Deel deze pagina

Verzenden

Aandeel van de bevolking blootgesteld aan NET60ppb-max8u

De indicator toont de evolutie van het bevolkingspercentage dat op een bepaald aantal dagen (mogelijk) is blootgesteld aan maximale 8-uurgemiddelde ozonconcentraties boven 120 µg/m3 (NET60ppb-max8u).
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Gemodelleerd via RIO

Bron: VMM/IRCEL (www.milieurapport.be)
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

Doelstellingen

Ozon is schadelijk voor mensen, planten en materialen. Door zijn sterk oxiderend vermogen kan ozon acute gezondheidseffecten veroorzaken zoals ademhalingsproblemen, (tijdelijke) longfunctievermindering of ontstekingsreacties in de longen. Herhaalde en langdurige blootstelling aan hoge ozonconcentraties kan leiden tot onherstelbare longschade. De gevoeligheid voor deze effecten is persoonsafhankelijk, maar de effecten zijn voor iedereen afhankelijk van de ontvangen dosis. De dosis wordt bepaald door een combinatie van de ozonconcentratie, de blootstellingstijd en het ademdebiet (d.i. afhankelijk van de lichamelijke inspanning).

De Europese Richtlijn Luchtkwaliteit (2008/50/EG) geeft doelstellingen voor ozonconcentraties voor de bescherming van de volksgezondheid. Als streefwaarde vanaf 2010 geldt dat het hoogste 8-uurgemiddelde van een dag maximaal 25 dagen per kalenderjaar (uitgemiddeld over 3 jaar) hoger mag zijn dan 120 µg/m3. De uitmiddeling over 3 jaar is bedoeld om grote schommelingen door wisselende meteorologische omstandigheden wat af te vlakken en zo beter een eventuele invloed van het reductiebeleid te onderkennen. De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) definieert een strengere advieswaarde van 100 µg/m3.

Het MINA-plan 4 (2011-2015) stelt dat tegen 2015 niemand in Vlaanderen gedurende meer dan 25 dagen mag blootgesteld zijn aan hoogste 8-uurgemiddelde concentraties boven 120 µg/m3, gemiddeld over drie jaar.

Matige ozonblootstelling in 2015, geen blootstelling boven de Europese doelstelling in de laatste 10 jaar

In de figuren zijn zowel blootstellingspercentages per jaar (figuur 1) als 3-jaargemiddelde waarden (figuur 2) weergegeven. Het effectieve blootstellingspercentage per jaar is het meest rechtstreeks gerelateerd aan mogelijke gezondheidseffecten voor de mens. De 3-jaargemiddelde waarden worden getoetst aan de doelstelling van het MINA-plan.

2015 was een matig ozonjaar, het grootste deel van de bevolking (81 %) werd maximaal gedurende 10 dagen blootgesteld aan hoogste 8-uurgemiddelde concentraties boven 120 µg/m3. Uit figuur 1 blijkt dat de jaren 1990, 1995, 2003 en 2006 de meest ongunstige jaren waren. Toen werd telkens meer dan 70 % van de Vlaamse bevolking op meer dan 25 dagen blootgesteld aan te hoge ozonconcentraties.

De blootstelling in het jaar 2015 werd op 2 manieren berekend (figuur 3): enerzijds via ruimtelijke interpolatie van de gemeten waarden met behulp van het RIO-model (d.i. de methode die ook voor de ganse tijdsreeks in figuur 1 gebruikt werd), anderzijds werden hogere resolutie berekeningen doorgevoerd via een combinatie van het RIO-model en het atmosferisch dispersiemodel IFDM. De ganse tijdreeks doorrekenen met de hogere resolutiemethode is momenteel nog niet mogelijk. Volgens deze laatste methode werden in 2015 iets meer mensen gedurende een kleiner aantal dagen blootgesteld aan ozonconcentraties boven 120 µg/m3.

Niemand in Vlaanderen werd in de laatste 10 jaar gedurende meer dan 25 dagen blootgesteld aan te hoge 3-jaargemiddelde concentraties. Er werd dus voldaan aan de doelstelling van het MINA-plan 4.

In 2015 is een Vlaming echter nog tussen 14 en 50 dagen blootgesteld aan ozonconcentraties boven de WGO-advieswaarde van 100 µg/m3.

Verdere emissiereducties van ozonprecursoren nodig om langetermijndoelstellingen te halen

Als langetermijndoelstelling stelt de Europese richtlijn dat de hoogste 8-uurgemiddelde concentratie op geen enkele dag 120 μg/m³ mag overschrijden, de advieswaarde van de WGO bedraagt 100 µg/m3. Deze doelstellingen worden dus niet gehaald.

Om de doelstellingen overal en blijvend te behalen moeten alle Europese landen duurzame maatregelen nemen om de emissies van ozonprecursoren (NMVOS, NOx) verder te verminderen. Vooral de verdere reductie van NOx-emissies vereist nog bijkomende inspanningen. Algemeen is een emissiedaling van alle ozonprecursoren (ook methaan) in de noordelijke hemisfeer noodzakelijk.

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht