevonden in een concentratie lager dan de wettelijke norm. Dit impliceert dat slechts in 12 % van de gevallen geen pesticiden of afbraakproducten voorkomen. Worden de meetresultaten geaggregeerd per meetplaats, dan blijkt dat op ongeveer 8 % van de meetplaatsen geen enkele pesticide aangetroffen werd, op 16 % van de meetplaatsen werd minstens 1 pesticide aangetroffen maar werd geen enkele norm overschreden en in 76 % van de meetplaatsen werd er minimaal één norm overschreden.

De normoverschrijdingen doen zich zowat overal in Vlaanderen voor. Dit wil niet zeggen dat de problematiek van pesticiden overal van dezelfde aard is. Welke stoffen aangetroffen worden, verschilt van plaats tot plaats, afhankelijk van het landgebruik. Dat landgebruik bepaalt immers welke pesticiden potentieel worden toegepast in een bepaald gebied. Daarnaast spelen de kenmerken van de ondergrond een belangrijke rol.

S-metolachlor ESA zorgde het vaakst voor normoverschrijdingen in 2015 (55 %). Het is een metaboliet van het herbicide S-metolachlor dat toegepast mag worden bij verschillende teelten (bv. groenten, maïs). 52 % van de meetfilters vertoont een overschrijding voor desphenyl-chloridazon, een metaboliet van chloridazon, een herbicide dat toegepast mag worden in de bieten- en uienteelt.

Het aantal onderzochte pesticiden is de jongste jaren sterk toegenomen, van een tiental in 2004 tot meer dan 40 in 2015. Daardoor is het niet mogelijk een degelijk beeld te schetsen van de evolutie van de algemene toestand m.b.t. de aanwezigheid van pesticiden in het grondwater. Voor 15 stoffen kon wel een statistische trendanalyse gemaakt worden van het percentage normoverschrijdingen per jaar. Voor 8 van die 15 stoffen is geen statistisch significante trend waarneembaar. 6 stoffen vertonen een significante daling van het percentage normoverschrijdingen, m.n. AMPA (afbraakproduct van het herbicide glyfosaat), atrazine (verboden herbicide), desethylatrazine (afbraakproduct atrazine), chloortoluron (herbicide, voor o.a. granen en aardappelen), diuron (verboden herbicide) en isoproturon (herbicide, voor granen). Alleen voor 2,6-dichlorobenzamide (BAM, afbraakproduct van het verboden herbicide dichlobenil) steeg het percentage normoverschrijdingen significant. Voor eenzelfde stof kunnen de trends echter sterk verschillen van plaats tot plaats. Het percentage normoverschrijdingen voor bentazon (herbicide voor o.a. uien, erwten en maïs) vertoont bijvoorbeeld geen statistisch significante trend, maar 45 van de 211 geanalyseerde meetfilters vertoonden een significante stijging van de bentazonconcentraties terwijl er 16 significant daalden. Voor AMPA blijkt dan weer dat, hoewel het percentage normoverschrijdingen significant gedaald is, de concentraties gestegen zijn op 15 van de 118 geanalyseerde meetfilters.

De frequenties van voorkomen en normoverschrijding verschillen van stof tot stof. Deze verschillen zijn tot op zekere hoogte te verklaren via de fysico-chemische karakteristieken van deze stoffen. Zo is het veelvuldig voorkomen van VIS-01 (afbraakproduct van het fungicide chloortalonil) en BAM (afbraakproduct van het herbicide dichlobenil) te begrijpen in het licht van de grote mobiliteit van deze stoffen. In veel gevallen is de frequentie van voorkomen echter niet in overeenstemming met de fysico-chemie van een stof zolang abstractie gemaakt wordt van de mate waarin de stof wordt toegepast. Zo behoort atrazine (herbicide), hoewel erg mobiel, niet tot de meest aangetroffen pesticiden. Deze stof mag immers niet meer gebruikt worden sinds 2004. De lange halfwaardetijd van atrazine verklaart waarom het jaren na het verbod toch nog altijd terug te vinden is in het grondwater.

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht