Deel deze pagina

Verzenden

Jaargemiddelde concentratie zwarte koolstof in lucht

De roetdeeltjes in de lucht die ontstaan bij verbrandingsreacties (bv. dieselmotoren of houtverbranding) zijn vermoedelijk de meest schadelijke fractie van fijn stof. Vroeger werd vooral de concentratie zwarte rook gemeten als indicator voor roet. De laatste jaren wordt zwarte koolstof (Black Carbon of BC) gemeten. Dit gebeurt d.m.v. lichtabsorptie. BC is vooral aanwezig in de ultrafijne fractie van fijn stof (PM0,1). BC ontstaat voornamelijk door onvolledige verbranding van fossiele brandstoffen, biobrandstoffen en biomassa. In verstedelijkte gebieden is de emissie van zwarte koolstof sterk gelinkt met het verkeer, vooral van dieselvoertuigen. BC zou vooral schadelijk zijn als drager van verschillende toxische chemische stoffen. Elementaire koolstof (EC) is een vergelijkbare fractie, die echter niet gemeten wordt via lichtabsorptie maar via een thermisch-optische methode. Beide zijn een maat voor kankerverwekkende roetdeeltjes in de lucht. Naast gezondheidseffecten heeft zwarte koolstof ook een invloed op de klimaatverandering. Het heeft opwarmende eigenschappen door absorptie van licht en warmte maar ook indirecte koelende eigenschappen. Netto draagt het bij aan klimaatopwarming.

 

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Verloop

Metingen zwarte rook stopgezet eind 2012

In de jaren '50 werd de algemene luchtkwaliteit vooral bepaald door zwaveldioxide (SO2) en zwarte rook, o.a. door het gebruik van steenkool. Zo kwam deze fractie vrij vroeg onder de aandacht. Door maatregelen in het verleden daalde de concentratie zwarte rook over de decennia heen sterk. De hoogste concentraties werden voornamelijk teruggevonden in de steden. Sinds 2005 zijn er geen Vlaamse of Europese grens- of richtwaarden meer voor zwarte rook. Eind 2012 stopte de VMM met metingen van zwarte rook en werd volledig overgegaan tot het meten van zwarte koolstof.

Verkeer verhoogt concentratie zwarte koolstof

Sinds 2007 meet de VMM zwarte koolstof. Eind 2015 had de VMM 19 meetpunten voor zwarte koolstof. De meetplaatsen van het telemetrisch meetnet (14 voor zwarte koolstof) worden naargelang hun karakter ingedeeld in 5 subtypes: industrieel, verkeer, stedelijk, voorstedelijk en landelijk. De trend voor de jaargemiddelde concentratie zwarte koolstof in het stedelijk typegebied is dalend. Het industrieel typegebied kende een dalend verloop de laatste jaren, na een initiële stijging tussen 2009 en 2011. Voor de andere typegebieden zijn de tijdsreeksen nog beperkter, maar de jaargemiddelde concentratie zwarte koolstof was ook in elk van die gebieden in 2015 lager dan voordien. De hoogste jaargemiddeldes worden gemeten in het typegebied verkeer, gevolgd door het stedelijk typegebied. Het landelijk typegebied heeft de laagste waarden.

Op de individuele meetplaatsen varieerde het jaargemiddelde in 2015 tussen 0,6 µg/m³ in de landelijke meetplaats Houtem en 2,7 µg/m3 in de verkeersgerichte meetplaats Borgerhout-straatkant. De invloed van het verkeer is aanzienlijk. Dat kan bijvoorbeeld afgeleid worden uit het verschil in jaargemiddeldes tussen de meetplaatsen van Borgerhout. De meetplaats Borgerhout-achtergrond, die 25 m verder van de weg afligt dan Borgerhout-straatkant, had in 2015 een jaargemiddelde van 2,0 µg/m3. Dit is 0,7 µg/m3 (26 %) minder dan de verkeersgerichte meetplaats. Ook in Gent was het jaargemiddelde van het stedelijk achtergrondstation 21 % lager dan van de verkeersgerichte meetplaats.

Ook ruimtelijke gegevens beschikbaar voor zwarte koolstof

Om de verontreiniging in te schatten op plaatsen waar geen metingen gebeuren in Vlaanderen, wordt het RIO-IFDM-model toegepast. RIO-IFDM is een combinatie van de RIO-interpolatietechniek enerzijds en het dispersiemodel IFDM anderzijds. Met RIO interpoleert men de luchtkwaliteitsmetingen van de meetplaatsen naar een rooster van 4x4 km. Om voor 2015 een gedetailleerder beeld te krijgen binnen een roostercel van 4x4 km wordt RIO gekoppeld aan het IFDM-model. Met IFDM berekent men via meteogegevens het effect van lokale emissies door wegverkeer en industriële puntbronnen op de verspreiding van de concentraties. De kaart toont dat de hoogste gemodelleerde jaargemiddelden voor zwarte koolstof voorkwamen in de Antwerpse agglomeratie, de Antwerpse haven en de noordrand rond Brussel. Hogere concentraties komen ook voor in de Gentse agglomeratie, de Gentse kanaalzone en andere steden. Ook nabij drukke wegen waren de concentraties verhoogd.

De tweede figuur toont een tijdsreeks, weliswaar nog beperkt, van het ruimtelijk jaargemiddelde zwarte koolstof voor Vlaanderen. Voor het opstellen van deze tijdsreeks werd enkel gebruik gemaakt van de RIO-interpolatietechniek en niet van het dispersiemodel IFDM. Bij de interpretatie moet men er rekening mee houden dat de onzekerheid groter is voor de jaren 2010-2011 omdat er toen nog maar een beperkt aantal meetplaatsen voor zwarte koolstof waren. De gemiddeldes voor de laatste drie jaar zijn wel gebaseerd op dezelfde meetplaatsen. In 2015 lag het ruimtelijk jaargemiddelde zwarte koolstof lager dan het jaar voordien. Het is wachten op een ruimere tijdsreeks om een meer diepgaande interpretatie te kunnen doen.

Dieselroet kankerverwekkend

Sinds 2012 beschouwt de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) dieselroet als kankerverwekkend. Op basis van studies over kortetermijngezondheidseffecten adviseerde de WGO in 2012 om naast PM2,5 ook zwarte koolstof als indicator op te nemen om de blootstelling van de bevolking aan schadelijk fijn stof afkomstig van verbrandingsprocessen (vooral verkeer) te verminderen. Momenteel zijn er op Europees of Vlaams niveau nog geen normen van kracht of in opmaak voor de concentratie aan zwarte koolstof. In juni 2016 werd na lang onderhandelen wel een voorlopig akkoord bereikt inzake de toekomstige doelen voor de uitstoot van luchtpolluenten, de zogenaamde NEC-doelen (National Emission Ceilings). Voor het eerst zijn er ook doelen vastgelegd voor fijn stof (PM2,5). Bovendien stelt het akkoord dat voorrang moet gegeven worden aan maatregelen die de uitstoot van zwarte koolstof verminderen om het emissiedoel voor PM2,5 te bereiken. Van de 2020-doelen gaat echter weinig ambitie uit. In België werden ze voor alle polluenten reeds gehaald in 2014, behalve voor NOx. De initieel door de Europese Commissie voorgestelde 2030-doelen werden ook verder afgezwakt in het voorlopige akkoord. Definitieve goedkeuring van de gewijzigde NEC-richtlijn zou in het najaar moeten volgen.

 

 

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht