Deel deze pagina

Verzenden

Stikstofdepositie

Vermestende depositie omvat de droge en natte depositie van stikstofhoudende verbindingen op de bodem. Depositie is het resultaat van grensoverschrijdende luchtverontreiniging, waar zowel Vlaamse als buitenlandse emissiebronnen toe bijdragen.

De indicator geeft gemodelleerde waarden van stikstofdepositie weer voor Vlaanderen, samengesteld uit depositie van stikstofoxiden (NOy-depositie) en van ammoniakale stikstof (NHx-depositie). De modellering gebeurde met het atmosferisch verspreidingsmodel VLOPS, dit is de Vlaamse versie van het Operationeel Prioritaire Stoffen model. Het model berekent concentraties en deposities van vermestende stoffen met een geografische resolutie van 1x1 km2. Invoergegevens voor het model zijn: meteorologische gegevens, emissiegegevens van punt- en oppervlaktebronnen binnen en buiten Vlaanderen en gegevens over de receptorgebieden. Grensoverschrijdend transport van emissies (import en export) wordt hierbij in rekening gebracht.
Alle voorgestelde depositieresultaten zijn berekend met het VLOPS-model versie 16. Het VLOPS-model werd geoptimaliseerd ten opzichte van de vorige versie. Belangrijkste wijzigingen zijn de manier waarop het landgebruik wordt meegenomen in de berekening van de droge depositiesnelheid en het gebruik van nieuwe landgebruikskaarten (aangemaakt op basis van NARA-T kaart INBO). Ook de kalibratiemethode en de toegepaste bijtellingen (opgelost organisch stikstof of DON ‘Dissolved Organic Nitrogen’) werden herbekeken. De volledige tijdsreeks werd herrekend met de modelversie 16 en volgens de vernieuwde methode. De depositieresultaten worden jaarlijks geactualiseerd t.e.m. het jaar x-3. Dit is het meest recente jaar waarvoor emissiecijfers van buiten Vlaanderen beschikbaar zijn. De emissiedata zijn afkomstig van EMEP (European Modelling and Evaluation Programme).

Er zijn verschillende verbanden tussen het thema vermesting en andere milieuthema’s. De stikstofverbindingen die leiden tot vermestende depositie spelen ook een rol bij het thema verzuring, het thema fotochemische luchtverontreiniging (stikstofoxiden in de rol van ozonprecursor) en het thema zwevend stof (precursoren van secundair fijn stof).

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Modelberekeningen uitgevoerd met model VLOPS.16. Indicatieve berekening van aandelen op basis van ruwe VLOPS-depositieresultaten, zonder bijschattingen of kalibraties, en exclusief depositie van opgelost organisch stikstof.

Bron: VMM (www.milieurapport.be)
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

Depositie daalt, natuurgerichte doelen nog niet bereikt

In 2013 bedroeg de gemiddelde stikstofdepositie in Vlaanderen 23,9 kg N/ha. De stikstofdepositie daalt in de tijd (-45 % tussen 1990 en 2013 en -28 % tussen 2000 en 2013) door de inspanningen om de emissie van stikstofverbindingen te beperken. De laatste jaren vlakt de dalende trend wat af. Tussen 2012 en 2013 daalde de stikstofdepositie wel nog met 8 %. Dit was in ongeveer gelijke mate te danken aan daling van NHx- en NOy-depositie. NHx- levert nog steeds de grootste bijdrage tot de totale stikstofdepositie (59 % in 2013).

Natuurgerichte depositienormen of kritische lasten vermesting zijn richtinggevend voor het langetermijnbeleid inzake vermestende depositie. Hoever de huidige stikstofdepositie hiervan verwijderd is, is zichtbaar in de indicator overschrijding kritische lasten vermesting. De mediane kritische lastwaarde voor de meest kwetsbare ecosystemen zoals heide, naaldbos en loofbos bedraagt 11, 10 en 15 kg N/ha. Deze waarden kunnen dus als lange termijn natuurgerichte doelstellingen gebruikt worden.

Import van buiten Vlaanderen en sectoren landbouw en transport leveren grootste bijdrage

Vermesting is voor een groot deel het gevolg van grensoverschrijdende luchtverontreiniging. In 2013 was 47 % van de totale vermestende depositie in Vlaanderen het gevolg van import. Daarom wordt de discussie over maatregelen voor emissiereductie eveneens in internationale context gevoerd. Binnen Vlaanderen valt het grootste deel van de vermestende depositie toe te schrijven aan de sectoren landbouw (39 %) en transport (9 %).

De bijdragen van import en de verschillende sectoren vertonen een verschillend beeld voor de afzonderlijke depositiecomponenten NOy en NHx, onder meer doordat ze een verschillende verblijftijd hebben in de atmosfeer. Stikstofoxiden kunnen over lange afstanden getransporteerd worden en daardoor speelt de import de grootste rol bij de NOy-depositie (67 %). De sector transport levert met 23 % de tweede grootste bijdrage.

De depositie van ammoniakale stikstof geeft een ander beeld. NH3 verdwijnt sneller uit de atmosfeer door droge depositie nabij de bron of door omzetting naar ammoniumzouten. Daardoor is de import van buiten Vlaanderen veel geringer (36 %) en hebben NH3-emissiereducties binnen Vlaanderen een directer depositieverlagend effect. In Vlaanderen speelt de landbouwsector de voornaamste rol (58 %) in de NHx-depositie.

Stikstofdepositie ongelijk verspreid over Vlaanderen, gebiedsgerichte aanpak aangewezen

Door het effect van lokale emissiebronnen, is de depositie zeer ongelijk gespreid in Vlaanderen. De stikstofdepositie varieerde in 1990 tussen 16 en 174 kg N/ha en in 2013 tussen 11 en 68 kg N/ha. In 2013 situeren de hogere deposities zich voornamelijk in landbouwintensieve gebieden in West-Vlaanderen, het noorden van Antwerpen en in beperktere mate het noorden van Oost-Vlaanderen. Ook in het noorden van Limburg is de depositie verhoogd, dit is te verklaren door de nabijheid van Nederlands Limburg en het Duitse Ruhrgebied met hoge emissies. Deposities hoger dan 45 kg N/ha komen enkel nog voor op enkele plaatsen in West-Vlaanderen en het noorden van Antwerpen. Bepaalde autosnelwegen zijn zichtbaar als gebieden met depositie hoger dan 30 kg N/ha.

Door de ongelijk gespreide depositie vormen de huidige depositiewaarden in sommige NATURA 2000-gebieden een hindernis voor de instandhoudingsdoelstellingen. Om hieraan te verhelpen dient het generieke stikstofreductiebeleid aangevuld te worden met een gebiedsgerichte emissiereductie van bronnen met een te grote impact op nabijgelegen natuurgebieden.

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht