Deel deze pagina

Verzenden

Jaargemiddelde benzeenconcentratie in lucht

De indicator toont het tijdsverloop van de gemeten jaargemiddelde benzeenconcentraties in Vlaanderen.

Benzeenbronnen zijn o.a. tabaksrook, tankstations, uitlaatgassen van auto’s en industriële emissies. Benzeen heeft een toxische werking op het bloed en bloedvormende weefsels en is een kankerverwekkende vluchtige organische stof. De blootstelling gebeurt vooral via inademing. Benzeen speelt als ozonprecursor ook een rol in de fotochemische luchtverontreiniging.
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

De datareeks is niet gebaseerd op steeds dezelfde meetstations (BTEX-monitoren).

Bron: VMM (www.milieurapport.be)
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

Doelstelling jaargemiddelde benzeenconcentratie gerespecteerd

De Europese doelstelling (RL 2008/50/EG) voor de benzeenconcentratie in omgevingslucht bedraagt 5 µg/m³ en was te bereiken tegen 2010.

De jaargemiddelde benzeenconcentratie daalde tussen 2000 en 2015 van 2,09 µg/m3 naar 0,63 µg/m3. Net als in de vorige jaren werd in 2015 de hoogste jaargemiddelde concentratie (1,17 µg/m3) vastgesteld in Zelzate Havenlaan, een meetstation nabij een teerraffinaderij. Alle waarden liggen een stuk onder de Europese grenswaarde.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) verklaart echter dat geen veilig niveau van benzeenblootstelling kan vastgesteld worden. De WGO drukt de schadelijkheid van benzeen uit als het aantal extra kankergevallen bij een levenslange blootstelling aan een bepaalde concentratie. Bij een levenslange blootstelling aan een benzeenconcentratie van 17 µg/m3 zou er één extra kankergeval per 10 000 inwoners zijn, bij een concentratie van 1,7 µg/m3 één per 100 000 inwoners en bij 0,17 µg/m3 één per 1 000 000. Op basis van de laagste en hoogste jaargemiddelde concentraties komt dit in 2015 neer op een extra kankerrisico van 1 op 470 000 tot 1 op 145 000. Het Agentschap Zorg en Gezondheid omschrijft deze niveaus als gezondheidskundig niet verwaarloosbaar maar maatschappelijk aanvaardbaar.

Een belangrijke opmerking bij de evolutie van de jaargemiddelde waarden is dat het niet steeds over dezelfde meetstations gaat in de periode 2000 tot 2015. Daarom dient het verloop van de benzeenconcentratie over alle meetstations heen met de nodige omzichtigheid geïnterpreteerd te worden. De benzeenconcentratie in omgevingslucht werd door de Vlaamse Milieumaatschappij in 2015 gemeten in 9 automatische meetstations in Vlaanderen, vooral gelegen in industriële, maar ook in stedelijke en niet-stedelijke gebieden. In tegenstelling tot vorige rapporteringen wordt voor de ganse tijdsreeks het virtueel gemiddelde van alle gemeten concentraties beschouwd, in plaats van het rekenkundig gemiddelde. Dit betekent dat een virtueel station gecreëerd wordt, waarbij de halfuurconcentraties over alle meetstations uitgemiddeld worden en deze waarden worden gebruikt voor de berekening van de jaargemiddelde concentratie.
In 2016 ging de nieuwe meetstrategie van de vluchtige organische stoffen (waaronder benzeen) van start.

De daling van de benzeenconcentratie in de lucht is o.a. te danken aan de beperking van benzeen in benzine van 5 vol% tot 1 vol% (richtlijn 98/70/EG), de invoering van de driewegkatalysator bij voertuigen en de opname in VLAREM van Damprecuperatie fase I (damprecuperatie bij laden en lossen van tankwagens in opslagtanks) en fase II (damprecuperatie tussen autotank en ondergrondse opslagtank) voor benzinetankstations (sector handel & diensten) op basis van richtlijn 94/63/EG.

De werkelijke individuele blootstelling ligt echter dikwijls hoger dan verwacht volgens de jaargemiddelde concentratie. De blootstelling is verhoogd bij het tanken, bij drukke kruispunten of binnenshuis door het inademen van tabaksrook. Het Binnenmilieubesluit geeft een richtwaarde van 2 µg/m3 als kwaliteitsnorm voor benzeen in het binnenmilieu, om de gezondheidsrisico’s voor bewoners of gebruikers maximaal te beperken.

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht