Deel deze pagina

Verzenden

Seizoensoverlast van ozon voor bossen (AOT40ppb-bossen)

Verhoogde ozonconcentraties kunnen de groei van bomen beïnvloeden, de fotosynthesnelheid, de wortelvorming en het optreden van bladziekten. Voor de bescherming van ecosystemen werd in de vroegere ozonrichtlijn 2002/3/EG de parameter 'AOT40ppb' ingevoerd. Voor bossen wordt daarmee een toestandsindicator gedefinieerd, de seizoensoverlast. Deze indicator geeft het overschot weer boven 80 µg/m³ van alle ozonuurwaarden tussen 8 en 20 uur (Midden-Europese tijd) opgeteld tijdens de maanden april tot en met september. De indicator houdt dus zowel rekening met de mate als met de tijdsduur van de overschrijding.

Deze indicator houdt enkel rekening met de ozonconcentratie in de atmosfeer (dus de troposferische ozonconcentratie). De effectieve ozondosis, en dus ook het toxische effect van ozon op planten, hangt echter ook af van de plantensoort en van de omstandigheden waarin de plant verkeert. Beïnvloedende parameters zijn de lichtintensiteit, de luchtvochtigheid, het bodemvocht, de temperatuur en het ontwikkelingsstadium van de plant. Voor een aantal plantensoorten, waaronder bepaalde bomen, zijn dosis-respons relaties afgeleid waaruit het risico op schade waarschijnlijk realistischer kan ingeschat worden dan aan de hand van de AOT40ppb–indicator.

Naast de zichtbare schade die ozon kan aanbrengen aan bossen is er ook de invloed op bomen als ‘sink’ of opslag van koolstof, in het kader van de CO2-problematiek en klimaatverandering. Daarnaast speelt ozon nog een rol in de klimaatverandering, als kortlevend broeikasgas. Ozon wordt momenteel beschouwd als het derde belangrijkste broeikasgas, na koolstofdioxide (CO2) en methaan (CH4).

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Verloop

Beperkte seizoensoverlast voor bossen in 2014

In de vroegere ozonrichtlijn (2002/3/EG) werd voor de seizoensoverlast voor bossen geen (middel)langetermijndoelstelling vastgelegd zoals voor de bescherming van gewassen en vegetatie, maar enkel een referentiewaarde van 20 000 (µg/m³).uren. In de Europese Richtlijn luchtkwaliteit (2008/50/EG) werd deze indicator niet weerhouden. Wel wordt door de UN-ECE een kritisch niveau voor bossen aangegeven van 10 000 (µg/m³).uren.

In 2014 lag de gemiddelde overlast voor de bossen met een waarde van 14 909 (µg/m³).uren onder de Europese referentiewaarde, maar wel boven het kritische niveau. De kaart toont de spreiding over Vlaanderen van de ozonoverlast voor bossen in 2014 en geeft een duidelijke west-oost gradiënt weer. De maximumwaarde bereikt in Vlaanderen in 2014 was 21 607 (µg/m³).uren, dus hoger dan de referentiewaarde. Na het iets gunstiger jaar 2012 is de toestand in 2013 en 2014 terug vergelijkbaar met 2011. Enkel in meteorologisch ongunstige ozonjaren zoals 2003 en 2006 vertoonde de seizoensoverlast voor bossen grote pieken die de referentiewaarde sterk overschreden.

De hoge waarden voor de seizoensoverlast voor bossen in de ongunstige meteojaren 2003 en 2006 hebben een belangrijke invloed op de 5-jaargemiddelden. Het glijdend 5-jaargemiddelde van de seizoensoverlast voor de bossen ligt tussen 2003 en 2007 opmerkelijk hoger dan voordien. Dankzij de laatste relatief gunstige ozonjaren is het 5-jaargemiddelde terug gedaald.

Om het ozonprobleem duurzaam op te lossen en ook tijdens variërende meteorologische omstandigheden niet enkel de referentiewaarde maar ook het kritische niveau nergens te overschrijden, zal de emissie van ozonprecursoren in de verschillende Europese landen en meer algemeen in de noordelijke hemisfeer verder moeten dalen.

 

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht