Deel deze pagina

Verzenden

Nitraat in oppervlaktewater in landbouwgebied

De kwaliteit van het oppervlaktewater in landbouwgebied wordt opgevolgd in het MAP-meetnet. Het aantal meetpunten werd eind 2002 uitgebreid van ongeveer 260 naar ongeveer 760. Een overmatige nitraatconcentratie in oppervlaktewater bedreigt de drinkwaterproductie en kan tot overmatige algengroei in het oppervlaktewater leiden.

MAP4 was het vierde mestactieprogramma in uitvoering van de Europese Nitraatrichtlijn en was van toepassing tijdens de periode 2011-2014. MAP4 stelde als doel het aandeel MAP-meetplaatsen met een overschrijding van de drempelwaarde (50 mg nitraat per liter) te doen dalen tot minder dan 16 %. MAP5, het mestactieprogramma voor de periode 2015-2018, stelt als doel tegen 2018 het aandeel MAP-meetplaatsen met een overschrijding van de drempelwaarde te doen dalen tot maximaal 5 % van de meetplaatsen.

Naast de analyse van de gemiddelde concentraties en het percentage meetplaatsen dat de drempelwaarde overschrijdt, wordt per meetplaats ook nagegaan of de nitraatconcentraties een statistisch aantoonbare trend vertonen. Als er sprake is van een statistisch significante trend wordt ook aangegeven of die klein, matig of groot is. Voor nitraat zijn de grenzen voor die indeling 1 en 2 mg nitraat/l/jaar.

In regio’s waar intensief wordt bemest met dierlijke mest komen de hoogste nitraatconcentraties in het oppervlaktewater normaliter voor gedurende de winterperiode. Het is dus zinvoller om over de winter heen te evalueren dan de evaluatie over een volledig kalenderjaar te laten verlopen. Een winterjaar loopt vanaf 1 juli van een kalenderjaar tot en met 30 juni van het daaropvolgende kalenderjaar.

 

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Verloop

Verbetering zet recent niet door, doelafstand blijft groot

De gemiddelde nitraatconcentratie vertoont een duidelijke daling. De daling tussen 1999-2000 en 2002-2003 hangt onder meer samen met de aanscherping van het mestbeleid vanaf 2000: strengere bemestingsnormen en afbouw van de veestapel. Tussen 2003-2004 en 2006-2007 veranderde er weinig, waarna de situatie weer verbeterde. In 2013-2014 en 2014-2015 werden de laagste waarden genoteerd. De recente toename van de gemiddelde nitraatconcentratie kan deels toe te schrijven zijn aan de hevige regenval in juni 2016.

Om de invloed van de uitzonderlijke hoge neerslag op het einde van winterjaar 2015-2016 in te perken, werden 32 meetpunten niet meegenomen in de beoordeling. Het gaat om 21 meetpunten die pas in juni een eerste overschrijding vertoonden en 11 meetpunten die in juni een tweede overschrijding vertoonden, na een eerdere kleine overschrijding (≤ 75 mg nitraat/liter). In het winterjaar 2015-2016 overschreed 20 % van de beoordeelde meetplaatsen de drempelwaarde van 50 mg nitraat per liter. Sinds winterjaar 2006-2007 (41 % meetplaatsen met een overschrijding) is het percentage normoverschrijdingen dus gehalveerd. Maar de jongste twee winterjaren is geen verbetering meer merkbaar en de doelstelling van MAP4 (16 % overschrijdingen in 2014) werd nog steeds niet gehaald. Als de verbetering verder zou gaan aan het gemiddelde tempo van de voorbije 5 jaar, zal ook de doelstelling voor 2018 (5 % overschrijdingen) hoogstwaarschijnlijk niet tijdig gehaald worden.

Uit de statistische trendanalyse per meetplaats over de periode 2003-2004 tot en met 2015-2016 blijkt dat de nitraatconcentratie op ongeveer 54 % van de meetplaatsen geen statistisch significante trend vertoont. Het percentage meetpunten met een significant dalende trend (43 %) is veel groter dan het percentage met een significant stijgende trend (3 %). De toestand verbetert dus niet overal en in dezelfde mate.

De nitraatverliezen vanuit de landbouw kunnen verder gereduceerd worden door het mestgebruik verder te verminderen en beter te doseren, maar bijvoorbeeld ook door de inzaai van vanggewassen en de aanleg van bufferstroken langs waterlopen.

 

Resultaten per meetpunt kunnen opgevraagd worden via de website van VMM, geoloket waterkwaliteit.

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht