Deel deze pagina

Verzenden

Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen

Tot en met 2012 werd het gebruik (kg/jaar) van gewasbeschermingsmiddelen in Vlaanderen geschat op basis van verkoopcijfers van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu (FOD VVVL). Het betreft de hoeveelheid actieve of werkzame stof en niet de handelsformuleringen welke nog allerlei hulpstoffen bevatten (solventen, uitvloeiers, vulstoffen, e.a.). Deze methode werd toegepast op de periode 1990-2010.

Sinds 2013 wordt het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen geschat op basis van de resultaten van het Landbouwmonitoringsnetwerk (LMN) van het Departement Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en Studie (AMS). Binnen het LMN wordt van een 750-tal Vlaamse land- en tuinbouwbedrijven bedrijfseconomische, technisch-economische en milieukundige gegevens verzameld. Die gegevens worden geëxtrapoleerd op basis van de landbouwtelling (Algemene Directie Statistiek en Economische informatie , ADSEI) zodat een beeld van gans Vlaanderen geschetst kan worden. De data voor toepassingen buiten de landbouw worden bepaald voor particulieren op basis van verkoopcijfers verkregen via Phytofar en voor openbare besturen verkregen via VMM. In 2014 werden de Phytofar verkoopcijfers vervangen door FOD data voor particulier gebruik. Deze waren beschikbaar voor het jaar 2015 en werden verhoudingsgewijs omgerekend naar het jaar 2014. In het jaar 2017 zouden ook amateurdata voor 2014 ter beschikking komen. De nieuwe methode werd toegepast op de data die betrekking hebben op de gebruiksjaren 2009 en volgende.

 

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

* geen verkoopscijfers beschikbaar

Bron: UGent, FOD VVVL (WWW.MILIEURAPPORT.BE)
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

Geleidelijke daling tussen 1990 en 2010

In de periode 1990-2010 is de verkoop van gewasbeschermingsmiddelen in Vlaanderen ongeveer gehalveerd. Introductie van geïntegreerde en biologische bestrijding, gebruiksbeperking door strengere residucontroles, verbeterd gamma gewasbeschermingsmiddelen, nieuwe technologische ontwikkelingen (spuitinstallaties), betere doseringen, efficiëntere formuleringen en het streven naar nulgebruik door openbare besturen liggen aan de basis van deze daling. Weersomstandigheden kunnen ook een rol spelen en voor fluctuaties op korte termijn zorgen.

De verkoop van gewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouw is in de periode 2005-2010 opvallend gedaald, maar viel met de oorspronkelijke methode moeilijk in te schatten. De verkoop van gewasbeschermingsmiddelen is zowel in de tuinbouw als de akkerbouw geleidelijk gedaald.

Geen duidelijke trend over de laatste jaren

De nieuwe methode om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te bepalen op basis van LMN werd toegepast op de cijfers vanaf 2009. In de periode 2009-2014 tekenen zich nog geen duidelijke trends af. Het totale gebruik van gewasbeschermingsmiddelen schommelt rond 3 miljoen kg werkzame stof. In 2014 namen akkerbouw en tuinbouw respectievelijk 55 en 34 % voor hun rekening. Omwille van een nieuwe databron voor niet-landbouwgebruik is dit aandeel sterk gestegen (10 % in 2014). FOD data die in de toekomst ter beschikking zullen komen, moeten dit bevestigen. Fungiciden (45 %) en herbiciden (35 %) waren ook in 2014 de meest gebruikte gewasbeschermingsmiddelen.

De toxiciteit van gewasbeschermingsmiddelen en de tijd nodig om ze af te breken verschillen echter sterk van stof tot stof. Daarom werd in het verleden een indicator in het leven geroepen die deze kenmerken in rekening brengt (zie indicator Druk op het waterleven door gewasbescherming).

 

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht