Deel deze pagina

Verzenden

Emissie van NMVOS naar lucht

De term Vluchtige Organische Stoffen (VOS) dekt een grote verscheidenheid aan organische stoffen met een dampspanning van minstens 0,1 kPa bij normale temperatuur en druk. Niet-methaan vluchtige organische stoffen (NMVOS) komen in de atmosfeer terecht door:
• industriële procesemissie
• industrieel en huishoudelijk gebruik van solventen (o.a. in verven, ontvetters en ontvlekkers) via verdamping
• verbrandingsprocessen
• uitstoot door transport

Een aantal niet-methaan vluchtige organische stoffen (NMVOS) zijn kankerverwekkend (benzeen, vinylchloride, 1,3-butadieen). Daarnaast spelen NMVOS als ozonprecursor (voorloper) een rol in de fotochemische luchtverontreiniging en in de vorming van secundair fijn stof. Enkele NMVOS, voornamelijk van industriële oorsprong, veroorzaken geurhinder.
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Verloop

Continue daling van NMVOS-emissie, afvlakking de laatste jaren

De totale NMVOS-emissie nam continu af tussen 1990 en 2015 (-61 %) maar vlakte af in de laatste jaren. In 2015 bedraagt de emissie 86,3 kton inclusief de bijdrage van natuur en tuinen en 70,8 kton exclusief deze bijdrage.

Op verschillende niveaus zijn doelstellingen vastgelegd voor de NMVOS-emissie. De Europese Richtlijn Nationale Emissieplafonds (NEC-richtlijn 2001/81) uit 2001 stelde nationale emissieplafonds voorop die sinds 2010 van kracht zijn. De amendering van het protocol van Göteborg in 2012 leidde tot aangescherpte emissieplafonds voor NMVOS vanaf 2020 voor België. In een beslissing van de Interministeriële Conferentie Leefmilieu (ICL) (27/04/2012) werd de verdeling van de inspanningen over de gewesten vastgelegd voor de stationaire bronnen (63,5 kton voor Vlaanderen), voor de niet-stationaire bronnen werd geen verdeling over de gewesten vastgelegd (15 kton voor België).

Ter vervanging van de NEC-richtlijn werd op 14/12/2016 een nieuwe Europese richtlijn gepubliceerd, de 'Richtlijn 2016/2284 betreffende de vermindering van de nationale emissies van bepaalde luchtverontreinigende stoffen'. Deze richtlijn dient door de lidstaten uiterlijk tegen 1 juli 2018 in de regelgeving opgenomen. Een belangrijk verschil met de vroegere NEC-richtlijn is dat de doelstellingen niet meer als een absoluut plafond zijn uitgedrukt, maar als een procentuele emissiereductie t.o.v. 2005, en dit voor de periode 2020-2029 en voor de periode vanaf 2030. Op niveau België wordt voor NMVOS uitgegaan van een emissiereductie van 35 % tussen 2005 en 2030. Uit de nationale plafonds werden gewestelijke plafonds afgeleid, die bekrachtigd werden door de ICL op 4/5/2017. Deze plafonds dienen nog geconsolideerd te worden in een samenwerkingsakkoord. Voor NMVOS-emissie in Vlaanderen bedraagt het plafond tegen 2030 59,5 kton.

Het MINA-plan 4 (2011-2015) vermeldt doelstellingen tegen 2015 voor stationaire bronnen (64,0 kton) en niet-stationaire bronnen (3,9 kton). Als men beide doelstellingen sommeert bekomt men een waarde van 67,9 kton voor de totale NMVOS-emissie (exclusief de bijdrage van natuur en tuinen) in Vlaanderen.

Naar aanleiding van Europese voorschriften (EMEP/EEA Guidebook 2013) zijn vanaf dit jaar de NMVOS-emissies van mestopslag en van productie van gewassen mee gerapporteerd bij de sector landbouw. Vooral het opnemen van de mestopslagemissies leidt tot een aanzienlijke verhoging van de NMVOS-emissies over de ganse tijdsreeks. Voor 2015 bedraagt deze bijdrage 14,5 kton.

De emissies uit mestopslag worden echter uitgesloten van het toepassingsgebied van de reductiedoelstellingen. Als de NMVOS-emissie exclusief mestopslag beschouwd wordt, is de totale MINA-4 doelstelling van 67,9 kton vanaf 2011 gehaald en is het plafond van 59,5 kton uit de nieuwe NEC-richtlijn al vanaf 2014 gerespecteerd.

Industrie grootste bron, gevolgd door huishoudens en landbouw

De industriesector heeft het grootste aandeel in de NMVOS-emissie (24 kton of 28 % in 2015). De belangrijkste bron is de chemiesector, die in 2015 instond voor 10,6 kton of 44 % van de industriële NMVOS-emissie. De industriële NMVOS-emissie daalde sterk tussen 1990 en 2015 (-74 %). Dit is onder meer te danken aan het Vlaamse Nationale Emissiemaxima (NEM)-reductieprogramma, dat op 12 december 2003 door de Vlaamse Regering goedgekeurd werd in het kader van de Europese NEC-richtlijn. Bovendien werd in 2008 de LDAR-wetgeving (lekdetectie en –herstelprogramma) opgenomen in VLAREM, met als doel fugitieve emissies te meten, te beheersen en te reduceren. Fugitieve emissies ontstaan door lekverliezen van apparaten en leiding(onderdelen). Ook de Europese Richtlijn 2004/42/EG droeg bij tot de emissieverlaging door het aan banden leggen van het gebruik van organische oplosmiddelen in bepaalde verven, vernissen en producten voor het overspuiten van voertuigen. De emissiereducties vlakten wat af in de laatste jaren, maar industrie is wel de enige sector waar tussen 2014 en 2015 nog een reductie gerealiseerd werd (-3 kton), voor een groot deel te danken aan de metaalsector.

Huishoudens leveren de tweede grootste bijdrage tot de NMVOS-emissies (21 % in 2015). Emissiebronnen zijn het gebruik van solventhoudende producten zoals lijmen, verven, reinigingsmiddelen, cosmeticaproducten en de stockage en verbranding van fossiele brandstoffen (gebouwenverwarming). Ondanks een daling van de NMVOS-emissie door verfgebruik, stijgt de totale NMVOS-emissie van huishoudens tussen 1990 en 2015 (van 14,2 naar 17,9 kton).

Landbouw levert de derde grootste sectorbijdrage tot de NMVOS-emissie (19 % in 2015), met als belangrijkste bron mestopslag (88 % in 2015). De emissie vertoont een vlak tijdsverloop.
De sector energie draagt in 2015 voor 6,8 % (5,8 kton) bij aan de NMVOS-emissie. De voornaamste bronnen zijn de deelsectoren petroleumraffinaderijen en aardgas. Over de volledige tijdsreeks wordt een daling vastgesteld, vooral te danken aan de emissiereductie bij petroleumraffinaderijen. Deze daling vlakt wat af sedert 2007.

Het aandeel van transport bedraagt 5,6 % in 2015, door verbranding en verdamping van brandstoffen. Deze emissies daalden reeds sterk (-74 % tussen 2000 en 2015). Dit is onder meer te danken aan het aanscherpen van de milieunormen voor voertuigen. De invoering van katalysatoren leidde tot een emissiedaling van 75 tot 90 %. Ook het beperkte aandeel benzinewagens speelt een rol: vermits diesel 5 tot 10 maal minder vluchtig is dan benzine zijn de NMVOS-emissies van diesel minder belangrijk dan deze van benzine. De keerzijde van het hoge aandeel dieselwagens in het personenwagenpark is de hogere emissie van NOx, die ook een rol speelt in de fotochemische luchtverontreiniging en verzuring.

In de sector handel & diensten werden de NMVOS-emissies van de benzinetankstations sterk teruggedrongen vanaf 1990 doordat de Europese Richtlijn 94/63/EG Damprecuperatie fase I en Damprecuperatie fase II in VLAREM werd opgenomen. De NMVOS-emissie van handel & diensten daalde sterk (-86 % tussen 1990 en 2015) waardoor het aandeel in de totale NMVOS-emissie terugviel tot minder dan 2 %.

Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht