Deel deze pagina

Verzenden

Emissie van PAK's naar lucht

De verzamelnaam polycyclische aromatische koolwaterstoffen of PAK’s omvat honderden chemisch verwante, persistente organische polluenten, variërend in structuur en schadelijkheid.

PAK’s komen vrij bij onvolledige verbranding, zoals bijvoorbeeld door houtverbranding in kachels en open haarden, verbranding van fossiele brandstoffen (bv. verkeer en gebouwenverwarming), bij productie van staal en cokes, in sigarettenrook, door afvalverbranding (bv. vuurtjes in tuinen).

De PAK’s coaguleren tot of binden zich aan fijn stof in de lucht en kunnen zo over grote afstanden getransporteerd worden en worden in het lichaam opgenomen door inademing. Ook via de voeding kunnen PAK’s opgenomen worden, bijvoorbeeld door het eten van verbrand voedsel of voedsel dat gefrituurd werd in te lang gebruikte frituurolie.

In emissie-inventarissen wordt de laatste jaren in toenemende mate gefocust op vier hoogmoleculaire indicator PAK’s, de zogenaamde EMEP-PAK’s (European Monitoring and Evaluation Programme). Deze zijn benzo(a)pyreen of B(a)P, benzo(b)fluorantheen of B(b)Flu, benzo(k)fluorantheen of B(k)Flu en indeno(1,2,3-cd)pyreen of Ind. B(a)P is door het IARC (International Agency for Research on Cancer) geklasseerd als ‘kankerverwekkend voor de mens', de andere drie PAK’s als ‘mogelijk kankerverwekkend voor de mens’.
In wat volgt wordt onder PAK’s de som van deze vier PAK’s verstaan.

 

 

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

De 4 EMEP PAK's die hier gesommeerd voorgesteld worden zijn: benzo(a)pyreen, benzo(b)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen en indeno(1,2,3-cd)pyreen.

Bron: VMM (www.milieurapport.be)
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

PAK-emissie stijgt tussen 2000 en 2014

De PAK-emissie (als som van de 4 EMEP PAK’s) steeg tussen 2000 en 2014 met 32 %. 2010 was het jaar met de hoogste PAK-emissie sinds 1990.

Zachte winter leidt tot lagere PAK-emissie in 2014

In 2014 daalde de PAK-emissie met 25 % ten opzichte van 2013. Oorzaak hiervan was de minder strenge winter en bijgevolg lagere verwarmingsbehoefte in 2014. De huishoudens zijn namelijk verantwoordelijk voor het overgrote deel van de PAK-emissie (90 % in 2014) en de belangrijkste huishoudelijke bron is de gebouwenverwarming (99 % van de huishoudelijke PAK-emissie in 2014). PAK’s komen vrij bij verbranding van hout in kachels en open haarden en ook bij verwarming met steenkool, stookolie en gas. De schommelingen in de PAK-emissies door huishoudelijke gebouwenverwarming zijn dus weersgerelateerd.

Algemeen is er een trend naar meer huishoudelijke houtverbranding in kachels, mogelijk ingegeven door het beleid rond hernieuwbare energie of de stijgende kostprijs van andere energiebronnen. Vanuit het beleid werden in de tijd gefaseerde eisen opgesteld voor huishoudelijke verwarmingsapparaten op vaste brandstof (zowel stukhout, houtpellets als steenkool) die in België nieuw op de markt gebracht worden (Koninklijk Besluit van 12 oktober 2010). Verdere reductie van PAK’s kan ook nog verwezenlijkt worden door de omschakeling van vaste naar vloeibare en gasvormige brandstoffen voor huishoudelijke gebouwenverwarming. Een beperktere huishoudelijke bron van PAK-emissie is de verbranding van afval in tonnetjes en open vuren. De overheidscampagne Stook Slim werkt via sensibilisatie van de bevolking aan emissiereductie door huishoudens.

De sector transport heeft het tweede grootste aandeel in de PAK-emissie (9 % in 2014). Deze emissie is te wijten aan de verbranding van fossiele brandstoffen en is in stijgende lijn (+25 % tussen 2000 en 2014).

De sector industrie levert slechts een zeer geringe bijdrage tot de PAK-emissie (0,6 %). In 2012 en 2013 deed zich een tijdelijke stijging van de PAK-emissie voor bij de metaalsector, vanaf 2014 daalde de emissie opnieuw. Bij industriële installaties bestaat het reductiebeleid uit een combinatie van nageschakelde en procesgeïntegreerde technieken door toepassing van de Best Beschikbare Technieken (BBT).

Bij de sector energie deden zich specifiek voor benzo(a)pyreen bij de petroleumraffinaderijen hogere emissies voor in de periode 2009-2011. Vanaf 2012 daalden deze emissies sterk.


 

Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht