Deel deze pagina

Verzenden

Aantal ozonoverschrijdingsdagen (NET60ppb-max8u)

Deze indicator toont het aantal ozonoverschrijdingsdagen in Vlaanderen. Dit is het aantal dagen per kalenderjaar waarop de hoogste 8-uurgemiddelde ozonconcentratie hoger is dan 120 μg/m³. In de indicator wordt het tijdsverloop van de ozonoverschrijdingsdagen weergegeven en de ruimtelijke spreiding ervan in Vlaanderen.

 

Ozon is schadelijk voor mensen, planten en materialen. Door zijn sterk oxiderend vermogen kan ozon acute gezondheidseffecten veroorzaken zoals ademhalingsproblemen, (tijdelijke) longfunctievermindering of ontstekingsreacties in de longen. Herhaalde en langdurige blootstelling aan hoge ozonconcentraties kan leiden tot onherstelbare longschade. Ozon speelt ook een rol in de klimaatverandering, als kortlevend broeikasgas. Ozon wordt momenteel beschouwd als het derde belangrijkste broeikasgas, na antropogene koolstofdioxide (CO2) en methaan (CH4).

 

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Het jaarlijkse maximum aantal dagen waarop het maximale 8-uurgemiddelde de 120 µg/m³ overschrijdt, is bepaald door per jaar een interpolatie te maken van het aantal overschrijdingsdagen per 4x4 km gridcel over gans Vlaanderen. De hoogste geïnterpoleerde waarde in Vlaanderen wordt dan weerhouden.

Bron: VMM/IRCEL (www.milieurapport.be)
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

Relatief beperkte ozonverontreiniging in 2016

De Europese Richtlijn betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa (2008/50/EG) bevat doelstellingen voor de bescherming van de volksgezondheid. Het aantal dagen wordt geëvalueerd waarop de hoogste 8-uurgemiddelde ozonconcentratie van de dag 120 μg/m³ overschrijdt, dit wordt uitgedrukt als NET60ppb-max8u.

In Vlaanderen meet VMM ozonconcentraties in 19 meetstations. De gerapporteerde ozonconcentraties in de tijdsreeksen (meest linkse figuur) zijn het resultaat van een ruimtelijke interpolatie (via het RIO-model) van de gemeten ozonconcentraties in België.

De ozonverontreiniging was relatief beperkt in 2016 met maximum 19 overschrijdingsdagen. Het meest ongunstige ozonjaar sinds 1990 blijft 2003 met 46 overschrijdingsdagen. Ook in 1990, 1995 en 2006 was er beduidend veel ozonvervuiling.

Het aantal overschrijdingsdagen schommelt van jaar tot jaar en volgt vooral de jaarlijkse variatie in zonnestraling en temperatuur. De kwaliteit van de zomer heeft een belangrijke impact op het aantal overschrijdingsdagen. Het aantal uurgraden is een indicatie hiervan, dit is het aantal uren en het aantal graden waarmee de temperatuur boven een drempelwaarde uitstijgt (bv. AOT25°C = aantal uren x aantal graden boven 25°C). 2016 telde 386 uurgraden, wat een gemiddelde waarde is over de voorbije 46 jaar.

Om het effect van de schommelingen door wisselende meteorologische omstandigheden wat af te vlakken en zo een betere invloed van het reductiebeleid te onderkennen, definieert de Europese Richtlijn 2008/50/EG een streefwaarde uitgemiddeld over 3 jaar. Vanaf 2010 mag het hoogste 8-uurgemiddelde van een dag maximaal 25 dagen per kalenderjaar hoger zijn dan 120 µg/m3, uitgemiddeld over 3 jaar. Het MINA-plan 4 (2011-2015) nam de Europese doelstelling over tegen 2015. Eind 2013 deed de Europese Commissie een mededeling over het programma ‘Schone lucht voor Europa’ (COM(2013)918). Uit de toetsing van het luchtkwaliteitsbeleid is gebleken dat het niet aangewezen is de richtlijn inzake luchtkwaliteit te wijzigen, maar dat ernaar dient gestreefd dat de bestaande normen voor luchtkwaliteit uiterlijk in 2020 worden nageleefd.

In 2016 bedroeg het hoogste 3-jaargemiddelde (over 2014, 2015 en 2016) 17 overschrijdingsdagen. Dit ligt ruim onder de Europese streefwaarde van 25 dagen wat vooral te danken is aan het gunstige ozonjaar 2014.

De Europese Richtlijn legt daarnaast ook een drempelwaarde (180 µg/m3) op waarbij men de bevolking moet informeren en definieert een alarmdrempelwaarde (240 µg/m3).
De informatiedrempel van 180 µg/m3 werd in 2016 op 4 opeenvolgende dagen overschreden, namelijk tijdens de hittegolf van 23 tot 27 augustus en op 14 september. De alarmdrempel werd niet overschreden.

 

 

 

 

Ozonconcentraties het laagst in West-Vlaanderen, het hoogst in Limburg

Het kaartmateriaal toont de spreiding over Vlaanderen van het aantal dagen met hoogste 8-uurgemiddelde concentraties boven bepaalde waarden, ruimtelijk geïnterpoleerd via het RIO-model.

De linkse en middelste kaart tonen het aantal dagen met hoogste 8-uurgemiddelde concentraties boven 120 µg/m3. De linkse kaart geeft de situatie weer in het jaar 2016. Op de middelste kaart is de 3-jaargemiddelde waarde weergegeven (waarden uitgemiddeld over 2014, 2015 en 2016), waaruit blijkt dat de Europese streefwaarde overal in Vlaanderen werd gerespecteerd.

De advieswaarde van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) legt de concentratiegrens lager dan bij de Europese streefwaarde, namelijk op 100 µg/m3. Dit is gebaseerd op onderzoeken van de gezondheidseffecten van ozonconcentraties lager dan 120 µg/m3. De rechterkaart toont de ruimtelijke spreiding van de overschrijdingen wanneer aan de advieswaarde getoetst wordt (aantal dagen met hoogste 8-uursgemiddelde hoger dan 100 µg/m3). Deze advieswaarde werd in 2016 nog vaak overschreden, in Limburg tot meer dan 40 dagen.

Op alle kaarten is een duidelijke west-oost gradiënt zichtbaar, in Limburg kwam het hoogste aantal overschrijdingsdagen voor. Op plaatsen nabij NOx-bronnen zoals verkeersassen ligt het aantal overschrijdingsdagen lager omwille van de hogere ozonafbraak (zie ook indicator ‘Jaargemiddelde ozonconcentratie in omgevingslucht’).

Europese langetermijndoelstelling voor het eerst op 1 plaats in Vlaanderen gehaald, WGO-langetermijndoelstelling nog buiten bereik

Als langetermijndoelstelling stelt de Europese richtlijn dat de hoogste 8-uurgemiddelden op geen enkele dag 120 µg/m3 mogen overschrijden. Deze doelstelling werd in 2016 voor het eerst in 1 meetstation in Vlaanderen bereikt (Borgerhout-achtergrond). De langetermijndoelstelling van de WGO (geen overschrijdingen van 100 µg/m3) werd nergens gehaald.

Om de doelstellingen overal en blijvend te behalen moeten alle Europese landen duurzame maatregelen nemen om de emissies van ozonprecursoren (NMVOS, NOx) verder te verminderen. Vooral de verdere reductie van NOx-emissies vereist nog bijkomende inspanningen.

Algemeen is een emissiedaling van alle ozonprecursoren (ook methaan) in de noordelijke hemisfeer noodzakelijk. Het verminderen van de impact van ozon op de volksgezondheid en op vegetatie is als prioritair aangeduid in de langetermijnstrategie van de LRTAP Conventie (Convention on Long-range Transboundary Air Pollution) van de UNECE (United Nations Economic Commission for Europe), die doorvertaald werd in het herziene Gotheburg Protocol.

 

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht