Deel deze pagina

Verzenden

Emissie van NMVOS naar lucht

De term Vluchtige Organische Stoffen (VOS) dekt een grote verscheidenheid aan organische stoffen met een dampspanning van minstens 0,1 kPa bij normale temperatuur en druk. Niet-methaan vluchtige organische stoffen (NMVOS) komen in de atmosfeer terecht door:
• industriële procesemissie
• industrieel en huishoudelijk gebruik van solventen (o.a. in verven, ontvetters en ontvlekkers) via verdamping
• verbrandingsprocessen
• uitstoot door transport

Een aantal niet-methaan vluchtige organische stoffen (NMVOS) zijn kankerverwekkend (benzeen, vinylchloride, 1,3-butadieen). Daarnaast spelen NMVOS als ozonprecursor (voorloper) een rol in de fotochemische luchtverontreiniging en in de vorming van secundair fijn stof. Enkele NMVOS, voornamelijk van industriële oorsprong, veroorzaken geurhinder.
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Verloop

Continue daling van NMVOS-emissie, afvlakking de laatste jaren

De totale NMVOS-emissie nam continu af tussen 1990 en 2014 (-60 %) maar vlakte af in de laatste jaren. In 2014 bedraagt de emissie 87,6 kton inclusief de bijdrage van natuur en tuinen en 71,6 kton exclusief deze bijdrage.

De amendering van het protocol van Göteborg in 2012 leidde tot aangescherpte emissieplafonds voor NMVOS tegen 2020 voor België. In een beslissing van de Interministeriële Conferentie Leefmilieu (ICL) (27/04/2012) werd de verdeling van de inspanningen over de gewesten vastgelegd voor de stationaire bronnen (63,5 kton voor Vlaanderen), voor de niet-stationaire bronnen dient deze verdeling nog te gebeuren (15 kton voor België). Het MINA-plan 4 (2011-2015) vermeldt doelstellingen tegen 2015 voor stationaire bronnen (64,0 kton) en niet-stationaire bronnen (3,9 kton). Als men beide doelstellingen sommeert bekomt men een waarde van 67,9 kton voor de totale NMVOS-emissie (exclusief de bijdrage van natuur en tuinen) in Vlaanderen.

Naar aanleiding van Europese voorschriften (EMEP/EEA Guidebook 2013) zijn vanaf dit jaar de NMVOS-emissies van mestopslag en van productie van gewassen mee gerapporteerd bij de sector landbouw. Vooral het opnemen van de mestopslagemissies leidt tot een aanzienlijke verhoging van de NMVOS-emissies over de ganse tijdsreeks. Om deze reden wordt niet getoetst aan de doelstellingen, vermits die geen rekening houden met deze bijdragen. Enkel indicatief kan aangegeven worden dat de totale MINA-4 doelstelling van 67,9 kton vanaf 2011 gehaald werd, indien men de NMVOS-emissie exclusief mestopslag beschouwt.

Industrie grootste bron, gevolgd door huishoudens en landbouw

De industriesector heeft het grootste aandeel in de NMVOS-emissie (27 kton of 31 % in 2014). De belangrijkste bron is de chemiesector, die in 2014 instond voor 10,6 kton of 39 % van de industriële NMVOS-emissie. De industriële NMVOS-emissie daalde sterk tussen 1990 en 2014 (-72 %). Dit is onder meer te danken aan het Vlaamse Nationale Emissiemaxima (NEM)-reductieprogramma, dat op 12 december 2003 door de Vlaamse Regering goedgekeurd werd in het kader van de Europese richtlijn Nationale Emissiemaxima. Dit programma gaf voor verschillende industriële sectoren een overzicht van bestaande en geplande maatregelen en geplande beleidsopties voor de emissiereductie van onder andere NMVOS. Bovendien werd in 2008 de LDAR-wetgeving (lekdetectie en –herstelprogramma) opgenomen in VLAREM, met als doel fugitieve emissies te meten, te beheersen en te reduceren. Fugitieve emissies ontstaan door lekverliezen van apparaten en leiding(onderdelen). Ook de Europese richtlijn 2004/42/EG droeg bij tot de emissieverlaging door het aan banden leggen van het gebruik van organische oplosmiddelen in bepaalde verven, vernissen en producten voor het overspuiten van voertuigen. Doordat de deadlines van de verschillende richtlijnen voor 2010 afliepen, vlakten de emissiereducties af in de laatste jaren. Tussen 2013 en 2014 werd nog de grootse emissiereductie gerealiseerd bij de chemiesector.

Huishoudens leveren de tweede grootste bijdrage tot de NMVOS-emissies (19 % in 2014). Emissiebronnen zijn het gebruik van solventhoudende producten zoals lijmen, verven, reinigingsmiddelen, cosmeticaproducten en de stockage en verbranding van fossiele brandstoffen (gebouwenverwarming). Ondanks een daling van de NMVOS-emissie door verfgebruik, stijgt de totale NMVOS-emissie van huishoudens tussen 1990 en 2014 (van 14 naar 17 kton).

Landbouw levert de derde grootste sectorbijdrage tot de NMVOS-emissie (18 % in 2014), met als belangrijkste bron mestopslag (88 % in 2014). De emissie vertoont een vlak tijdsverloop.

Transport draagt in 2014 nog voor 6 % bij aan de NMVOS-emissie, door verbranding en verdamping van brandstoffen. Deze emissies daalden reeds sterk (-73 % tussen 2000 en 2014). Dit is onder meer te danken aan het aanscherpen van de milieunormen voor voertuigen. De invoering van katalysatoren leidde tot een emissiedaling van 75 tot 90 %. Ook het beperkte aandeel benzinewagens speelt een rol: vermits diesel 5 tot 10 maal minder vluchtig is dan benzine zijn de NMVOS-emissies van diesel minder belangrijk dan deze van benzine. De keerzijde van de hoge aandeel dieselwagens in het personenwagenpark is de hogere emissie van NOx, die ook een rol speelt in de fotochemische luchtverontreiniging en verzuring.

De sector energie heeft een geringere bijdrage aan de NMVOS-emissie (4,8 kton of een aandeel van 5,4 % in 2014). De voornaamste bronnen zijn de deelsectoren petroleumraffinaderijen en aardgas. Over de volledige tijdsreeks wordt een daling vastgesteld, vooral te danken aan de emissiereductie bij petroleumraffinaderijen. Deze daling vlakt wat af sedert 2007. Tussen 2013 en 2014 daalt de emissie nog met 0,7 kton, wat quasi volledig te danken is aan emissiereducties bij de petroleumraffinaderijen.

In de sector handel & diensten werden de NMVOS-emissies van de benzinetankstations sterk teruggedrongen vanaf 1990 doordat de Europese Richtlijn 94/63/EG Damprecuperatie fase I en Damprecuperatie fase II in VLAREM werd opgenomen. De NMVOS-emissie van handel & diensten daalde sterk (-85 % tussen 1990 en 2014), waardoor het aandeel in de totale NMVOS-emissie terugviel tot minder dan 2 %.

Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht