Deel deze pagina

Verzenden

Seizoensoverlast van ozon voor vegetatie (AOT40ppb-vegetatie)

 Natuurlijke ecosystemen, akkergewassen en seminatuurlijke vegetatie kunnen ook schade ondervinden door blootstelling aan troposferisch ozon. Dit kan zich uiten in bladverkleuring, bladverlies, vertraagde groei of zelfs afsterven. Bij gewassen leidt dit tot opbrengstvermindering. Ecologisch gezien beïnvloedt ozon de samenstelling en het functioneren van het ecosysteem, wat ernstige gevolgen kan hebben voor de biodiversiteit.

Voor de bescherming van vegetatie werd in de ozonrichtlijn de parameter 'AOT40ppb' ingevoerd. De toestandsindicator seizoensoverlast voor vegetatie geeft het overschot boven 80 µg/m³ van alle ozonuurwaarden tussen 8 en 20 uur (Midden-Europese tijd) opgeteld tijdens de maanden mei, juni en juli. De indicator houdt dus zowel rekening met de mate van overschrijding als met de tijdsduur ervan. De streefwaarde voor 2010 is 18 000 (μg/m³).uren gemiddeld over 2010 – 2014 en de langetermijndoelstelling 6 000 (μg/m³).uren. Beide doelstellingen zijn opgenomen in de Europese Richtlijn Luchtkwaliteit (2008/50/EG).

Eind 2013 deed de Europese Commissie een mededeling over het programma ‘Schone lucht voor Europa’ (COM(2013)918). Uit de toetsing van het luchtkwaliteitsbeleid is gebleken dat het niet aangewezen is de richtlijn inzake luchtkwaliteit te wijzigen, maar dat ernaar dient gestreefd dat de bestaande normen voor luchtkwaliteit uiterlijk in 2020 worden nageleefd.

De indicator wordt opgevolgd in het kader van het MINA-plan 4 (2011-2015). Er is geen doelstelling voor 2015 voor opgesteld, maar er wordt gestreefd naar een gunstige evolutie in de periode 2010-2015.

Deze indicator houdt enkel rekening met de ozonconcentratie in de atmosfeer (troposfeer). De effectieve ozondosis, en dus ook het toxische effect van ozon op planten, hangt echter ook af van de plantensoort en van de omstandigheden waarin de plant verkeert. Beïnvloedende parameters zijn de lichtintensiteit, de luchtvochtigheid, het bodemvocht, de temperatuur en het ontwikkelingsstadium van de plant. Voor een aantal plantensoorten (bijvoorbeeld tarwe, aardappelen, tomaten, commerciële graslanden, bepaalde bomen) zijn dosis-respons relaties afgeleid waaruit het risico op schade waarschijnlijk realistischer kan ingeschat worden dan aan de hand van de AOT40ppb–indicator.

Naast de effecten op de volksgezondheid en op vegetatie speelt ozon ook een rol in de klimaatverandering, als kortlevend broeikasgas. Ozon wordt momenteel beschouwd als het derde belangrijkste broeikasgas, na koolstofdioxide (CO2) en methaan (CH4).

 

 

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Verloop

 

Beperkte overlast voor de vegetatie in 2014, weinig evolutie in 5-jaargemiddelde waarde

In 2014 bedroeg de AOT40-vegetatie gemiddeld over Vlaanderen 9 649 (µg/m3).uren. Sedert 1990 werd de doelstelling van 18 000 (µg/m³)/uren gemiddeld over Vlaanderen slechts eenmaal overschreden, namelijk in het meteorologisch ongunstige jaar 2006. Dit maakt dat ook het 5-jaargemiddelde van de seizoensoverlast steeds ruim onder de doelstelling voor 2010 blijft.

Er is weinig evolutie vast te stellen in de 5-jaargemiddelde waarden over de laatste twintig jaar. De laatste 4 jaren werden de laagste waarden van de tijdsreeks genoteerd. Vanaf 2011 is de hoge waarde van 2006 niet meer meegenomen in de berekening van het 5-jaargemiddelde, nadien kwamen geen piekwaarden meer voor.

De kaart toont de spreiding over Vlaanderen van de ozonoverlast voor vegetatie in 2014. De grootste ozonoverlast werd vastgesteld in Limburg ( 13 331 (µg/m³).uren), gevolgd door Antwerpen (11 439 (µg/m³).uren) en Vlaams-Brabant ( 10 018 (µg/m³).uren). De maximale overlast in Vlaanderen bedroeg 15 788 (µg/m³).uren. In West-Vlaanderen was de overlast voor de vegetatie gemiddeld het laagst (7 128 (µg/m³).uren).

Langetermijndoelstelling blijft in de meeste gebieden overschreden

De langetermijndoelstelling werd in 2014 nog overschreden op 96 % van de Vlaamse gronden met vegetatie (uitgezonderd bossen). In West-Vlaanderen was de situatie het gunstigst, daar bleef de overlast op enkele plaatsen onder de langetermijndoelstelling.

Om de langetermijndoelstelling bij variërende meteorologische omstandigheden overal te bereiken zullen de emissies van ozonprecursoren NMVOS en NOx in alle Europese landen verder moeten dalen. Algemeen is een emissiedaling van alle ozonprecursoren (ook methaan) in de noordelijke hemisfeer noodzakelijk. Het verminderen van de impact van ozon op de volksgezondheid en op vegetatie is als prioritair aangeduid in de langetermijnstrategie van de LRTAP Conventie (Convention on Long-range Transboundary Air Pollution) van de UNECE (United Nations Economic Commission for Europe), die doorvertaald werd in het herziene Gotheburg Protocol.

 

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht